Opinie

Opinie op Zondag: 'Ook rechtse populisten kunnen niet om Europa heen'

Prikkelende opinies op een dag dat u er tijd voor heeft: de Volkskrant presenteert elke zondag bijdragen van een vaste club van acht auteurs. Later vandaag cultureel psycholoog Keyvan Shahbazi, nu eerst historicus Dirk-Jan van Baar.

De Hongaarse premier Victor Orbán op bezoek bij de Oostenrijkse bondskanselier Sebastian Kurz, 30 januari. Beeld afp

Zes jaar geleden wilde Geert Wilders nog een meldpunt voor MOE-landers. Tegenwoordig mogen de Midden- en Oost-Europese landen zich juist verheugen in de sympathie van de nationale fronten die tegen de Europese Unie ten strijde trekken. Viktor Orbán is een held van populistisch rechts sinds hij een muur optrok tegen vluchtelingenstromen uit de Balkan en zich verzette tegen de politiek van Angela Merkel.

In de strijd tegen Brusselse bemoeizucht is Polen een nieuwe favoriet. De Visegrad-landen waren na de val van de Berlijnse Muur de eerste voormalige Oostblokstaten die als kandidaat-leden op de EU-poort klopten. Nu maken zij zich samen sterk om nieuwkomers buiten te houden.

Ik wil hiermee niet op een dubbele moraal wijzen, al is daar ongetwijfeld sprake van. Landen komen voortdurend voor hun nationale belangen op, dat stopt niet als zij EU-lid zijn geworden. Evenmin is het verrassend dat rechtse populisten alles gebruiken wat in hun politieke kraam van pas komt; daar zijn zij populisten voor. Maar ironisch is het wel wanneer volken die vroeger tot het multinationale Habsburgse Rijk behoorden nu als voorbeeld worden opgevoerd van volken die nog pal staan voor de joods-christelijke beschaving en niet aan 'culturele zelfmoord' doen.

Onder de knoet

Dat wordt nog schaamtelozer als we bedenken dat het antisemitisme in deze landen van oudsher sterk was en dat de Holocaust op Oost-Europees grondgebied heeft plaatsgevonden. Maar van populisten eist niemand dat ze geloofwaardig zijn; die eis geldt alleen voor de technocraten in Brussel.

De Europese gedachte is bedoeld om oude tegenstellingen te overwinnen en dan is het misschien zelfs goed als de geschiedenis van Midden- en Oost-Europa aan de vergetelheid wordt onttrokken. Ik denk niet dat de nieuwe patriotten zich door dit verleden bemoedigd kunnen voelen. Het zijn doorgaans kleine volken die in dit deel van Europa onder de knoet van Duitsers, Oostenrijkers en Russen hebben geleefd en elkaar in de weg zaten. Hun nationale helden zijn eerder anti-helden (vooral die van de Tsjechen).

Alleen de Polen, die erkenning willen als een groot Europees volk, willen zich nog weleens door romantische gevoelens laten meeslepen. Maar op zulke momenten werken ze iedereen op de zenuwen en bijten zij zich in de eigen staart. Het is erg onwaarschijnlijk dat zich onder leiding van de nieuwe Oost-Europese lidstaten een dissidente tegenbeweging tegen Brussel aftekent. Geen van deze landen zal zijn moeizaam verworven status als EU-lid op het spel willen zetten als het echt tot een confrontatie komt. Zeker niet het leeggelopen Bulgarije, dat nu een half jaar voorzitter is en EU-sancties tegen Polen blokkeerde.

Paradox

Dat geldt ook voor Sebastian Kurz, de nieuwe piepjonge bondskanselier van Oostenrijk, die met de ooit besmette FPÖ een regering heeft gevormd en zelfbewust van start is gegaan. Niet door zich tegen Brussel of Berlijn af te zetten, maar door daar heel dicht tegenaan te kruipen en duidelijk te maken dat zijn land een loyale EU-partner blijft. Ook dat hoeft niet te verbazen, want er is geen toekomst voor Oostenrijk buiten de EU.

Kurz mag vorige zomer dan soldaten hebben gestuurd naar de Brennerpas en een criticus zijn van de welkomstpolitiek van bondskanselier Merkel, maar stel je voor dat Berlijn in 2015 werkelijk de grenzen gesloten had. Dan waren Oostenrijk en Hongarije met de vluchtelingen blijven zitten, wat de verhoudingen in Midden-Europa nog veel meer op scherp had gezet.

We stuiten hier op een populistische paradox. Enerzijds brengen populisten veel nationalistische tonen voort en zetten zij zich af tegen de kosmopolitische elites in de nationale hoofdsteden en in Brussel. Anderzijds zouden zij buiten de EU geheel in de kou staan, in hun eentje overgeleverd aan alle uitdagingen uit de buitenwereld. Het verklaart waarom de Grieken nooit uit de euro durfden te stappen, de Italianen dat ook niet zullen doen en zelfs Marine Le Pen afstand nam van een Frexit. De Catalanen willen wel uit Spanje, maar niet uit de EU.

Splijtzwam

En wie de islamisering van het Avondland wil tegenhouden, zal zich toch twee keer bedenken om dan uitgerekend de EU - dat geografisch het meest met het oude christelijke Europa samenvalt - op te blazen. Dat het nationalisme ook nog eens een splijtzwam is die elk nationaal saamhorigheidsgevoel van binnenuit opvreet, is een extra reden waarom de 'patriottische uitdaging' de komende jaren waarschijnlijk alleen maar tot 'méér Europa' kan leiden. Sterker, de enorme kortzichtigheid van de nationale fronten (zie de Brexit), verschaft de Europese gedachte juist nieuwe legitimiteit.

Als deze uitkomst zo zeker is, waarom dan al dat pessimisme over de Europese toekomst? Ik denk dat dit komt doordat de Europese mens zichzelf niet vertrouwt. Het recente verleden heeft laten zien hoe dom en redeloos hij kan zijn. Daar helpt geen enkel meldpunt tegen.

Dirk-Jan van Baar is historicus.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.