Opinie

Opinie op Zondag: 'In een democratie moet het debat onstuimig gevoerd kunnen worden, minister Ollongren'

Prikkelende opinies op een dag dat u er tijd voor heeft: de Volkskrant presenteert elke zondag een bijdrage van een vaste club van acht auteurs. Later vandaag classica Rosa van Gool. Nu is het de beurt aan historicus Geerten Waling.

Beeld anp

Sinds de Amerikaanse presidentscampagne van 2016 praten we met grote zorg over nepnieuws. Het verwijt vloog over en weer: tegenover het 'fake news' van CNN verkoos Trump de 'alternatieve feiten', oftewel botte leugens, aldus het andere kamp. Een nieuw 'feitenvrij' tijdperk werd aangekondigd. Maar hoe nieuw is dat? Al zolang nieuws bestaat, wordt ook dikwijls een loopje genomen met de waarheid.

Politici zijn, als het om feiten gaat, niet te vertrouwen: die hebben een ideologische agenda, net als veel media en wetenschappers overigens. Martin Sommer noemde dat ooit, in reactie op migratiehistoricus Leo Lucassen, 'de gelijkhebberigheid van de betere feiten'. Zelfs statistici, de hoeders van de feiten, zijn er zelf uitermate goed in om cijfertjes in hun voordeel uit te leggen: als de absolute aantallen je punt niet bevestigen, dan kun je die altijd omzetten in percentages, of in misleidende tabellen, of je past de periode gewoon een beetje aan, zodat een grafiek opeens sterk lijkt te stijgen of dalen.

Enige zekerheid

Dat iedereen de waarheid naar eigen inzicht weergeeft, of inkleurt, is de enige zekerheid die we hebben. Dat is in principe niet erg. In een open debat kunnen vooringenomenheden worden benoemd en drogredenen worden gefileerd. En dat is precies waar bestuurders de kriebels van krijgen: een open debat. Het liefst timmeren zij dat dicht met wetgeving.

Zo heeft Duitsland inmiddels een censuurwet ingevoerd waarbij sociale media zélf worden geacht nepnieuws binnen 24 uur te verwijderen - anders dreigt een miljoenenboete. Dit is voor Facebook en Twitter, die doorgaans toch al vergaand ingrijpen om hun platformen 'veilig en inclusief' te houden (newspeak voor censuur), slechts de laatste kleine aansporing om nu polemisten en zelfs politici enthousiast, en vaak preventief, te verbannen vanwege stevige, maar niet per se onwettige, uitspraken. Zorgwekkend. Zou een rechtsstaat niet zelf in staat moeten zijn om burgers (louter achteraf) te vervolgen voor strafbare uitspraken?

President Macron voert binnenkort eenzelfde censuurwet door in Frankrijk en deze kwalijke trend zette minister Ollongren, als ze al enige aansporing nodig had, ertoe aan om ook in Nederland het gevaar van 'nepnieuws' aan te kaarten. Alleen had Ollongren zich er wat op verkeken dat er voor overheidsingrijpen in het vrije, open debat wel heel goede redenen moeten zijn. Haar pleidooi voor anti-nepnieuwswetgeving berustte op niet veel meer dan... tja, nepnieuws?

Open debat

Een bepaalde Russische website zou onder de huisstijl van de Nederlandse overheid nepnieuws verspreiden, maar welke site dat precies was kon de minister niet vertellen. Haar enige andere voorbeeld was het filmpje van gemaskerde soldaten, die twee jaar geleden namens Oekraïne dreigden aanslagen te plegen als Nederland tegen het EU-Associatieverdrag zou stemmen. Inderdaad, dat bleek een Russische 'trolactie'. Best aanmatigend eigenlijk, dat onze minister überhaupt denkt dat Nederlandse kiezers zich zouden laten chanteren door die gemaskerde mafkezen. En belangrijker: hebben we daar nou wetgeving voor nodig? Het was binnen een paar dagen duidelijk dat het filmpje nep was en op de referendumcampagne had het nauwelijks invloed. Kan de minister misschien eens een goed voorbeeld geven?

Neen. Want precies daar zit het voordeel van een open debat: zodra iemand onzin beweert zijn er genoeg journalisten en burgers die dat in een mum van tijd hebben blootgelegd. De angel is er dan meteen uit en wie het nepnieuws opgewonden heeft rondgetwitterd staat voor schut. Zo gaat het keer op keer. Een goede democratie berust op een radicaal open debat, waarin zin van onzin wordt onderscheiden en de beste argumenten komen bovendrijven.

De vrijheid van meningsuiting is nooit volledig. Zo zijn smaad, laster en bedreiging gewoon strafbaar - en in Nederland helaas ook het veel vagere 'aanzetten tot haat'. De rechtsstaat heeft al genoeg instrumenten om 'opiniedelicten' aan te pakken. Maar het debat moet wel onstuimig gevoerd kunnen worden, daarbij horen ook onwelgevallige en kwetsende meningen, mevrouw Ollongren. Ook dat is democratie. Als die ergens bij gebaat is, dan is het mínder, niet méér overheidscontrole.

Geerten Waling is historicus, onderzoeker aan de Universiteit Leiden en auteur van o.a. Zetelroof (Nijmegen: Vantilt 2017). Samen met Wim Voermans publiceert hij begin 2018 het boek Gemeente in de genen. Tradities en toekomst van de lokale democratie in Nederland (Amsterdam: Prometheus).

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.