Opinie op Zondag Dirk-Jan van Baar

Opinie op Zondag: Ik zeg niet dat het weer 1913 is, maar een déjà vu is het wel

Prikkelende opinies op een dag dat u er tijd voor heeft: de Volkskrant presenteert elke zondag bijdragen van een vaste club auteurs. Later vandaag cultureel psycholoog Keyvan Shahbazi. Nu is het de beurt aan historicus Dirk-Jan van Baar.

Thierry Baudet, fractievoorzitter van Forum voor Democratie, tijdens de ledendag van de partij in het gebouw van de Tweede Kamer, 16 februari 2019. Beeld ANP

‘Jij houdt je te veel met Thierry Baudet bezig’, kreeg ik vorig jaar te horen van een vriend die mij erop wees dat hij maar twee zetels had. Ook nu zal hij zeggen dat acht van de tien mensen niet op hem hebben gestemd. Dus waar maak ik me druk om? Het verschil is dat ik Thierry persoonlijk ken, net als zijn mentor Paul Cliteur, en dat ik de hemelvlucht van Baudet onder mijn neus van start heb zien gaan.

Thierry kwam ik tien jaar geleden voor het eerst tegen op conservatieve borrels in Café Wildschut in Amsterdam, geanimeerde bijeenkomsten met mensen als Frits Bolkestein, Hans Jansen, Herman Philipse en Nausicaa Marbe. Niks mis mee, al vond ik de islamkritiek zwaar aangezet en was er toen al een heethoofd die Iran wilde bombarderen. Een jaar later was ik aanwezig bij Mai Spijkers van Uitgeverij Prometheus, waar Thierry zijn eerste boek aan mr. J.L. Heldring overhandigde. In de jaren daarop kwam ik hem tegen op Clingendael, bij het drukbezochte afscheid van Meindert Fennema (oud-CPN) op de Universiteit van Amsterdam en bij de inaugurele rede van Paul Scheffer in Tilburg. Allemaal hoogst respectabel, zoals Thierry ook voor de redactie van Buitenhof werkte en een column had in NRC Handelsblad. Met Geert Mak, de politieke correctheid zelve, heeft hij een boekje gemaakt. Het maakt van Baudet meer een uitbreker dan een inbreker.

Tikje geobsedeerd

Begin 2016 mocht ik zelf een keer spreken in zijn kelder aan de Keizersgracht, over de eurozone, die ik als voormalig euroscepticus vanwege alle risico’s liever niet ontmanteld zag worden. De zaal met goedgeklede jongeren en een enkele oudere was het niet met mij eens. Na afloop kreeg ik een boek mee, Waarover men niet spreekt van de Vlaming Wim van Rooy, met een lovend voorwoord van Cliteur, waarin ik ben gestrand omdat ik zijn klaagzang over de cultuur-marxistische elites die de westerse beschaving te grabbel gooien niet meer kon volgen. Een jaar later, op de dag dat Trump president werd, hoorde ik Thierry in zijn kelder voor een aantal verblufte journalisten oreren over ons auto-immuunsysteem waarmee iets mis was. Kort daarna, op weg naar een door de Volkskrant georganiseerde bijeenkomst over populisme in Den Haag, waarvoor we beiden te laat waren (ik kwam van een boekpresentatie van Joost Niemöller, die met veel bombarie zijn eerste exemplaar van Kwaad in de Tweede Kamer had uitgereikt aan de toekomstige premier van Nederland, Geert Wilders), tikte hij me op de schouders. Ik vroeg hem hoe het was om fascist genoemd te worden. Dat leek Thierry niet te deren, zoals hij er ook plezier in had om voor een gehoor van diplomaten heel het Ministerie van Buitenlandse Zaken de oorlog te verklaren.

Is het dan gek dat ik een tikje geobsedeerd ben door Thierry? Hij komt uit mijn eigen wereld, niet als tovenaarsleerling, maar als fenomeen dat ik herken uit de boeken die ik las toen ik even oud was als hij. Robert Musil, Thomas Mann, dikke pillen over de angst in Europa voor het opkomende socialisme en het barbaarse Rusland, over de ondergang van het Habsburgse en Ottomaanse Rijk, over Frankrijk tijdens het fin de siècle, een tijdperk vol decadente schrijvers die door zelfhaat en duistere Duitse denkers waren gefascineerd. Friedrich Nietzsche, de alomtegenwoordige filosoof met de hamer, prefereerde zelf overigens de ‘lichte’ Franse geest boven het zware Duitse pathos, dat met de eigen culturele superioriteit dweepte en het oude Europa waar Baudet zo van houdt in twee wereldoorlogen zou vernietigen. Ik zeg niet dat het weer 1913 is, maar een déjà vu is het wel. In de literaire verbeelding, waarin álles kan, ook een terugkeer in de tijd.

Echo van Reve en Mulisch

Baudet is een echo van Gerard Reve en Harry Mulisch, van wie schaker Jan-Hein Donner zei dat het probleem met Harry was dat hij op z’n twaalfde een scheikundedoos had. Vergeet ook niet de universitaire afrekening van W.F. Hermans (Onder professoren). Alle drie flirtten ze met ‘foute’ ideeën, waarbij Reve reactionair was, Hermans nihilist, en Mulisch de bouwer van aan de Griekse Oudheid ontleende luchtkastelen. Met Baudet zou niks aan de hand zijn als hij zich tot schrijven en pianospelen beperkte. Dat past ook beter bij het stamgebied van zijn rebellenclub: Haarlem & Omstreken, de Leidse universiteit, de Concertgebouwbuurt. Nog steeds een bevoorrecht milieu, maar denk honderd jaar terug en zie dat deze burgerwereld, exclusief blank en liberaal, al een eeuw in het gedrang zit onder druk van het na 1917 ontketende plebs, de maagmens en de massademocratie.

Door vanuit zijn ondergrondse kelder de sprong naar de politiek te wagen, vraagt Thierry erom dat hij wordt afgemaakt door de krachten die hijzelf heeft losgemaakt. Ironie? Welnee, ik ben bloedlink op herenclubs die zich bij een goed glas wijn vrolijk maken over de ondergang van de eigen cultuur. Over oikofobie gesproken! Daarbij leert de twintigste eeuw dat de slinger van de geschiedenis korte metten maakt met politieke fantasten. In naam van het volk en de democratie.

Dirk-Jan van Baar is historicus.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.