Opinie

Opinie - Keyvan Shahbazi: Hoe mijn school werd gekaapt door Pestkoppen

Prikkelende opinies op een dag dat u er tijd voor heeft: de Volkskrant presenteert elke zondag twee bijdragen van een vaste club van acht auteurs. Eerder vandaag historicus Dirk-Jan van Baar, nu cultureel psycholoog Keyvan Shahbazi.

Geert Wilders en Thierry Baudet. Beeld anp

In de bus naar school had ik alle ruimte. De stoel naast mij was altijd vrij. Het schoolplein was vaak koud, nat en winderig. Sommigen deden opvallend overdreven aardig. Alles wat ik deed, was geweldig, voor iemand zoals ik. Maar de meesten keken dwars door mij heen. Alsof ik niet bestond. Uit nieuwsgierigheid vroegen ze soms wat ik daar deed en wanneer ik terugging. Soms terwijl ik er zelf bij stond. Maar dat wist ik zelf ook niet, behalve dat ik naar geen andere school kon.

Op een gegeven moment herkende ik ze: de Gutmensch en de Cynicus. Met beiden kon ik moeilijk overweg. Bij de een was het leven zwaar. Een mijnenveld van taboes, morele voorschriften en -dilemma's. De ander kon het allemaal geen ene moer schelen. Langzaam kwam ik er achter, dat ik zelf ook bij een soort hoorde. Bij die vrouwen in de wijk afkomstig uit Anatolië. Met mooi weer zaten ze in die lange gewaden op de stoep schapenwol te spinnen.

De wijk was oud, verpauperd en vervuild. Het huis had geen douche. De meneer van de gemeente zei dat ik maar bij mijn ouders moest douchen. 'Maar die zijn heel ver weg', zei ik. 'Jammer voor je' reageerde hij, 'je bent te laat, het openbare badhuis is nu een grandcafé geworden'.

Er verscheen een grauwe man op de televisie met een vaas verlepte bloemen op tafel. Hij zei dat hij mijn soort wilde afschaffen. Omdat ik kakkerlakken had meegebracht en zijn dochter verkrachtte in het metrostation. Ik raakte in paniek, want dat deed ik niet.

Er liep vaak een oude verwarde oma op straat langs de deur. Ze vroeg elke keer weer of de postbode al was geweest. Ze wachtte op een brief of een kaart. Op een dag vonden ze haar in haar huis. Ze was al weken dood. Niemand had haar gemist.

Hans Janmaat. Beeld anp

Het was mijn schuld

Een meneer met grijs haar verscheen op de televisie. Ik zette de tv wat harder. De muziek uit de Marokkaanse kapperszaak, tevens koffieshop, annex tweedehandswinkel onder mijn huis stond te hard. Hij zei duidelijk articulerend, dat het mijn schuld was dat die oude oma alleen was achtergebleven. En dat ze in de minderheid was in haar eigen wijk. Deels had hij geen ongelijk, maar ik kon daar niets aan doen. Ik kende haar niet eens.

'En wie bent u?' vroeg de nieuwe bewindvoerder met een plasvlek in zijn broek. 'Ik ben uw adviseur', zei ik, en schudde zijn hand. Hij wilde juist minder mensen van mijn soort. Zijn onfortuinlijke leider had pas zijn leven ervoor gegeven. Verbouwereerd reageerde hij: 'gekomen als vluchteling? Dan hebt u het hier ver geschopt'. En hij liep door. Zijn opvolger was gevangenisdirecteur geweest. Ze was vooral verliefd op zichzelf. Terwijl haar adviseurs vooral verzot waren op elkaar. Ondanks die gene die thuis op ze wachtte.

Mijn soort kreeg een nieuwe naam. Ineens droeg ik de naam van die pestreligie waarvoor ik op de vlucht was. Mijn favoriete corpulente ondervrager, zat op de stadstelevisie vaak in een leeg zwembad. Wie tegenover hem kwam te zitten, moest een cactus kussen. Ineens ontstond een nieuwe soort: de Pestkop. Ik heb intensief gebruld om zijn tragische einde, en zijn moordenaar een miljoen keer vervloekt.

Genetische opmaak

Naarmate er minder Cynici waren, verschenen er meer Pestkoppen op school. Ik moest belasting gaan betalen als ik op straat kwam. Ik mocht ook niet meer met de bus. Mijn aanblik vervuilde hun zicht. Van mijn soort moest er minder zijn, en nog minder. Daarop riepen de Gutmenschen steeds, dat er maar eens een pestprotocol moest komen. De rector wrong zich in vele bochten en had begrip voor iedereen. Juist daardoor liep iedereen ontevreden weg.

Het was niet mijn aanblik, mijn kleding of mijn gedrag dat storend was. Nee, mijn bestaan al was problematisch. Mijn aanwezigheid was het teken van de 'auto-immuunziekte' die de school was opgelopen. Het verdunde de juiste schoolpopulatie op een 'homeopathische wijze'. Ik bedreigde 'de eigenheid' van de school door die te 'Afrikaniseren'. Die moest 'blank blijven en cultureel en dominant ', zeiden ze. Er was een verse generatie Pestkoppen opgestaan.

Zij waren slachtoffers en ik was de dader. 'Bovendien' zeiden ze, was ik ook 'minder intelligent' dan zij. Dat kwam door mijn 'genetische opmaak'. Daarom liep ik bij alle lessen achter. Het kon zo niet langer. Daar moest een definitieve oplossing voor komen. De school moest 'opnieuw worden gesticht'. De 'beschaving moest herrijzen'. Mijn schuld moest eindelijk eens worden vereffend. Steeds meer Cynici sloten zich bij hen aan, of geïntimideerd keken ze andere kant op. De Gutmenschen meldden zich ziek en bleven thuis. Of ze spijbelden door een totalitair gebedshuis binnen te vluchten. Ik stond er alleen voor.

Kom maar op Pestkoppen. Ik ben hier en ik blijf hier, mijn kinderen en hun kinderen ook. De potentaten, massamoordenaars en ayatollahs hebben mij niet klein gekregen. Doe je best maar. Aan jullie de eer.

Keyvan Shahbazi is publicist en als cultureel psycholoog verbonden aan de Politieacademie. Voor meer artikelen zie: www.shahbazi.cc.

Thierry Baudet Beeld anp
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.