Opinie op zondag: ‘Artsen, verwerk
terminale patiënten niet tot proza’

Prikkelende opinies op een dag dat u er tijd voor heeft: de Volkskrant presenteert elke zondag een bijdrage van een vaste club auteurs. Eerder vandaag historicus Willem Melching, nu journaliste en historica Daniela Hooghiemstra.

Transport van een patiënt in een ziekenhuisbed in het Ikazia-ziekenhuis in Rotterdam. Foto: ANP

Als artsen zich concentreren op het genezen van een ziekte, vergeten ze soms wie degene is die aan de ziekte lijdt, weten ze soms niet de juiste woorden te vinden als genezen niet mogelijk is, of vinden ze dat hun taak er dan wel op zit. Zo maken ze de pijn van een ziek- of sterfbed soms groter, in plaats van kleiner.

Terecht wordt steeds meer aandacht besteed aan de menselijke kant van het al dan niet genezen. Het Rotterdamse Erasmus-ziekenhuis laat studenten tegenwoordig een ‘horktest’ doen. Wie onder de norm scoort, komt niet binnen.

Emotioneel opgaan in patiënten

Maar het ‘empathie éérst’-gesternte waaronder artsen de laatste tijd opereren, leidt ook weer tot nieuwe problemen. Longarts Sander de Hosson, gaat emotioneel zo op in zijn patiënten, dat hij columns over hen is gaan schrijven voor het Dagblad van het Noorden. De bundeling daarvan, Slotcouplet, kwam onlangs hoog binnen in de bestseller top-60.

‘Dag mooie patiënt’, schrijft hij in een van de columns, ‘wat ging het ineens snel, die laatste uren. Vannacht was je binnengekomen met benauwdheid en later ook een beetje koorts. De foto toonde de bekende tumor, maar omdat je nu veel benauwder was dan eerder, had ik je door de scan gehaald. Het waren niet de longembolieën waar ik even aan dacht, maar een snel uitbreidende longontsteking rond die tumor van je. (…) Wat suisde je mooi uit het leven. Je vrouw aan je zijde, je kinderen en kleinkinderen om je bed.’

Over een andere patiënt: ‘Ik pak haar hand vast en kijk in haar diep grijze ogen. Die warmte, die wijsheid. Ze stellen de vraag opnieuw zonder het te zeggen. En op mijn beurt vertel ik haar dat de medicijnen die de benauwdheid zo goed kunnen remmen, voor haar klaarstaan.’

In stervensporno vereeuwigd

Het is goed als artsen in hun patiënten geïnteresseerd zijn. Maar de columns van De Hosson roepen de vraag op hoever die belangstelling moet gaan, en of de mensen die aan de zorg van artsen zijn toevertrouwd, er wel bij gebaat zijn om door hen in personages veranderd te worden. Tegen de tijd dat ik het leven uit ga ‘suizen’ word ik althans waarschijnlijk toch nog liever ouderwets vernederd, dan dat ik begripvol word omarmd en dan in sterfporno vereeuwigd. Hoe geborgen kan ik mij voelen in het besef dat mogelijk niet alleen ik, maar ook de column van mijn arts de deadline nadert? Het feit dat De Hosson achter ieder overlijden een ‘prachtig verhaal’ ziet, zoals hij onlangs in de Volkskrant  verklaarde, doet mij het Wilhelmina Ziekenhuis te Assen waar hij is aangesteld, voorlopig maar even mijden.

Emoties moeten niet alleen zoveel mogelijk geuit, maar ook met iedereen gedeeld. Dat geldt niet alleen voor mijn veertienjarige dochter, maar tegenwoordig dus ook voor artsen. Een co-assistente stortte onlangs in een medisch vakblad haar hart uit over de ‘natuurlijke walging’ die haar overviel op de afdeling gynaecologie van een ziekenhuis. Na het verwijderen van een vaginale cup, zo schreef ze, zou ‘gele vla’ voor haar ‘nooit meer hetzelfde zijn’.

Kwetsbaarheid opzuigen

Handelen en spreken vanuit het hart lijkt een mooi streven. Maar voor het vertrouwen van patiënten in hun behandelaars lijkt het me niet altijd zo bevorderlijk. Zij kloppen niet bij artsen aan in de hoop op een nietsverhullende, diepe band met hen, maar op genezing. En als dat er niet in zit, zijn ze gebaat bij inlevingsvermogen, niet bij artsen die hun kwetsbaarheid opzuigen, om er vervolgens zelf mee aan de haal te gaan. Als het terminale patiënten om de optekening van hun sterfverhaal te doen is, wenden ze zich, dunkt mij, wel tot iemand die van schrijven zijn vak gemaakt heeft. 

De missie van De Hosson om niet alles in ziekenhuisland te laten draaien om de ziekte, maar ook om de zieke, is een nobele, maar rechtvaardigt niet dat een medicus zijn terminale patiënten tot proza verwerkt.

Daniela Hooghiemstra is journaliste en historica.

Meer over