OpinieLandbouw na corona

Opinie: laat ons voedsel niet over aan de markt

Corona veroorzaakte de economische crisis niet, maar het virus legde wel de zwakke plekken van het huidige economische systeem bloot, betoogt adjunct-hoog­leraar aan de China ­Agricultural University Jan Douwe van der Ploeg.

Veilingmeester Ed Buis bekijkt de kalveren op de veemarkt van Purmerend. Beeld Raymond Rutting / de Volkskrant

De uitbraak en snelle verspreiding van het coronavirus zijn een dramatische gebeurtenis, gevolgd door een diepe wereldwijde economische crisis. Toch is de pandemie niet de oorzaak van deze economische crisis. Er loopt geen rechte lijn van pandemie, via lockdown, naar economische stagnatie. De oorzaken schuilen veeleer in de structuur van de economie. De pandemie was een katalysator: zij maakte ontwikkelingen los die al besloten lagen in de globale economie en diens verdere ontwikkeling.

Andere dramatische gebeurtenissen, als een tweede golf, oorlog of een abrupte versnelling van klimaatverandering, kunnen in de nabije toekomst voor soortgelijke crises zorgen. Een ‘terugkeer naar normaal’ ligt daarom niet voor de hand. Een radicale verandering in en van de economie is nodig. Ik zal dit illustreren aan de hand van de landbouw en voedselvoorziening: een sector die overal ter wereld in grote problemen is geraakt.

In de afgelopen decennia is in de meeste landen zowel de export als ook de import van voedsel gelijktijdig gestegen. Nederland exporteert grote hoeveelheden voedsel, maar moet tegelijkertijd veel landbouwproducten importeren (zoals graan om brood van te bakken). Peru is verre van zelfvoorzienend. Toch exporteert het asperges, bessen, limoenen, et cetera.

Saltimbocca

Landbouwsectoren zijn steeds meer georiënteerd op export. Voedsel voor de binnenlandse vraag wordt geïmporteerd. Daarmee is een kluwen van wederzijdse afhankelijkheden ontstaan die ertoe leidt dat een plaatselijk probleem zich vertaalt naar vrijwel alle uithoeken van de ­wereld. Zo gingen al vroeg tijdens de pandemie de restaurants in Italië dicht. Dat legde de export van kalfsvlees (nodig voor saltimbocca en vitello al tonno, populaire Italiaanse gerechten) vanuit Nederland naar Italië stil. De VanDrie Group, een belangrijk knooppunt in de aankoop, verwerking en handel in kalveren, reduceerde noodgedwongen haar activiteiten. Nederlandse melkveehouders konden hun stierkalfjes niet meer kwijt en de import van kalveren uit Duitsland, Ierland en Oost-Europa (800 duizend dieren per jaar) viel ­eveneens stil.

Een aanvankelijk lokaal probleem vertaalde zich naar tal van landen en economische actoren. Prijzen dalen, inkomens van boeren, maar ook van chauffeurs en werkers in de voedselindustrie staan onder druk en niemand weet waar al die kalveren naartoe moeten. Zulke lawine-achtige processen deden zich ook voor bij sierbloemen, aardappels, vlees, rijst en graan. Naast de verregaande vervlechting van economische activiteiten, dragen de financialisering van economische bedrijvigheid en de precaire positie van arbeiders in landbouw en voedselindustrie bij aan de sterk toegenomen kwetsbaarheid. Tot voor kort was een ‘vrij’ boerenbedrijf vrij van schulden. Inmiddels torst de ­Nederlandse landbouw een enorme schuldenlast. Dat maakt kwetsbaar. Grote, snel gegroeide boerenbedrijven komen rap in de problemen bij de forse prijsfluctuaties van nu.

Onontwarbaar

Hetzelfde geldt voor de voedselverwerkende industrieën. De hoge schulden en de oriëntatie op aandeelhoudersbelangen verhevigden de kwetsbaarheid. Afwezigheid van financiële buffers en just-in-time levering leidden tot vrijwel onontwarbare kluwens van afhankelijkheden. In de handel zijn leveringen van grondstoffen en ingrediënt omgebouwd tot complexe financiële operaties die vragen om exportverzekeringen en kredieten. Als de handel evenwel riskant wordt, neigt het financiële kapitaal tot afstand nemen, zodat het hele ­raderwerk stil dreigt te vallen.

En dan de precaire conditie van de werkenden. Vroeger waren slechte behuizing, geringe verdiensten, beroerde arbeidsomstandigheden en ontbrekende hygiëne tekenend voor wie zich in de marge van de economie bevonden. Nu gaat het om werknemers die in het hart van de voedseleconomie staan en draaiend houden, in de slachterijen of – hier of elders – onze groentes en fruit oogsten. Zij zijn in zekere zin de achilleshiel van het voedselsysteem. En wrang genoeg juist daardoor een bron van verdere verspreiding van het coronavirus.

Omslag

Kwetsbaarheid is een systeemkenmerk van de landbouw en voedselvoorziening. Een omslag naar weerbare systemen is hard nodig. Denk hierbij aan boerenlandbouw , die beschikt over een autonome basis van hulpmiddelen, zodat een hoge mate van verschulding kan worden vermeden en kringlopen op bedrijfsniveau weer hun plaats terugkrijgen. Boerenmarkten helpen ook: voedsel circuleert via korte ketens. Voedselsoevereiniteit is een derde notie: zorgen dat er een zekere balans is tussen productie en consumptie op nationaal en liefst zelfs op regionaal niveau.

Ten slotte is het de hoogste tijd dat landbouwpolitiek weer in ere wordt hersteld: landbouw en voedselvoorziening kunnen niet aan de markt ­alleen worden overgelaten.  

Jan Douwe van der Ploeg is adjunct-hoog­leraar, China ­Agricultural University in Beijing.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden