Opinie op Zondag Rosa van Gool

Opinie op Zondag: Deze tijd van bureaucreatie kan wel iets meer Reviaanse arrogantie gebruiken

Prikkelende opinies op een dag dat u er tijd voor heeft: de Volkskrant presenteert elke zondag een bijdrage van een vaste club auteurs. Vandaag classica Rosa van Gool.

Karel van het Reve, hoogleraar Slavische letterkunde en correspondent in Moskou, bij het Interacademiaal Oost West Congres, 15 januari 1969. Beeld ANP

De paarse krokodil is met afstand het beste reclamespotje uit de Nederlandse televisiegeschiedenis. Het plastic dier staat al vijftien jaar symbool voor overdreven regelzucht en bureaucratie: in 2006 werd er zelfs een wetswijziging naar de krokodil vernoemd en ook nu is het paarse beest weer in het nieuws. Dinsdag beschreef Toine Heijmans in deze krant hoe een aantal huisartsen sinds kort de vele nutteloze verwijsbrieven die zij dagelijks moeten schrijven voorziet van een stempel van een paarse krokodil, als daad van stil protest. Zoals Heijmans opmerkt, komt overmatig papierwerk voort uit verantwoordingsbehoefte. Dat woord slaat, voor de duidelijkheid, voornamelijk op de behoefte van de leidinggevende of inspectie, niet op die van degene die de papieren ook daadwerkelijk in moet vullen.

De paarse krokodil drijft niet alleen huisartsen tot waanzin. Ook in de ouderenzorg, ziekenhuizen, de ggz, en in alle lagen van het onderwijs is de hoge administratiedruk een veelgehoorde klacht. Het is een gekke tegenstelling dat juist in deze beroepen, die bij uitstek draaien om mensen, de toch al zo schaarse werknemers zich een aanzienlijk deel van hun tijd door stapels papier heen zitten te worstelen. Er moeten jaarplannen, schoolgidsen, en onderzoeksagenda’s gevuld worden, die vervolgens door inspecties en visitatiecommissies gelezen kunnen worden, zodat zij daarop hun beoordeling kunnen baseren, waarop onderwijs- en zorginstellingen weer een rapport hebben waarvan zij een pdf-bestand op hun website kunnen plaatsen onder het kopje ‘kwaliteitszorg’.

Bruine enveloppen

Ook in het hoger onderwijs kunnen ze er wat van. Al in 1976 schreef Karel van het Reve een artikel waarin hij klaagde over de toenemende regeldruk aan de Universiteit Leiden. Van het Reve, hoogleraar slavistiek, beschrijft hoe het stapeltje bruine enveloppen dat hij over beleids- en bestuurszaken ontvangt elk jaar iets dikker wordt. Veel last heeft hij daar niet van, want hij gooit ze nog steeds ongelezen weg: ‘Het is, zoals iedereen uit ervaring weet, niet mogelijk om alles te lezen wat in die enveloppen zit en daarnaast ook nog iets aan je vak te doen.’

Anno 2019 zou Van het Reve het vanwege deze volstrekt ondiplomatieke houding nooit tot hoogleraar hebben geschopt. Een belangrijke taak van de moderne hoogleraar, zeker in bedreigde vakgebieden zoals taal- en cultuurstudies, is het onderhouden van goede contacten met het faculteitsbestuur en eigenlijk iedereen die hoog in de universiteitsboom zit, want daar wordt het geld voor formatieplaatsen verdeeld.

Daarmee wil ik het universitaire verleden trouwens niet te veel romantiseren, want ook in 1976 had een volstrekt gebrek aan diplomatie al nadelige gevolgen. Van het Reve mag geen advertentie laten plaatsen om een opvolger voor een vertrekkende collega te werven, omdat de decaan teleurgesteld is in de sectie slavistiek: het is onduidelijk hoe het bestuur van de sectie samengesteld is en tot overmaat van ramp is bovendien de projectinventarisatie niet op orde. Ook heeft het, vermoedt Van het Reve, te maken met het wat al te beknopte ‘programma’ – een soort beleidsplan – dat zijn afdeling een jaar eerder had ingeleverd: ‘Wij hebben [...] een kort briefje gestuurd dat onze sectie zich bezighield, en van plan was zich in de toekomst bezig te houden, met de studie der slavistiek.’

Motie van wantrouwen

Natuurlijk zijn heus niet alle vormen van beleid, protocol of administratie nutteloos. En natuurlijk is het best arrogant om bruine enveloppen steevast ongelezen weg te gooien en een éénregelig beleidsplan in te leveren. En toch zou deze tijd best iets meer Reviaanse arrogantie (van Karel dan) kunnen gebruiken. Want zelfs als de papieren werkelijkheid even belangrijk gevonden wordt als dat wat in beleidstermen ‘het primaire proces’ heet, is dat veel te belangrijk. Dat is niet alleen erg omdat het soms pure tijdverspilling is, maar ook omdat de groeiende verantwoordingsbehoefte voelt als een motie van wantrouwen. Nogal wrang tegenover de werknemers in deze sectoren, die doorgaans juist bovengemiddeld betrokken zijn bij hun werk.

Er is uiteraard wel iets van kwaliteitscontrole nodig op publieke voorzieningen, maar zou een praktischer, minder papier-producerende vorm niet veel effectiever zijn? Alle tijd die inspecties en visitatiecommissies nu besteden aan het toetsen van ronkende beleidsplannen aan een zo abstract mogelijk geformuleerd lijstje kwaliteitsindicatoren, kunnen ze dan extra doorbrengen op de werkvloer en in gesprek met betrokkenen, om te zien wat er goed en slecht gaat en waar nu echt behoefte aan is. Ik hoop dat er op meer plekken – ziekenhuizen, ggz-instellingen, scholen, universiteiten – kleine krokodillen van paarse inkt zullen opduiken. Want wat Van het Reve in 1976 nog als schrikbeeld schetste – dat universiteiten steeds meer bevolkt zouden worden door mensen ‘die ervan houden woorden als ‘contournota’ en ‘stuurgroep’ in de mond te nemen’ – klinkt ruim veertig jaar later niet alleen voor de academische wereld akelig accuraat.

Rosa van Gool is classica en publicist.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden