Opinie

Opinie: Laten we stoppen met die morele paniek over humor

Humoristen onderschatten in hun naïviteit dat humor ook bestaande machtsverhoudingen en hiërarchieën versterkt en bevestigt. Humor is altijd verbonden met macht en die is ongelijk verdeeld, betoogt onderzoeker Dick Zijp.

Beeld uit De Luizenmoeder, de serie waarmee Ilse Warringa furore maakte.  Beeld
Beeld uit De Luizenmoeder, de serie waarmee Ilse Warringa furore maakte.

In een interview met Volkskrant Magazine (8 juli) luidt regisseur en actrice Ilse Warringa de noodklok over humor: ‘Mensen voelen zich voortdurend persoonlijk aangevallen. Op het moment dat je niks meer mag relativeren met humor, staan we met zijn allen stil.’ Warringa is niet de eerste die zich hierover uitspreekt. Iedere maand staat er een schrijver of humorist op die beweert dat we nergens meer grappen over kunnen maken.

Begin deze zomer publiceerde Arthur Umbgrove, schrijver en voorzitter van Comedytrain, zijn pamflet De wederafbouw van de satire. Daarin betoogt hij dat humor onder druk staat door toegenomen (zelf)censuur, onder andere vanuit antiracistische hoek. Kort daarvoor stelde Christiaan Weijts in de NRC dat in de huidige tijd geen plaats meer is voor dubbelzinnige of gevaarlijke grappen. Internationaal is John Cleese de luidruchtigste vertolker van dit geluid. Volgens hem maakt ‘woke cancel culture’ humor kapot.

De huidige situatie heeft alle trekken van morele paniek. Het zijn desondanks steevast BN’ers en opiniemakers met een groot podium die zich bedreigd voelen door ‘woke’ activisten en zich opwerpen als ridders van het vrije woord. Warringa is, als bedenker en schrijver van de televisiehit De Luizenmoeder, een goed voorbeeld. Deze serie werd alom geprezen om haar relativerende toon en het aansnijden van gevoelige onderwerpen.

Drogreden

Warringa gebruikt in haar pleidooi een klassieke drogreden over humor, namelijk dat minderheden er pas bij horen als we grappen over ze maken. Humor werkt immers verbindend. Deze utopische wensdroom van een samenleving zonder machtsverschillen, waarin we gezamenlijk kunnen lachen om onze tekortkomingen, vinden we bij veel humoristen. Wat zij in hun naïviteit onderschatten, is dat humor ook bestaande machtsverhoudingen en hiërarchieën kan versterken en bevestigen.

Cultuursocioloog Giselinde Kuipers noemt dit het ‘liberale humorregime’. Binnen westerse liberale democratieën als de onze is de ongeschreven regel dat je tegen een grapje moet kunnen. Maar humor is altijd verbonden met macht en die is ongelijk verdeeld. De meest gepaste reactie op een grap ten koste van jou is meelachen of, beter nog, zelf een grapje terug maken. Dat, stelt Kuipers, vereist echter behoorlijk wat cultureel kapitaal.

Gevraagd naar een voorbeeld van de verbindende kracht van humor, vertelt Warringa een anekdote over haar zus die een kind verloor. Warringa maakte er een harde grap over en dat bracht lucht in een gespannen situatie. Een hechte vriendschap of familieband kan echter niet als maatstaf worden gebruikt voor alle sociale relaties, hoe graag we dat ook willen.

Uit onderzoek weten we dat humor vaak de sociale hiërarchieën volgt: we lachen harder om de grapjes van de baas dan om grapjes van de schoonmaker of de stagiair, en we maken eerder grappen over onze minderen dan onze meerderen. Degenen met minder macht krijgen dus hardere klappen, en kunnen ook minder gemakkelijk terugslaan. Humor kan zeker relativerend en verbindend werken, maar doet dat niet vanzelfsprekend.

De Britse komiek John Cleese in Monty Pythos The Meaning Of Life, 1983. Beeld Hollandse Hoogte
De Britse komiek John Cleese in Monty Pythos The Meaning Of Life, 1983.Beeld Hollandse Hoogte

Humoristen en televisieredacties

Volgens theaterwetenschapper Lara Shalson zijn kunstenaars en kunstinstellingen niet altijd in staat met kritiek en protest om te gaan. In plaats van ruimte te geven aan dissonante stemmen, wordt protest tegen kunstuitingen al gauw geïnterpreteerd als censuur of een bedreiging van de artistieke vrijheid. Maar discussie en protest zijn juist een teken van een gezonde publieke sfeer. Zeker humor, bij uitstek provocerend en grensoverschrijdend, roept vaak heftige reacties op. Zowel humoristen als televisieredacties moeten beter leren die reacties een plaats te geven.

Een goed voorbeeld van hoe het anders kan, werd een paar jaar geleden gegeven door theatermaker Dries Verhoeven. In 2014 maakte hij de provocatieve performance De Uitvaart, een serie alternatieve kerkdiensten in de Sint Willibrordkerk in Utrecht. Verhoeven leverde daarin op speelse wijze kritiek op het maatschappelijk doemdenken door allerlei verschijnselen ten grave te dragen, zoals ‘onze postkoloniale schuldgevoelens’ en ‘onze privacy’.

Toen het Sint Willibrord Apostolaat protest aantekende vanwege het ‘ontheiligende’ karakter van de performance, publiceerde Verhoeven een open brief op zijn website. Daarin verdedigde hij niet alleen in heldere woorden zijn kunstwerk, maar nodigde hij de kerkgemeenschap ook uit om in debat te gaan over de kwestie.

Verhoeven beklaagde zich dus niet over censuur, maar reageerde inhoudelijk en greep de gelegenheid aan het debat over kunst aan te zwengelen.

Het debat over humor kan ook verdieping en nuance gebruiken. Dat debat wordt echter in de kiem gesmoord als elke uiting van kritiek of protest wordt weggezet als censuur-poging of uiting van overgevoeligheid. Laten we ophouden met die morele paniek over humor, en een serieus en inhoudelijk debat voeren over zijn kracht en beperkingen.

Dick Zijp is humoronderzoeker en docent aan de Universiteit Utrecht.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden