Opinie

Opinie op zondag: Amper geflirt, later seks - en het internet krijgt altijd de schuld

Prikkelende opinie op een dag dat u er tijd voor heeft: de Volkskrant presenteert elke zondag twee bijdragen van een vaste club van zeven auteurs. Eerder vandaag cultuurhistoricus Thomas von der Dunk, nu filosoof Sebastien Valkenberg.

Kinderen spelen spelletjes op hun smartphone in een migrantengemeenschap in de buitenwijken van Peking, 17 augustus. Beeld afp

Vroeger had je het militair-industrieel complex. Wat het precies behelsde, bleef vaag. De Verenigde Staten zaten erachter, zoveel was duidelijk. Eén ding stond vast: zowat alle maatschappelijke kwalen waren tot het complex te herleiden.

De term raakte in onbruik, maar nu is er een opvolger: het internet. Dat is net zo'n universele verklaring als het complex destijds. Dat bleek deze week weer toen ik Metro (2 oktober 2017) opensloeg. De gratis forensenkrant pakte uit met een groot artikel over de jeugd die steeds later aan seks begint. Aanleiding was een recente studie van onder meer Rutgers.

Uitkomst: pas met 18,6 jaar heeft de helft van de jongeren tussen de 12 en 25 jaar geslachtsgemeenschap gehad. In 2012 lag die leeftijd op 'slechts' 17,1 jaar. Het was niet eens deze verschuiving die verraste, dat deed de verklaring. Moeilijk aan te geven waar de verandering vandaan komt, zei Rutgers nog. Het weerhield een seksuologe in het Metro-artikel er niet van te melden dat internet en sociale media er debet aan waren.

Er gebeurt tegenwoordig weinig op sociaal vlak; flirten is er bijna niet meer bij; het ontbreekt aan echte interactie. Het zijn ferme beweringen, die schreeuwen om empirische onderbouwing. Welke CBS- of SCP-onderzoeken staven de sombere conclusies? Het wordt niet duidelijk.

Slettebakjes

Ondertussen moesten we beseffen dat internetporno jongeren onzeker maakt. Daardoor 'schuiven ze het hebben van seks van zich af', aldus de seksuologe van dienst. Ook appen en Facebooken ze liever of kijken ze Netflix. Seks legt het af tegen bingewatchen.

Internet als de boosdoener, dat is een vertrouwde analyse. Een paar jaar terug woedde die discussie ook al. Alleen - en dat is pikant - moest het internet, samen met andere media, destijds de pornoficatie van de samenleving verklaren.

Het was de tijd dat Hunkemöller ophef veroorzaakte met een reclamecampagne. In de Utrechtse binnenstad hing een groot doek met daarop een model in gouden bikini. Het debat ging over kelderboxen in de Bijlmer. Ze zouden dienen als afwerkplekken voor tienermeisjes. Seks voor een Breezer, dat was de deal.

Geen wonder, vond het gros van de opiniemakers, zien is nadoen. Dat was ook het standpunt van hoogleraar Dorien Pessers. In Vrij Nederland (19 mei 2007) klaagde ze over 'de degradatie van seks tot publiek vermaak. Dan krijg je uiteindelijk, één generatie verder, die slettebakjes op straat. Al die meisjes die waarschijnlijk nog nooit werkelijk bevredigende seks hebben meegemaakt en zich vanaf hun twaalfde, dertiende zó presenteren, omdat ze denken dat het normaal is en dat ze alleen zo aantrekkelijk zijn.'

Airfryer

Meerdere onderzoeken zeiden iets heel anders. Ze wezen uit dat er weinig reden was tot verontrusting. Zelfs het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap had zich over de kwestie gebogen. De veronderstelde link tussen media en een ontspoorde moraal: onvindbaar. Er waren slechts 'op zeer beperkte schaal aanwijzingen gevonden dat het gebruik van (niet-pornografische) geseksualiseerde media samenhangt met grensoverschrijdende attitudes en gedrag.'

Het is dat de termen destijds nog niet bestonden. Anders had Pessers zich schuldig gemaakt aan 'fact free' - of 'post truth'-gesomber.

Zo gemakkelijk is mediakritiek. Het ene moment moesten we vrezen voor 'slettebakjes op straat', luttele jaren later voor jongeren die seks nauwelijks nog kan boeien. Hoe ver kunnen twee scenario's uit elkaar liggen? Toch was er in beide gevallen sprake van één en dezelfde oorzaak: de media in het algemeen en internet in het bijzonder.

Elke week zijn eigen filippica. Deze week ging het over seks, vorige week over smombies - een samentrekking van 'smartphone' en 'zombie'. In Trouw (29 september 2017) waarschuwde filosoof Hans Schnitzler voor een leven in de 'digitale realiteit'. Even swipen of klikken en hup, daar verschijnt de website van je keuze al. Het is belangrijk dat je met weerstand leert omgaan, terwijl internet de illusie zou wekken van een frictieloos bestaan.

Zou het? De 'digitale realiteit' is juist een permanente oefening in tot tien tellen. Deze week bestelde ik een koffer via webwinkel bol.com; de postbezorger leverde een airfryer. Een andere keer zorgt een vastlopende pc voor frustratie. Hoezo frictieloos bestaan.

Alles moet soepel, glad en gemakkelijk, aldus Schnitzler. Ter illustratie wijst hij op de directeur van Tinder. Die 'prijst zijn datingapp aan door te zeggen dat je nooit meer pijnlijk afgewezen kan worden en alle touwtjes in handen hebt'. Allicht zegt hij dat, zo werkt reclame. Zo prijst een reisbureau een tropisch eiland aan als 'de hemel op aarde'. Geen toerist beklaagt zich na afloop dat Petrus hen niet welkom heeft geheten bij de hemelpoort. De belofte was figuurlijk bedoeld en iedereen weet dat.

Voor nuances en relativeringen is nauwelijks oog als je in standje hyperbool staat. Het leidt tot mediakritiek met de blokkwast. De situatie is vergelijkbaar met die van weleer. Gerard Reve vroeg zich ooit af wat het adres was van het militair industrieel complex, dan kon hij het bellen. Ook nu weer vallen er grote termen, alleen hebben ze een andere invulling gekregen. Internet zus, smartphones zo. Het voordeel van abstracties is dat ze zo algemeen zijn dat je ze alles in de schoenen kunt schuiven.

Sebastien Valkenberg is filosoof.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden