OpinieBasisscholen

Opinie: Op basisscholen is het verschil te groot bij onlinelessen

De overheid heeft overal regels voor, maar voor het afstandsonderwijs op basisscholen ontbreken ze, betoogt Omar Ramadan.

Een leerling van 8 maakt taalopdrachten via internet.Beeld ANP

Nu de basisscholen minimaal de komende twee weken gesloten blijven om covid-19 te bestrijden, volgen de leerlingen nog langer hun lessen vanuit huis. Het niveau van dit afstandsonderwijs moet omhoog, ook omdat een langere sluiting vanwege de Britse virusvariant of nieuwe lockdowns niet zijn uit te sluiten.

Maar terwijl in ons land de overheid voor van alles en nog wat regels stelt, ontbreken die voor het afstandsonderwijs. Ook zonder Haagse regeldruk maken de meeste middelbare scholen er best wat van. Leerlingen op mavo, havo en vwo krijgen meestal een hele schooldag onderwijs via het scherm. Soms zijn lessen iets ingekort, maar meestal niet veel. Vmbo-leerlingen die een praktijkopleiding volgen mogen naar school komen, zij het beperkt. En de examenklassen van alle middelbare scholen mogen zelfs zonder beperking naar school.

Hoe anders is dat in het primair onderwijs. Waar sommige basisscholen nagenoeg de hele lesdag in contact blijven met hun leerlingen, zetten andere basisscholen een instructiefilmpje online en verwachten dat kinderen zelf aan de slag gaan in van school opgehaalde werkboekjes – met de hulp van ouders die al dan niet thuis werken en Nederlands spreken.

Alle basisschoolleerlingen hebben recht op voldoende onderwijs. Toen de overheid de schooldeuren sloot, vertelde ze er niet bij waar het afstandsonderwijs aan moet voldoen. Dit lijken mij de minimale normen:

Om te beginnen krijgen alle leerlingen een duidelijke weekplanning en dagtaken, zodat leerlingen en ouders weten waar ze aan toe zijn. Er wordt niet alleen lesstof van voor de lockdown herhaald, zoals veel scholen bij het plotse sluiten op 16 maart even deden, er komt ook nieuwe lesstof aan bod, zeker indien de sluiting langer dan een week duurt. Idealiter wordt de jaarplanning zoveel mogelijk gevolgd, zeker bij een meerweekse sluiting, zodat achterstanden beperkt blijven. Dat betekent niet alleen rekenen en taal, ook vakken over natuur, burgerschap en geschiedenis.

Dagelijks uitleg

Alle leerlingen, kleutergroepen eventueel uitgezonderd, krijgen dagelijks interactief uitleg over nieuwe lesstof waarbij ze vragen kunnen stellen. In de regel is dat dus online. Bovendien is er dagelijks extra uitleg voor wie dat nodig heeft. Nogal wat scholen verwachten dat ouders nu het schoolwerk van hun kinderen nakijken, ook al kunnen of willen sommige vaders en moeders dat niet, of maken ze daar fouten bij. De norm zou moeten zijn dat de leerkracht nakijkt, al kunnen ouders helpen. Dat leerkrachten dagelijks op vaste tijden beschikbaar zijn voor vragen van kinderen en ouders past hierbij. Verder is het nodig dat leerkrachten telefonisch of online contact zoeken met individuele of groepjes leerlingen om zicht te hebben op vorderingen én welzijn. Zo houden we ook oog op kwetsbare leerlingen. Zodra de scholen openen, wordt voor elke leerling en elke groep ingeschat welke leerontwikkeling de rest van het schooljaar nodig is.

Inspectie urennorm

Al het bovenstaande is eigenlijk alleen mogelijk met voldoende uren afstandsonderwijs. Voordat een virus de schooldeuren sloot, controleerde de onderwijsinspectie scherp op zo’n urennorm. Basisscholen moesten toen hun leerlingen in de acht jaar dat ze die onder hun hoede hadden minimaal 7.520 uur les geven, wat afhankelijk van de duur van de schoolvakanties ruim vijf uur per dag is. Die norm lijkt vervallen en er is niets voor in de plaats gekomen. Op zijn minst in de bovenbouw en liefst vanaf groep 3 zou het afstandsonderwijs minstens driekwart van de reguliere urennorm moeten zijn. Dat is natuurlijk niet alleen maar online-uitleg van de juf of meester. De zogenaamde verwerking waarin leerlingen alleen of in groepjes opdrachten maken, geldt ook als onderwijstijd, mits daarna de leerkracht het werk met de leerlingen bespreekt. Dat laatste gebeurt nu nog te weinig, terwijl leerlingen juist veel leren van het samen nakijken.

Met deze normen kan het afstandsonderwijs op niveau blijven. Veel scholen en hun besturen ontwikkelen zulke normen nu zelf, soms lukt dat onvoldoende. Dat maakt dat het voor 4-12 jarige kinderen scheelt op welke school ze zitten, en hoe ze deze crisis doorkomen. Maar álle leerlingen hebben recht op voldoende (afstands)onderwijs: de overheid moet dat stimuleren, met streefnormen. 

Omar Ramadan is voorzitter College van Bestuur van Sophia Scholen, 28 basisscholen in de Duin- en Bollenstreek.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden