Opinie op zondag: Halsema als ombudsvrouw met ambtsketting

Prikkelende opinies op een dag dat u er tijd voor heeft: de Volkskrant presenteert elke zondag een bijdrage van een vaste club auteurs. Eerder vandaag classica Rosa van Gool, nu historicus Geerten Waling.

Femke Halsema in 2013. Beeld anp

Naast veel opgewekte en onverschillige reacties op het nieuws dat Femke Halsema burgemeester wordt van de hoofdstad, was er ook het nodige chagrijn. Halsema is politiek sterk geprofileerd, daar maak je nooit vrienden mee. Ze mist bovendien ervaring in het lokale bestuur, wat zelfs door critici van het ‘partijkartel’ als probleem werd genoemd. Bovendien schijnt ze niet altijd zo charmant over te komen als van vrouwen in publieke functies blijkbaar wordt verwacht.

Wel staat Halsema gelukkig bekend als principiële verdediger van rechtsstaat én democratie – helaas een zeldzame combinatie bij bestuurders. We zagen het in haar verdediging van Ayaan Hirsi Ali bijvoorbeeld, in haar strijd voor het referendum en in haar pogingen constitutionele toetsing te introduceren in Nederland. Moreel steekt Halsema als burgemeester nu al met kop en schouders uit boven al die toekomstige collega’s van haar die afgelopen week zo’n schik hadden op het VNG-congres, toen een NRC-columnist zich verkneukelde om de aanslag op een concurrerende krant.

Zware taak

Burgemeester Halsema wacht een zware taak, in meerdere opzichten. Voorganger Van der Laan heeft zich in de loop van zijn burgemeesterschap zo populair weten te maken, dat zijn opvolger tegen schier bovenmenselijk verwachtingen zal moeten opboksen. Het onfortuinlijke einde van zijn burgemeesterschap en leven nam de laatste wrevel over zijn onwennige beginperiode of autoritaire leidersstijl weg en plaatste hem in het pantheon van Grote Amsterdammers, over wie geen kwaad woord mag worden gesproken.

Het burgemeesterschap is op zich al een bizarre functie, en voor een grote stad geldt dat nog sterker. De benoeming geschiedt in een schimmige procedure, die in Amsterdam zo warrig verliep dat het gezag van Halsema al voor haar beëdiging is ondermijnd. En gezag, daar draait het hele ambt om. Als voorzitter van de gemeenteraad én van het college, als verantwoordelijke voor orde en veiligheid, als boegbeeld van de stad in binnen- en buitenland, als leidinggevende van ambtenaren – het leven van een burgemeester valt of staat met gezag.

Dat gezag berust in Nederland niet op democratische verkiezingen, maar op veel subtielere en verraderlijker vormen van aanzien en prestige. Een deel daarvan komt gelukkig met de functie. Het kabinet van de Amsterdamse burgemeester is zich daar zeer van bewust. Het ‘Sinterklaaseffect’, zo noemen ze het daar. De burgemeester komt een zaal binnen en mensen gaan zich anders gedragen. Zelfs ambtenaren, naar het schijnt. (Die krimpen of groeien een stukje, zoals hondjes doen voor een vals of een lief baasje, zo stel ik me voor.)

Stadskoningin

Behalve op het terrein van de veiligheid is de uitvoerende macht van de burgemeester enorm beperkt. In ambtelijke kringen dweept men graag met het boek van Benjamin Barber, If Mayors Ruled the World. Helaas wordt daarbij vaak vergeten dat Barber uitging van miljoenensteden waarin burgemeesters verkozen worden en waar de bevolking meer vertrouwen heeft in het lokale bestuur dan in de nationale overheid. Beide zaken liggen in Nederland net even anders.

Naar Nederlandse traditie en realiteit kan de burgemeester dus geen stadspresident zijn. Zij is gebonden door de wet, beperkt door wethouders en raadsleden met wél een democratisch mandaat, dagelijks gestoord door ambtelijke twisten en bestuurlijke crises – en dan moet zij ook nog eens geliefd zien te worden onder de inwoners. Geen stadspresident dus, eerder een stadskoningin met bestuursverantwoordelijkheid.

In heel Nederland worstelen burgemeesters met hun positie. Waar halen ze hun gezag vandaan? Dat is toch in de eerste plaats van de straat. Zeker in Amsterdam, waar het miljoenentoerisme, de droogkokende huizenmarkt en een verdwijnende sociale cohesie het straatbeeld dagelijks bepalen, zoeken burgers herkenbaarheid en erkenning. En dát kan een burgemeester dan weer wel bieden. Een luisterend oor, maar beter nog iets meer dan dat. Ze kan vragen en problemen uit de samenleving doorgeleiden naar de juiste wethouder of afdeling, en controleren of er echt iets mee gebeurt. Dáár ligt de toekomst voor de grootstedelijke burgemeester in Nederland. Niet als Sinterklaas wellicht, maar wel als ombudsvrouw met ambtsketting.

Geerten Waling is historicus, onderzoeker aan de Universiteit Leiden en auteur van o.a. Zetelroof (Nijmegen: Vantilt 2017). 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.