opiniedefensie

Opinie op zondag: Nederland hunkert naar neutraliteit

Veiligheid is geen vanzelfsprekendheid. Toch loopt Nederland er bij defensie de kantjes vanaf. 

Militairen van de landmacht tijdens een trainingssessie in Duitsland. Beeld ANP

In een recente opiniepeiling van Maurice de Hond eindigde defensie als vijftiende ‘politieke thema’ van belang. Er waren vijftien thema’s om uit te kiezen. Onze veiligheid zit dus in de bezemwagen, bij links én rechts. De uitbraak van het coronavirus zal dit slechts bevestigen: met zoveel nieuwe dreigingen, hebben we die oude nog wel nodig?

Kort na de publicatie van deze peiling joeg het Openbaar Ministerie, dat beter zou moeten weten, de hele militaire klasse nog eens in de gordijnen. Justitie legde uit waarom twee Denk-Kamerleden, die Nederlandse jachtvliegers ‘moordenaars’ hadden genoemd, niet worden vervolgd. Het had daarbij kunnen wijzen op zoiets simpels als het vrije woord. Maar het OM stelt dat er bij de luchtaanval op de bommenfabriek van Islamitische Staat in Hawija in 2015 in juridische zin inderdaad sprake was van ‘doden met voorbedachte rade’, en dus moord. Zo gek als een deur, het toepassen van nationaal strafrecht waar oorlogsrecht geldt, maar het sluit wél goed aan op de peiling.

Dienstplicht

Een kwart eeuw geleden schortte Nederland de dienstplicht op, zoals bijna alle Europese landen (Belarus, Estland, Finland, Griekenland, Noorwegen, Oekraïne, en Rusland uitgezonderd). Inmiddels hebben Litouwen en Zweden hem weer ingevoerd. Geografische ligging nabij een dreiging scherpt de geest. Nederland heeft sinds kort weer een vorm van sociale dienstplicht, waarbij je bijvoorbeeld bij Milieudefensie kunt leren activist te worden. Ook nuttig, daar niet van.

Er kunnen een miljoen ontheemden en vluchtelingen in Idlib staan, de Sahel kan worden opgeschrikt door uitzinnige moordpartijen, Jemen platgebombardeerd, de Krim bezet − het blijft een ver van mijn bed show. Letterlijk, want eventuele gevolgen in de vorm van terrorisme en de komst van vluchtelingen moeten onze politici ver van ons bed zien te houden. Zijn ze druk mee, trouwens.

Walhalla

Ondanks alle tekenen aan de wand houdt ons post-industriële walhalla stand. 9/11 is op universiteiten alweer een term die moet worden uitgelegd. De weekendbijlages spatten uiteen van de identiteitsproblematiek en de vliegschaamte, en wie niet navelstaart is wel bezig met zijn carbon foot print. In deze gelukzalige wereld zijn biefstukken oorlogsmisdadigers, warmtepompen levensredders en krijgt (zoals satirisch verslaggever Diederik Smit opmerkte) de naamsverandering van de Moorkop al snel meer aandacht dan het voorliegen van de Kamer over militaire missies.

Heerlijk, wie kan nog zonder? Het bevestigt een aantal unieke en positieve aspecten van onze maatschappij. We leven nog altijd in een high trust society, ondanks Twitter geloven we dat iedereen zich min of meer aan zijn woord houdt en dat onze instellingen werken. We geloven dat het goed komt.

Maar juist deze tere, delicieuze en veelzijdige biotoop verdient beveiliging tegen de boze buitenwereld. Het probleem is dat deze biotoop de veiligheid voorbij is. Legers en militairen zijn zó ouderwets. Die typisch Nederlandse gedachte is goed te begrijpen: we accepteren onze veiligheid met dezelfde vanzelfsprekendheid als de lucht die we inademen. En als er stront aan de knikker komt, geloven we toch niet dat we onszelf kunnen verdedigen.

Dat is in lijn met het officiële beleid: we kunnen onszelf niet verdedigen. En met de traditie van een eeuw lang neutraliteit − waarmee we pas braken na nazitijd.

Gevaar

We hebben natuurlijk dijken. Ze heten Duitsland, het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk. Hiertussen ingeklemd gelooft eigenlijk niemand dat Nederland echt gevaar loopt. Zeker, de meeste moderne dreigingen zijn niet plaatsgebonden, maar onze mentale kaart past zich maar langzaam aan.

En dan nog. We hebben de Amerikanen toch?

Zoekend naar verklaringen voor de geringe maatschappelijke steun voor defensie, kom je al snel uit bij de Amerikanen, aan wie Nederland in de Koude Oorlog zijn defensie heeft uitbesteed. Sindsdien is veiligheidsbeleid voor Nederland vooral diplomatie. Inzet van militairen is een afgeleide daarvan. Voor onze veiligheid betalen we contributie, in de vorm van het onderhouden van een krijgsmacht en de inzet daarvan als onze bondgenoten dat vragen.

Hoe gaat het ons af? Zoals het een ‘vrekkig land’ betaamt: door de kantjes ervan af te lopen. Door onze internationale beloften niet na te komen en daar collectief maling aan te hebben. In percentage van het bbp komt Nederland met zijn defensieuitgaven in 2024 op de 26e plek van de 29 Navo-bondgenoten. Ook dat verbindt links en rechts.  En door deelname aan militaire missies. 

Dit is de ultieme wijze waarop politici hun vrekkigheid verbloemen. Door militairen op missie te sturen, ook als dat wegens jarenlange bezuinigingen wringt. Die bijdragen worden natuurlijk steeds kleiner en symbolischer, in lijn met de krimp van de krijgsmacht. Het is een perverse cirkel waarin politici de krijgsmacht beknotten, maar hem wel voortdurend willen inzetten. En waarin hoge militairen ja zeggen tegen militaire missies, ook de zinloze, uit angst verder beknot te worden.

Deze perverse cirkel is niet bevorderlijk voor het publieke draagvlak van een krijgsmacht. Het leidde lang geleden tot Srebrenica, en leidt nog steeds tot deelname aan missies waarvan je het nut kunt betwijfelen. Maar voor het alternatief - een goed in de maatschappij ingebedde en uitgeruste krijgsmacht als verzekeringspolis - is de steun nog geringer.

Zelfs als Nederland een sterkere militaire cultuur had zoals Frankrijk of Groot-Brittannië dan was tegen deze perverse cirkel waarschijnlijk niets opgewassen. Maar zonder zo’n cultuur kunnen militairen vaak zelfs niet op een elementair respect rekenen. Misschien ben ik beïnvloed door mijn langdurige verblijf in Amerika en Oost-Europa - maar ik ken geen land dat zo weinig publieke aandacht schenkt aan zijn veteranen als Nederland.

Officieel zit Nederland sinds de Tweede Wereldoorlog in een alliantie voor de collectieve verdediging. Maar zeker na de Koude Oorlog is een oudere constante in ons veiligheidsbeleid weer dominant geworden. Stiekem hunkeren we weer naar de neutraliteit die we een eeuw koesterden, tot Hitler er korte metten mee maakte. En eerlijk is eerlijk: een veiligheidsbeleid bestaande uit wensdenken en morele superioriteit is veel goedkoper dan de alternatieven.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden