Opinie

Opinie op Zondag: 'Die hartvrees om het sterven van ons kind is nieuw in ons leven'

Prikkelende opinies op een dag dat u er tijd voor heeft: de Volkskrant presenteert elke zondag twee bijdragen van een vaste club van acht auteurs. Later vandaag historicus Geerten Waling, nu is het de beurt aan schrijver Sarah Sluimer.

Lissabon. Beeld anp

Terwijl de zon zoemend boven de Taag hangt overwegen mijn vriend en ik op het terras in Lissabon of het raar is het kind nog eens te Facetimen. 's Ochtends hebben we al tien minuten als idioten hardop schreeuwend met hem gecommuniceerd. We riepen poes en papa en sloegen met onze handen op ons hoofd, waarna hij dat ook deed. Het is de eerste vakantie zonder hem en we schommelen continu tussen een bijna gevaarlijk gevoel van tomeloze vrijheid, ouderschuld en doodsangst.

Die ijskoude hartvrees om zijn sterven is nieuw in ons leven. Stel je toch voor, zo fantaseren we gretig om onze demonen uit te bannen. Stel je voor dat hij dood is en de grootouders het eerste uur ons niet durven te bellen. En dat ze dat uiteindelijk toch doen. Dat telefoontje. En dat je dan in een waas het vliegtuig pakt, je spullen vergeet. Zwijgend naast elkaar zit, drie uur lang. Veel te lang. Waren we maar nooit van huis gegaan. Wat er na de landing gebeurt, daar wil mijn hoofd niet aan.

Ik zoek een filmpje op van mijn zoon. Hij zit te giechelen met zijn opa. Hij leeft zo hard dat hij altijd rode blossen van vreugde op zijn wangen draagt. Alles wiebelt aan hem. Alles is vibrant.

Je zwartste zwart

Alsof de duivel ermee speelt lees ik het boek Hex van Thomas Olde Heuvelt. Het gaat over een Nederlands dorpje, waar een heks rondwandelt. De mensen hebben geleerd met haar te leven. Ze doet niets. Tot het wankele evenwicht verstoord wordt en alles eindigt in het meest absurde, helse pandemonium dat ik ooit las. Ik griezel. Niet door die heks, maar door het tomeloze verdriet dat onder de soms onhandige zinnen zit. Het gaat precies over de nieuwe angst die me in bezit heeft genomen. Het verlies van een kind, de eindeloze rouw, vertaald in onbegrepen gruwel.

Weg ermee, gedachten op nul. Even wandelen. De dagen duren lang hier. We zoeken naar een manier om uit te rusten zonder in lethargie weg te zakken. De stad is veilig, rustig. Geen agenten met machinegeweren op straat. Geen protesten. Iedereen leeft maar zo'n beetje voort. Een oase ver weg van schreeuwdebatten en moreel, doch obligaat gelijk. Ik lees over het echtpaar dat de struikelsteen niet voor hun huis wilde hebben. Hoe ze op social media zo volkomen door de mangel gehaald werden dat ze hun meest intieme verdriet wel moesten delen. Wees niet boos op ons, we verloren een kind. Er is geen verstopplaats meer in 2017. Geef je zwartste zwart aan de meute, anders vreten ze je op. Ik wil naar huis, het warme velletje van mijn zoon voelen. Ik weet niet precies waarom het me nu zo overvalt. Misschien omdat het hier zo kalm is dat slechts het allerbelangrijkste in je leven je hoofd vult.

Ik bedenk me, zoals iedereen op vakantie, hoe verslaafd ik ben aan futiliteiten. Elk uur gevuld met kleine momenten van verontwaardiging. Ik kijk even naar mijn Twittertimeline. En het lijkt opeens alsof al die tweets van één iemand komen. Een schizofrene man die dan weer schreeuwt over het bordkartonnen elan van Jesse Klaver om daarna te vrezen voor de wortelkanaalbehandeling die hem vandaag te wachten staat. Scroll scroll. Foto van een poes. Theodor Holman is een vieze oude vent. Scroll. En dan zie ik de foto.

De man, zijn gezicht is niet eens meer menselijk. Een grote scheur van zielenpijn waar z'n gezicht moet zitten. Hij heeft twee kinderen vast, in witte lakens. Ze zijn dood, natuurlijk zijn ze dood. Onaangetast glad is hun huid. En natuurlijk stopt de wereld even bij die foto en de andere foto's van de gifgasaanval die nog volgen. Niemand heeft er woorden voor, mensen huilen bittere tranen. Iedere vader of moeder kan iets van dat vantablack waarin die man onherroepelijk gestort is in zichzelf oproepen.

Wat een geluk

We zijn allemaal verdrietig. We zijn allemaal bang. Die schizofrene man is een vat vol vrees die alles maar van zich af gilt om niet te veel te hoeven denken aan die dag waarop zijn wereld zomaar in elkaar kan storten. En zo hoort het ook. Het heeft geen enkele zin om te lang stil te staan bij je diepste paniek. Bestaan zal je, met een lach op je gezicht en de dagelijkse ophef als uitstel van de executie in je vuist geklemd.

Morgen bellen we het kind weer en tussen het overgaan van de telefoon en de vrolijke stem van mijn moeder zullen er vijf seconden zitten waarin we onze adem inhouden.

Wat een geluk om zoveel van iemand te houden, wat een opgave om een mens te zijn.

Sarah Sluimer (1985) is schrijver, interviewer en van oorsprong dramaturg. Ze werkt aan haar romandebuut bij Atlas/Contact en schrijft voor verschillende media waaronder De Correspondent. Ze staat graag op een podium. De columnbundel die ze met haar vriend Willem Bosch schreef over hun eerste jaar als ouders (Ontaarde Ouders, Lebowski Publishers) is net uit gekomen. Het komende jaar werkt ze onder meer aan een pamflet over feminisme.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden