Opinie op Zondag Arnout Brouwers

Opinie op Zondag: Oorlogen zijn moeilijke dingen

Prikkelende opinie op een dag dat u er tijd voor heeft: de Volkskrant presenteert elke zondag twee bijdragen van een vaste club auteurs. Eerder vandaag cultuurhistoricus Thomas von der Dunk, nu historicus Arnout Brouwers.

Nederlandse commando’s van het Korps Commando Troepen (KCT) zijn op patrouille naar Ansongo, Mali, 25 mei 2014. Beeld ANP

Onlangs ontmoette ik een wijs diplomaat. Toen ik hem zei dat westerse kanselarijen tijdens de Maidan-revolte van 2013 misschien niet begrepen dat Oekraïne’s internationale oriëntatie voor de EU geen halszaak was, maar voor Moskou wél, reageerde hij met de opmerking dat bescheidenheid een deugd is. En dat de werkelijke gang van zaken in historische gebeurtenissen vaak lang in mysteriën gehuld blijft, zelfs al zat je er middenin. Soms heeft de waarheid tijd nodig.

Deemoedig en schuldbewust boog ik mijn hoofd voor deze woorden. Hij heeft gelijk, weet ik als beoefenaar van een beroep waarin bescheidenheid en nederigheid doorgaans ver te zoeken zijn. Daarom een bescheiden stuk, vergezeld van een oproep tot nederigheid.

Het gaat over oorlog.

‘Zwakke en machteloze missie’

In Mali zijn vijf jihadistische groeperingen actief – en dan rekenen we de ‘gewone’ etnische spanningen, of die tussen boeren en nomaden, of de politieke coups, nog niet mee. In de regio opereren drie militaire machten: een 5000-koppige troepenmacht van de G5 (Mali, Niger, Burkina Faso, Tsjaad en Mauretanië), de ‘Barkhane’-operatie van de Fransen (4500 man) en de VN-missie Minusma in Mali met meer dan 12 duizend militairen, vooral uit Franstalige Afrikaanse landen. De EU doet wat trainingen in Mali.

Nederland is al een paar jaar actief in Minusma maar trekt zich dit jaar terug. Volgens premier Rutte is de vestiging van een kalifaat in Mali voorkomen, geen bescheiden claim. Nederland blijft wel in Afghanistan actief, waar de VS en bondgenoten al, even tellen, achttien jaar opereren.

Heeft Europa, of de internationale gemeenschap militair iets te zoeken in Mali? En zo ja, heeft het zin?

In deze tijden is het antwoord al snel ontkennend. En dat wantrouwen is begrijpelijk en terecht. VN-missies hebben een desastreuze reputatie en Minusma is geen uitzondering. ‘De missie wordt algemeen gezien als zwak en machteloos’, vatte collega Carlijne Vos het samen. ‘Militairen zijn vooral bezig zichzelf te beveiligen, de bevolking merkt niets van de bescherming of opbouwwerkzaamheden die hun beloofd waren.’

Reinout Sterk, een militair die in Mali actief was, maakt er in zijn boek De Missie Mali ook gehakt van. En volgens Mirjam de Bruijn, hoogleraar Afrika Studies aan de Universiteit Leiden, heeft de militaire uitstraling zelfs een averechts effect, ook geen bescheiden claim. ‘Groeperingen verharden zich. Burgers zien dat er niets verandert aan de marginalisering en onderdrukking door de centrale regering. De soldaten die zij zien rondlopen in uniform en met zware wapens en tanks, stralen niet bepaald iets vredelievends uit.’

Daarmee moeten de Minusma-militairen het dus doen. Of doelde De Bruijn op de zwakke Malinese strijdkrachten, die volgens Human Rights Watch inderdaad vooral effectief zijn in het begaan van mensenrechtenschendingen?

Wat hebben we bereikt?

Het toeval wil dat een van die militairen in december een Haagse bijeenkomst toesprak. Het is de Franse brigadegeneraal Marc Ollier, die vanaf juni 2017 een jaar de commandant was van Minusma. Ollier begon met een lange opsomming van politieke, economische, sociale, tribale, culturele en andere problemen in het land, dat slechts ‘beperkt staatsgezag’ kent in de regio’s – en ‘niet buiten de steden’.

De Franse generaal deelde voor een lekenpubliek het land grofweg in drie delen. Noord: georganiseerde misdaad, smokkel, islamitisch extremisme, geen staat. Midden: dreiging van terrorisme. Zuid: logistieke basis voor de VN. Dreiging van slecht bestuur van de Malinese overheid. Mogelijkheid van oproer. ‘Ik verloor 47 soldaten tijdens mijn verblijf.’ Vooral door bermbommen en ‘complexe aanvallen’ op VN-bases. Er is een vredesproces, ‘maar sommige gewapende groepen houden zich daar overdag aan maar zijn ’s nachts terroristen’.

Voordat de in het publiek aanwezige Frits Bolkestein het kon vragen, wierp Ollier zelf de vraag op: wat hebben we bereikt? Hij wond er geen doekjes om. De veiligheidssituatie verslechtert, het vredesproces schiet niet op, de invloed van jihadisten verspreidt zich in centraal Mali, complexe aanvallen zijn niet gestopt, en de uitsmijter: Minusma is ‘niet een erg machtig militair instrument’.

Het was een Frans pleidooi voor méér doen in Mali, maar je kon het ook beluisteren als een waarschuwing je niet in dit wespennest te wagen.

Toen Bolkestein de ‘wat hebben we bereikt’-vraag na afloop weer stelde, wees Ollier erop dat in gevechten tussen boeren en nomaden duizenden slachtoffers zijn gevallen en dat Minusma opereert in een failed state. Ja, de internationale militaire aanwezigheid was ergens goed voor. Zo had een hoge diplomatieke adviseur hem verteld dat Mali behoed was voor een genocide.‘Tot nu toe is het er niet van gekomen.’ Ook al geen bescheiden claim.

Complexe realiteit

Dus wat is wijsheid? En als vertrek uit Mali wijsheid is, hoe zit het dan eigenlijk met Afghanistan? ‘Oorlogen zijn moeilijke dingen’, zei de vader van de buitenlandexpert Ivo Daalder toen hij vond dat zijn zoon begin jaren negentig te enthousiast was om ten strijde te trekken in Bosnië. Zoon Daalder, tot 2013 Obama’s ambassadeur bij de Navo, is nu voor terugtrekking uit Afghanistan.

Het kan verkeren.

Discussies als deze kennen geen simpele uitkomsten. Europa heeft een pijnlijke (post)koloniale geschiedenis in Afrika. De wijze waarop het nu in sommige Afrikaanse landen opereert wordt gehekeld als halfhartig, ondoelmatig en neokoloniaal. Maar dat instabiliteit en extremisme in grote delen van noordelijk en Midden-Afrika onze belangen raken, wordt niet betwist. Dus wat te doen?

Omdat problemen niet weggaan als je ze niet kunt oplossen, zullen we over deze vraag nog verhitte discussies krijgen, met halve maatregelen en suboptimale uitkomsten. De keuze is vaak tussen nietsdoen of aanmodderen. Zoals de wijze diplomaat zei: nederigheid siert ons tegenover een complexe realiteit.

Arnout Brouwers is journalist en historicus.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden