OpinieLeermoment voor scholen

Opinie: Lockdown doet sommige kinderen goed; een leermoment voor scholen

Dat sommige kinderen opbloeien buiten school is een kans om het onderwijs na 11 mei te verbeteren, betoogt Maarten Haalboom.

Jeva (14) komt net haar bed uit en volgt in de ochtendzon in de voortuin scheikundeles. Haar stiefzus Noor (19), is student en woont tijdelijk weer thuis.Beeld Katja Poelwijk

Sinds de scholen dicht zijn is er veel aandacht voor kinderen in kwetsbare situaties, kinderen voor wie het afstandsleren om welke reden dan ook niet lukt. Het is belangrijk dat die aandacht er is en nu is het de kunst om die aandacht vol te houden, ook als de scholen straks weer open gaan. Met de kennis die we nu hebben over deze kinderen en hun gezin, kunnen we stappen zetten om kansenongelijkheid aan te pakken.

Vanuit mijn werk als pedagoog kom ik ook een andere groep kinderen tegen. Kinderen met wie het beter gaat sinds ze niet meer naar school gaan. Wat ‘beter’ is laat zich op verschillende manieren zien. Er zijn ­kinderen die:

- meer ontspannen zijn;

- beter slapen;

- minder fysieke klachten hebben; beter om kunnen gaan met de ­andere gezinsleden;

-  zich na een schooldag niet hoeven af te reageren op de omgeving; zijn gestopt met duimen;

- een ander ritme kiezen, bijvoorbeeld eerder of later beginnen met hun werk of het werk anders spreiden over de dag;

-  nu de tijd (kunnen) nemen om na te denken, uit te zoeken hoe iets zit;

-  meer en intensiever spelen en ­bewegen, alleen of met anderen.

Deze opsomming is het resultaat van gesprekken met kinderen, hun ouders en mijn observaties. Opvallend vind ik dat alle kinderen de wil tonen om hun werk te maken en dat ook goed te doen. In een aantal gevallen leidt het ook tot betere resultaten in de schoolse vaardigheden. In hoeverre zich dit ook verbindt aan het lange termijn geheugen kan ik niet zeggen, daarvoor is de observatietijd te kort.

Nu zijn er altijd al kinderen geweest die niet gelukkig werden van school. Het verschil met de huidige ­situatie is dat, doordat alle kinderen thuis waren, deze groep zich duidelijker laat zien. En ja, er zijn veel factoren die een rol spelen, waardoor het onmogelijk is een algemene geldende oorzaak te benoemen. Zo speelt de eigenheid van het kind een rol, de gezinssituatie, de opvoeding, de stijl en kwaliteit van de leerkracht, de visie en organisatie van de school en de samenstelling en dynamiek van de groep.

Mijn wens is dat kinderen, ouders en leerkrachten met elkaar in gesprek gaan. Zeker nu vanaf 11 mei de helft van de groep op school aanwezig is, hoop ik dat er tijd wordt gevonden om te onderzoeken wat er voor dat specifieke kind aan welzijnsverbetering zichtbaar was, wat de oorzaak ervan is en wat daarvan benut kan worden.

Als voormalig leerkracht begrijp ik maar al te goed dat je dat wat thuis mogelijk was niet een op een kunt overnemen in de groep. Daarvoor zijn de groepen te groot en het gezin een ander systeem dan school. Maar door samen stil te staan bij wat ‘beter’ is en wat daar nu voor zorgde, kunnen we ook in deze variant van kansenongelijkheid stappen zetten.

Hebben we de moed om te erkennen dat niet alle kinderen gebaat zijn bij het onderwijs dat ze krijgen en van daaruit te zoeken naar wat beter kan? Zullen we de energie en creativiteit die de laatste weken aan de dag is gelegd om het afstandsonderwijs vorm te geven, nu ook gebruiken ook voor deze leerlingen? Ik hoop het van harte.

Maarten Haalboom is pedagoog.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden