opinie op zondag Arnout Brouwers

Opinie op Zondag: Gooi in het immigratie-debat het kind niet met het badwater weg

Prikkelende opinie op een dag dat u er tijd voor heeft: de Volkskrant presenteert elke zondag twee bijdragen van een vaste club van acht auteurs. Later vandaag cultuurhistoricus Thomas von der Dunk, nu historicus Arnout Brouwers.

De Franse minister Robert Schuman spreekt in 1948 tijdens de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties, waarbij De Universele Verklaring van de Rechten van de Mens werd aangenomen. Foto AFP / ten laste van ONLINE

Onlangs publiceerde Martin Sommer een stuk  (gebaseerd op een toespraak voor EU-ambassadeurs) waarin hij de mensenrechten ontdekt als een van de zeven plagen van deze tijd. Mensenrechten hebben geleid tot massa-immigratie, constateert Sommer, want ze weerhielden ons ‘steeds opnieuw’ ervan vluchtelingen en huwelijksmigranten tegen te houden.

Maar er is meer. De opkomst van mensenrechten ‘als dominante doctrine’ na de val van de Muur heeft geleid tot ‘een geatomiseerde samenleving, van abstracte individuen als rondzwevende atomen, wel voorzien van rechten maar zonder geschiedenis, zonder samenhang en zonder gedeeld lot’. Kijk maar naar Europa: ‘niet in staat aan te wijzen waar de Europese buitengrens ligt […] en niet in staat om een maximum te geven van de wenselijke immigratie’. En dat allemaal door die verduivelde mensenrechten, die nu als ‘bedreiging’ geworden gezien, door ‘meerderheden’ nog wel.

Homogeniteit verloren, rampspoed geboren. Het is bij sommigen in opinieland met immigratie net als met de islam: veel moet wijken om deze twee gevaarlijke fenomenen te stoppen. Nu dus ook de mensenrechten, want die zitten in de weg.

Geen linkse hobby

Ook de feiten zitten in de weg, en de geschiedenis zelve. Want ‘mensenrechten’ zijn geen uit de hand gelopen linkse hobby uit de jaren zestig en zeventig, zoals Sommer suggereert, maar het resultaat van de eeuwenlange ontwikkeling van politieke en individuele rechten op de met geweld verdedigde, door God verleende autoriteit van koningen en tirannen.

Na de grootste wereldbrand en de grootste misdaden tegen de menselijkheid ooit (Adolf Hitler, WO2 en de Holocaust) – werden deze rechten universeel verklaard en onderdeel van de door Roosevelt gepromote Verenigde Naties. Dat was trouwens in opzet geen praatclub maar een concert van grootmachten die samen een nieuwe grote oorlog moesten voorkomen. En ja, daar hoorden uiteindelijk ook het Vluchtelingenverdrag toe en het latere supplement. Vluchtelingenstromen waren trouwens een eeuw geleden ook al onderwerp van veiligheidspolitieke consideraties en onderhandelingen, daar is op zich niets nieuws aan.

Sommer citeert Kissingers laatdunkende mening over de Helsinki Akkoorden van 1975, waarin in het ‘derde mandje’ ook ruimte was voor mensenrechten. Maar dat idiote derde mandje van Helsinki bleek achteraf een enorme impuls te hebben gegeven aan de ontwikkeling van een civil society in Sovjetstaten – een steun in de rug die dissidenten hielp het communisme van binnenuit te breken. Sorry, Mr. Kissinger, history has proven you wrong.

Spanning

Natuurlijk is er spanning tussen machtspolitiek en mensenrechtenpolitiek. Niemand ontkent dat. Maar in het debat tussen ‘realisten’ en ‘idealisten’ doet niemand alsof elementaire mensenrechten zélf het probleem zijn, het debat gaat over hun plaats in buitenlands beleid.

Neem Stephen Walt, een hard core realist die doceert aan Harvard en meent dat oorlogen uit ‘idealisme’ of om de mensenrechten veel kwaad veroorzaakt hebben. Maar net zo scherp als zijn afkeuring van het democratisch imperialisme van Clinton en Bush jr is zijn hoon voor Trump die autoritaire leiders prijst van Peking tot Moskou en Boedapest. ‘Amerika is vaak inconsistent geweest bij zijn steun voor democratie en heel bereidwillig om zich te alliëren met dictators en tirannen als er belangrijke strategische zaken op het spel stonden. Maar het is een ding te erkennen dat er soms moeilijke afwegingen gemaakt moeten worden tussen politieke kernwaarden en andere belangen - en heel iets anders om onze waarden compleet te vergooien en leiders te prijzen die ze dagelijks vertrappen.’

Die grens hoeven commentatoren in Europa niet over te gaan, lijkt me, zelfs niet als ze vrezen voor immigratie. Net zo min als het – in het andere kamp in dit debat - nodig is de mensenrechten of het Vluchtelingenverdrag te verabsoluteren of mensen met zorgen over immigratie te verketteren.

En dat hoeft ook niet.

Hurst Hannum, een Amerikaanse professor in de mensenrechten, luidde twee jaar geleden in een essay de noodklok. ‘Mensenrechten dreigen het slachtoffer te worden van hun eigen succes’, schreef hij – omdat activisten die azen op sociale veranderingen telkens nieuwe rechten bedenken (‘mensenrechteninflatie’) en omdat overheden mensenrechten in dienst stelden van geopolitiek (regimeverandering, etc).

Hannum pleit voor ‘radicale bescheidenheid’ die mensenrechtennormen eert en bevordert, zonder ze ‘te vervormen of te vergoddelijken’. Hij herinnert eraan dat mensenrechten niet in steen gebeiteld aan ons zijn overgeleverd: ‘de opstellers van de Universele Verklaring en navolgende documenten begrepen dat rechten op legitieme wijze beperkt kunnen worden door andere rechten of belangen.’

Er is dus ruimte voor genuanceerd debat, maar gooi het kind niet met het badwater weg.        

Arnout Brouwers is historicus en journalist. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.