OpinieMoria

Opinie: kom boven megafoon van populisten uit en zorg voor humaan asielbeleid

Burgers willen best vluchtelingen opvangen, maar het ontbreekt tegenwoordig aan netwerken om ze te mobiliseren, betoogt Leo Lucassen.

Migranten op Lesbos staan donderdag in de rij voor voedsel en water nadat een brand vluchtelingenkamp Moria verwoestte.Beeld AFP

Na het grotendeels afbranden van het vluchtelingenkamp Moira op Lesbos en het beschamende besluit van het kabinet om slechts 100 vluchtelingen over te nemen, dringt de vraag zich opnieuw op hoe de Europese Unie de onhoudbare situatie op de Griekse eilanden kan oplossen en een humaan gezamenlijk asielbeleid kan vormgeven. Vooralsnog lijken veel lidstaten de voorkeur te geven aan wegkijken en het afschrikwekkende effect van de mensonwaardige toestanden in de kampen in stand te houden. De angst voor stemmenverlies aan radicaal rechtse partijen speelt hierbij een prominente rol, maar minstens zo belangrijk is een breed gedeeld integratiepessimisme.

Kijken we naar de recente naoorlogse geschiedenis, dan blijkt dat pessimisme opvallend genoeg grotendeels ongegrond. Verreweg de meeste vluchtelingen uit het Midden-Oosten en de Hoorn van Afrika die zich in de jaren negentig in West-Europa meldden, hebben inmiddels hun plaats gevonden. Bovendien ging het toen om meer vluchtelingen dan in het afgelopen decennium. En kijken we naar degenen die sinds 2015 zijn gekomen, dan zijn de eerste tekenen hoopvol. Met name in Duitsland neemt de arbeidsparticipatie snel toe en is de communis opinio inmiddels dat Merkels door velen versmade ‘Wir schaffen das’ geen grootspraak was. Het vestigingsproces is nog pril en dus in volle gang, maar de apocalyptische voorspellingen zijn niet uitgekomen.

Dit werpt de vraag op waarom ondanks deze ervaringen, en een krimpende bevolking, politici weigeren om Griekenland te helpen door de vluchtelingen te verdelen over de rest van de EU. En daarnaast geen structureel beleid voor de toekomst ontwikkelen dat recht doet aan de uitgangspunten van het Vluchtelingenverdrag. Bijvoorbeeld door fatsoenlijke aanmeldcentra in te richten waar asielaanvragen worden beoordeeld en een permanente opvangcapaciteit te creëren, eventueel met jaarlijkse quota. En zo te voorkomen dat we van ‘crisis’ naar ‘crisis’ hobbelen, met permanente Moira’s als gevolg.

Indentificatie

Op grond van de naoorlogse geschiedenis, lijken er momenteel twee belangrijke condities te ontbreken voor zo’n politiek. Ten eerste de identificatie met de huidige asielzoekers. Hongaarse vluchtelingen in 1956 werden in veel landen als helden verwelkomd. Net als de meesten van ‘ons’ waren ze immers tegenstanders van de communistische regimes in Oost-Europa, en iets dergelijks gold voor Vietnamezen die na 1975 hun op bootjes hun geboorteland ontvluchtten. In veel gevallen hielpen overheden een handje mee door bewust de overeenkomsten met de nieuwkomers te onderstrepen en zo meer draagvlak te creëren. Miljoenen vluchtelingen uit voormalige koloniën die zich na de oorlog in Nederland, Frankrijk, Italië, Portugal en Groot-Brittannië vestigden, werden bewust niet als immigranten, maar als ‘repatrianten’ geframed – hoewel de meesten hier nooit waren geweest.

Natuurlijk was die identificatiepolitiek eenvoudiger dan bij de Syriërs nu: velen spraken de taal en hun godsdienst kwam overeen, maar ook toen waren er genoeg autochtonen die deze nieuwkomers als ongewenst en onintegreerbaar zagen. Zeker als ze een donkerder huidskleur hadden, zoals een deel van de Indische Nederlanders en Molukkers. En ook al zijn de huidige vluchtelingen in een aantal opzichten ‘vreemder’ dan de meeste repatrianten toen, ook nu hebben politici en overheden de keus om overeenkomsten in plaats van verschillen te benadrukken. Net als ‘wij’ willen de meesten een gewoon leven opbouwen, werken, studeren en in een democratie leven. De meesten ontvluchten juist religieuze en politieke onderdrukking.

Civil society

De tweede voorwaarde om het integratiepessimisme te overstijgen, is een sterke ‘civil society’: vakbonden, kerken, rotary clubs, werkgeversverenigingen, actiegroepen et cetera. Zo waren het in 1956 in Canada katholieke en protestantse kerken en dagbladen die de regering onder druk zetten. Waar politici waarschuwden voor de komst van ‘communistische spionnen’ en ‘joden’, voerden deze organisaties de druk zo hoog op dat uiteindelijk 38 duizend Hongaarse vluchtelingen werden opgevangen.

In de VS gebeurde twintig jaar later iets vergelijkbaars toen kerken zich sterk maakten voor de opvang van Cambodjaanse Hmong en Vietnamezen die voor de Amerikanen hadden gewerkt en gevochten, waardoor bijna een half miljoen van hen werden toegelaten.

Zowel identificatie als de civil society spelen in het huidige Europa echter een ondergeschikte rol. Zo staan de sinds 11/9 welhaast existentiële angst voor de islam en xenofobie identificatie met vluchtelingen in de weg. Bovendien hebben kerken en vakbonden hun dominante plaats in de samenleving verloren, zonder dat er een vergelijkbaar weefsel voor in de plaats is gekomen.

Hoewel de meerderheid van de bevolking wel degelijk vluchtelingen wil opvangen, gaat dat geluid bij gebrek aan een goed functionerende civil society grotendeels verloren. In plaats daarvan klinkt de megafoon van xenofobe populisten des te luider, ook al vertegenwoordigen zij slechts een minderheid. Om dit proces te keren zijn moedige politici nodig, plus nieuwe netwerken die empathie en identificatie met vluchtelingen kunnen mobiliseren. Dat dat geen utopisch scenario hoeft te zijn, laten de opstelling van Merkel en lokale initiatieven in Duitsland zien.

Leo Lucassen is hoogleraar arbeids- en migratiegeschiedenis aan Universiteit Leiden en directeur van het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis .

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden