OpinieIC-bedden

Opinie: Juist het niet laten meewegen van leeftijd bij het bezetten van een ic-bed zou oneerlijk zijn

Het kabinet en andere critici van het ic-protocol kunnen niet om de morele dilemma’s heen, meent Eline de Jong.

Een ic-afdeling van het HMC Westeinde ziekenhuis in Den Haag. Beeld ANP

Het meewegen van leeftijd bij acute schaarste aan ic-bedden is een moedige en rechtvaardige stap. En een gevoelige, zo blijkt uit een steigerend kabinet en geagiteerd publiek debat. Het zou discriminerend en niet menswaardig zijn. Echter, een leeftijdscriterium bij morele dilemma’s is ethisch goed te verdedigen – juist om iedereen een eerlijke kans te geven op levensreddende zorg.

In het draaiboek voor toewijzing van ic-bedden is voorgesteld om bij ‘code zwart’ leeftijd te hanteren als criterium om te beslissen wie voorrang krijgt boven wie. Het is een klassiek verdelingsvraagstuk: wie helpen we met onze beperkte middelen? Dit morele dilemma doet zich in de coronacrisis in alle urgentie voor bij een acuut tekort aan zorgcapaciteit. Artsen en andere zorgverleners krijgen er in alle ‘naaktheid’ mee te maken – wie heeft prioriteit boven wie?

Vanuit de ethiek kun je die vraag op verschillende gronden beantwoorden. Het is belangrijk om ons daarvan bewust te zijn. De vraag ‘wie helpen we met onze schaarse middelen’ is namelijk niet hetzelfde als ‘hoe kunnen we zoveel mogelijk mensen helpen met onze schaarse middelen’. Zeker, je kunt betogen dat het beter is om twee mensen te helpen dan één. Maar geldt dat ook voor twee 100-jarigen tegenover één vitale vijftiger?

Voorrang is niet zomaar een kwestie van aantallen. Het doet er ook toe wie we helpen en wie niet. De overwegingen die daarbij kunnen spelen, worden duidelijk als we de situatie versimpelen tot twee mensen en slechts één beschikbare behandeling, zoals een ic-bed. Helpen we dan degene die er het ergst aan toe is? Degene van wie we de meeste levensjaren kunnen redden, of juist degene die de meeste toekomstige levensjaren dreigt te verliezen?

Baby of vader?

En als we het rechtvaardiger vinden om de jongste persoon te helpen omdat die tot dusver de minste levensjaren heeft genoten, kiezen we dan voor het redden van een baby in plaats van een vader die zorgt voor drie kinderen? Complexe en confronterende vragen die laten zien hoeveel ethische gronden er denkbaar zijn voor het prioriteren van de één boven de ander.

Het triageprotocol voor overvolle ic’s stelt leeftijd voor als een van de gronden voor deze afweging. Dat is misschien geen populair voorstel maar ethisch gezien is zo’n leeftijdscriterium goed te verdedigen. Als we vinden dat iedereen een gelijke kans zou moeten hebben op een normale levensduur dan moeten we rekening houden met de levensfase. Dat is het principe van ‘fair innings’. Ouderen hebben al een groter ‘deel’ van die levensduur genoten dan jongeren en dus hebben jongeren een sterke morele aanspraak op levensreddende zorg. Ik daag u uit: één ic-bed, een 85-jarige en een 25-jarige. Wie verleent u intuïtief voorrang?

Fleur Jongepier stelt voor om te loten (O&D, 18 juni). Dat lijkt mij arbitrair. Het is morele uitbesteding aan het toeval terwijl er goede gronden zijn om een afweging te motiveren. Dat het onethisch zou zijn om levens tegen elkaar af te wegen gaat voorbij aan de keuze die artsen in crisistijd moeten maken. We zijn het aan onszelf en elkaar verplicht om te zoeken naar de meest rechtvaardige grond. Een leeftijdscriterium is ook niet ‘onliberaal’: we hebben de vrije keuze om af te zien van zorg, maar niet om er aanspraak op te maken. Voorrang neem je niet, voorrang krijg je. Te veel aanspraak op te weinig capaciteit is nu net het probleem. Dat moeten we zo verantwoord mogelijk oplossen, in vrijheid en openheid.

Anders dan wat minister Van Rijn (Medische Zorg) beweert, zorgt het meewegen van leeftijd bij een ic-deurbeleid voor gelijke kansen op levensreddende zorg. Om dit te begrijpen moeten we een leeftijdscriterium niet zien als ‘intergenerationele solidariteit’ maar als intrapersoonlijke verdeling. Het prioriteren van een jongere boven een oudere patiënt lijkt een afweging tussen twee personen, maar is in feite een afweging tussen levensfasen. Dat wordt zichtbaar als we niet kijken naar de momentopname maar naar een heel leven: we verdelen de zorgmiddelen dan niet over verschillende mensen maar over periodes in ons eigen leven. Leeftijd-gebaseerde prioritering is dus ook geenszins discriminatie: anders dan bij sekse of leefstijl, passeren we allemaal verschillende leeftijdsfasen. Bezien over een heel leven krijgt iedereen dus in gelijke mate voorrang en is ieder leven evenveel waard.

Genuanceerde toepassing

Een leeftijdscriterium vraagt echter wel om een genuanceerde toepassing. Blinde voorrang voor jongere patiënten, zoals Jongepier suggereert, lijkt inderdaad niet ethisch. Dat zou absurde situaties kunnen opleveren die niet stroken met de geest van het fair-inningsprincipe: een 40-jarige heeft geen significant groter deel van het leven genoten dan een 39-jarige. In plaats van een absoluut onderscheid tussen leeftijdsgroepen kunnen we nadenken over fluïde waarden die worden toegekend aan verschillende leeftijden. Naarmate patiënten qua leeftijd dichterbij elkaar liggen wordt leeftijd minder doorslaggevend. Dat maakt een verfijndere leeftijdsselectie.

Bovendien zou het onjuist zijn om een jongere patiënt met geringe overlevingskans voorrang te geven boven een oudere patiënt waarvan veel levensjaren kunnen worden gered. Daarom dient bij hantering van het principe ook altijd de potentiële gezondheidswinst in ogenschouw te worden genomen. Het protocol houdt daar rekening mee voordat wordt gekeken naar leeftijd.

Het liefst maken we dit soort keuzes niet. Maar als de zorgcapaciteit wordt overvraagd zijn die keuzes onafwendbaar, juist als we gelijke levenskansen willen borgen. Met het ontkennen van de morele relevantie van leeftijd sluit minister Van Rijn zijn ogen voor de onrechtvaardigheid van het niet meewegen van leeftijd. De pijnlijke en moedige beslissingen die artsen en patiënten nu al hebben moeten nemen en in de toekomst wellicht weer, verplichten ons als samenleving om het morele verdelingsvraagstuk van beperkte zorgmiddelen onder ogen te komen. Durf mee te denken, zodat we onvermijdelijke keuzes zo goed mogelijk aan elkaar kunnen uitleggen.

Eline de Jong is ethicus en filosoof en onderzoeker artificiële intelligentie bij de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden