Opinie op Zondag Dirk-Jan van Baar

Opinie op Zondag: Europa kan militair helemaal niet op eigen benen staan

Prikkelende opinies op een dag dat u er tijd voor heeft: de Volkskrant presenteert elke zondag bijdragen van een vaste club auteurs. Later vandaag cultureel psycholoog Keyvan Shahbazi. Nu is het de beurt aan historicus Dirk-Jan van Baar.

Europese studenten, gekleed in klederdracht, bezoeken het Europees Parlement in Straatsburg in 2006. Beeld AFP

Je leest vaak dat Europa in deze tijd van Trump, Poetin en een opkomend China minder naïef moet worden. Macht mag voor Europa niet langer een vies woord zijn, wij moeten meer op eigen benen staan. Ook Mark Rutte zei zoiets in zijn Churchill-rede in Zürich, al moet ik altijd even met de ogen knipperen bij een premier onder wiens leiding de Nederlandse krijgsmacht is wegbezuinigd en die het hartstikke goed vindt dat spijbelende scholieren voor het klimaat de straat opgaan. Naïef is Rutte overigens allerminst. Hij weet precies tegen wie hij wat moet zeggen. Om die reden ziet menigeen hem al als toekomstig Europees president.

Zelf heb ik nooit gedacht dat Europa in een cocon lag waar macht er niet toe deed. De Koude Oorlog was geen vakantie van de wereldpolitiek en het IJzeren Gordijn was amper doorgeknipt, of je kon in Joegoslavië al niet meer veilig naar het strand. Als er iets een slecht idee is, dan zijn het Balkanvolken die zelfstandig verder willen, dat loopt altijd op schieten uit. Ook de Irakoorlog bracht Europa geen strategische luwte, zoals de Arabische Lente geen lente bracht. Europa is hoe dan ook met de wereld verbonden, na 1945 meer als speelbal dan als continent dat kort de wereld overheerste. Misschien moeten we eens ophouden met dat kinderlijke idee dat na elke internationale machtsverschuiving het moment is aangebroken dat Europa het heft in eigen handen neemt en ‘volwassen’ wordt als Amerika, Rusland of China. Dat moment is voorbij, en dat is maar goed ook.

Taai integratieproces

Naar mijn idee wordt nog altijd te weinig begrepen dat de EU een pacificatieproject is waarbij de lidstaten zichzelf aan banden leggen. Daardoor kan Europa geen vuist naar buiten maken. De grootste bijdrage van Europa aan de wereld is dat de Europese landen gestopt zijn onderling oorlog te maken en hun rivaliteiten niet meer naar buiten richten, wat in de koloniale tijd, toen iedereen naar zelfvoorziening streefde, juist wel gebeurde. Niet dat die pacificatie een gegeven is, er kunnen altijd weer omstandigheden ontstaan waaronder nieuwe conflicten uitbreken. Maar de hele werking van de EU is erop gericht die zoveel mogelijk te smoren en ervoor te zorgen dat de eigen club niet uit elkaar valt. Ook de Brexit heeft dat niet kunnen doorbreken. Met minder dat een maand te gaan is de EU nog steeds een gesloten blok en weten de Britten zelf niet hoe het verder moet.

Dat laat zien dat het integratieproces veel taaier is dan de buitenwereld denkt en dat de Europese landen zich ook weer niet zo makkelijk uiteen laten spelen. Zeker, de Chinezen hebben voet aan de grond gekregen via investeringen in Griekenland en Tsjechië, Poetin moedigt populisten aan naar model van Viktor Orbán in Hongarije, en Trump heeft het speciaal op Duitsland gemunt. Maar de (dreigende) handelsoorlog tussen Amerika en China, en de opzegging van het INF-verdrag tussen Washington en Moskou, wijzen nog niet op een structurele omkering van allianties. Trump heeft de Europese bondgenoten en de Navo openlijk de wacht aangezegd, maar gedraagt zich als zo’n ongeleid projectiel dat niemand hem echt op de proef wil stellen. De Amerikaanse president werkt zo afschrikwekkend, ook richting Poetin, van wie Trump zich voor zijn politieke overleven niet nog afhankelijker mag maken, dat we pas onder zijn opvolger kunnen vaststellen of de strategische verhoudingen werkelijk zijn gewijzigd.

Geschenk voor de vijand

Natuurlijk moet de EU daarbij nadenken over haar rol in de wereld, maar die wordt niet beter met vage ambities richting Europese defensie. Bij gebrek aan een gemeenschappelijke dreiging kan dat slechts tot onderlinge spanningen leiden, een geschenk voor haar vijanden. Een Europees leger is alleen denkbaar als doodgeboren kindje (overleden in 1954), of als ‘snelle interventiemacht in oprichting’, het eurocorps dat we al sinds de jaren negentig in Straatsburg hebben onder leiding van Luxemburgers en Belgen. Daar wordt niemand bang van. De Navo, hoe disfunctioneel ook, heeft nog altijd het voordeel dat het opperbevel is gecentraliseerd, waardoor de Europese landen op eigen houtje geen gekke dingen kunnen doen. Trump en de brexiteers zijn al gek genoeg en niemand zit te wachten op een Duitse vinger aan de atoomtrekker, ook de Duitsers zelf niet.

De EU is een statengemeenschap, en die kunnen geopolitiek niet op eigen benen staan. Kijk naar Zwitserland, op papier het meest soevereine land ter wereld, maar ook een confederatie zonder sterk centraal gezag die omwille van de eigen interne vrede een strikte neutraliteitspolitiek tegenover de buitenwereld voert. Zo klein als Zwitserland is de EU niet, maar het Zwitserse voorbeeld geeft voor Europa wel de grenzen van strategische autonomie aan. Macht is in Europa geen vies woord, maar om de interne vrede te bewaren draait alles om het organiseren van tegenmacht. Wie dat negeert en van een sterk militair zelfstandig Europa als geopolitieke wereldspeler droomt, is pas echt naïef.

Dirk-Jan van Baar is historicus.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden