Opinie op Zondag Geerten Waling

Opinie op Zondag: Is het pure marketing, dat slachtofferschap van jonge schrijvers? Nee, dat mogen we niet denken

Prikkelende opinies op een dag dat u er tijd voor heeft: de Volkskrant presenteert elke zondag een bijdrage van een vaste club van acht auteurs. Eerder vandaag classica Rosa van Gool. Nu is het de beurt aan historicus Geerten Waling.

De boekenmarkt op het Spui. ‘De jonge schrijver is een grachtengordeldiertje’, en hangt rond ‘op de redactie van de Groene, in boekhandel Athenaeum, in de warme schoot van de bruine schrijverskroegen rond het Spui.’ Beeld Joost van den Broek / de Volkskrant

Voor de lezer die wordt opgeslokt door volle werkweken en een druk familieleven, moet het geruststellend zijn te weten dat intussen een select groepje intellectuelen in de hoofdstad nadenkt over De Toekomst. Dat zijn de jonge schrijvers. De bohémiens. Zij hebben het heel zwaar, moet u weten. Ze gaan gebukt onder twijfels en angsten, onder het neoliberalisme en het seksistische patriarchaat, onder de klimaatproblematiek en de keuzestress. Ze offeren zich op, kunnen we wel zeggen, voor u en voor mij. Nu de dagen op hun kortst zijn, denk af en toe eens aan ze.

De jonge schrijver is een grachtengordeldiertje, maar dan wel een ontheemd exemplaar. Want hoewel hij (m/v) rondhangt in de grachtengordel – op de redactie van de Groene, in boekhandel Athenaeum, in de warme schoot van de bruine schrijverskroegen rond het Spui – moet ‘ie toch telkens weer, met schaamrood op de kaken, de fiets op om thuis te komen. De huizenprijzen zijn immers zo hoog dat de verongelijkte jonge schrijver genoegen heeft moeten nemen met een appartementje in Amsterdam-Oost of -West, in Nóórd soms zelfs, godbetert. Het pontje achter het Centraal Station vervoert dagelijks talloze geknakte idealen en gefnuikte ambities.

Kommer en kwel

Dat beeld rijst op uit regelmatige getuigenissen van jonge schrijvers die de meer weldenkende media onzer natie niet moe worden te brengen. De schrijfster en Volkskrant-recensent Persis Bekkering schreef deze week een uitgebreide column in De Gids over haar lot en dat van haar creatieve generatiegenoten: ‘En degenen wiens taak het zou kunnen zijn om op zoek te gaan naar nieuwe taal of nieuwe ideeën, de kunstenaars en de schrijvers, zijn door neoliberaal beleid grotendeels hun middelen ontnomen. Hoe kun je de toekomst vormgeven als je in een kroeg moet bijklussen om de huur te betalen?’

In maart werd Bekkering al geïnterviewd in Vrij Nederland, samen met twee andere ‘schrijvende-dertigers-met-een-mening’ Hanna Bervoets en Joost de Vries. Het drietal weidde ook daar uit over de kommer en kwel van het schrijversbestaan. Nu heb ik geen verstand van romans, ik heb nog nooit één letter fictie durven schrijven, dus neem ik direct aan dat al hun boeken niets minder dan pareltjes zijn, die stuk voor stuk op vernieuwende en verfrissende wijze de tijdgeest genadeloos op de pijnbank leggen. Maar zien we wel genoeg wat voor leed er achter die meesterwerkjes schuilgaat? Wat een uitzichtloos en ondraaglijk bestaan de auteurs moeten accepteren om in de kunst hun ei kwijt te kunnen?

Zelfbeklag als marketing?

Gelukkig is daar de column van Bekkering: ‘Ja, er zijn dromen uitgekomen. Ik debuteerde met een roman, ik werd eindelijk schrijver. Verder hoef ik niet veel, niets groots. […] Tenzij er een wonder gebeurt (een bestseller?) denk ik niet dat ik méér ga verdienen, ik kan niet harder werken dan ik al doe, en de huren gaan niet dalen.’ Dat je ergens anders zou kunnen gaan wonen, in ‘de provincie’ bijvoorbeeld, is uiteraard uitgesloten. Dat je een minderwaardig baantje, zoals boekenrecensent voor een landelijk dagblad, om maar iets te noemen, zou moeten accepteren is natuurlijk een ondraaglijke gedachte.

Is het pure marketing, dat wentelen in het zelfbeklag, dat slachtofferschap van jonge schrijvers? Nee, dat mogen we niet denken. Misschien is het simpelweg het feit dat het besef dat schrijven lijden is, en dat de schrijver precies daar plezier uit haalt, in deze decadente tijd onverteerbaar is geworden. Laat dan de grote Rainer Maria Rilke tot troost zijn, die in zijn Brieven aan een jonge dichter met spijt bekent dat hij de adressant geen van zijn eigen boeken kan toesturen: ‘Maar ik ben heel arm en mijn boeken behoren, zodra ze eenmaal zijn verschenen, niet meer aan mij toe. Ik kan ze zelf niet kopen – laat staan ze, zoals ik zo dikwijls zou willen, geven aan hen die ze met tedere zorg zouden omringen.’

Geerten Waling is historicus.

In een eerdere versie van deze column stond dat Persis Bekkering, Hanna Bervoets en Joost de Vries in Vrij Nederland uitvoerig uitweidden over de kommer en kwel van het schrijversbestaan. Het woord ‘uitvoerig’ was hier niet op zijn plaats. Dat is daarom weggehaald.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden