Opinie

Opinie: Ja, het christelijk geloof draagt ook bij aan de vergoelijking van de slavenhandel

De rol die de kerk speelde in het slavernijverleden blijft onderbelicht in het debat om van Ketikoti een nationale feestdag te maken. Berouw was er al wel, in 2013.

Jacobus Elisa Johannes Capitein (1717 – 1747) was waarschijnlijk de eerste zwarte predikant en de eerste gepromoveerde zwarte Afrikaan. Hoewel hij zelf een voormalig slaaf was, verdedigde hij in een academische verhandeling dat christenen in slavernij mochten worden gehouden. 
 Beeld Sepia Times/ Getty
Jacobus Elisa Johannes Capitein (1717 – 1747) was waarschijnlijk de eerste zwarte predikant en de eerste gepromoveerde zwarte Afrikaan. Hoewel hij zelf een voormalig slaaf was, verdedigde hij in een academische verhandeling dat christenen in slavernij mochten worden gehouden.Beeld Sepia Times/ Getty

Burgemeester Femke Halsema bood onlangs excuses aan voor ‘de actieve betrokkenheid van het Amsterdamse stadsbestuur’ bij het slavernijverleden en een petitie om Ketikoti een nationale feestdag te maken werd al 60 duizend keer ondertekend. We worden ons in Nederland steeds bewuster van de rol die de staat speelde in deze zwarte bladzijde van de vaderlandse geschiedenis. De rol die de kerk speelde, blijft echter relatief onderbelicht. Draagt het christelijk geloof ook verantwoordelijkheid voor ons slavernijverleden?

Het Oude Testament geeft de lezer een hoop geboden, bevelen, bepalingen en leefregels – 613 om precies te zijn. De bekendste daarvan zijn te vinden in de Decaloog, oftewel de Tien Geboden. Deze verbiedt zonden als moord, diefstal, afgoderij, overspel en het afleggen van een valse getuigenis. Echter, een specifieke zonde wordt vreemd genoeg achterwege gelaten: slavernij.

Nergens in de Bijbel wordt slavernij dan ook ondubbelzinnig afgewezen, veroordeeld of verboden. Integendeel. De Heilige Schrift lijkt deze misdaad tegen de mensheid vaak stilzwijgend toe te staan en soms zelfs expliciet te steunen.

Meerdere passages in het Oude én Nieuwe Testament bevestigen deze veronderstelling. Zo stellen de Tien Geboden dat u uw zinnen niet moet zetten op het huis van een ander ‘en evenmin op zijn vrouw, op zijn slaaf, op zijn slavin, zijn rund of zijn ezel…’ Eén bladzijde verder, in Exodus 21,

bepaalt God dat je je slaaf onbestraft mag geselen, zolang de slaaf in kwestie ‘enkele dagen in leven blijft’. Wanneer de Israëlieten de stad van een vijandig volk veroveren, zoals in Numeri of Deuteronomium, moeten alle mannen ter dood worden gebracht, maar de vrouwen, de jonge meisjes die nog nooit met een man hebben geslapen ‘en het vee en alles wat er aan goederen in de stad is mag u buit maken’. In Numeri 31 werden er op die manier 32 duizend jonge meisjes ‘buitgemaakt’.

In Leviticus krijgt Bijbelse slavernij ook nog eens een etnisch gehalte, want ‘als slaven en slavinnen kun je mensen kopen uit de omringende volken, of de vreemdelingen die bij jullie wonen’. Deze slaven werden gezien als eigendom en konden als erfelijk bezit nagelaten worden aan het nageslacht.

En het wat heeft het Nieuwe Testament te zeggen over de (on)rechtvaardigheid van slavernij? Jezus zelf repte nooit een woord over deze gruwel, maar zijn apostel Paulus wel. In zijn brieven aan de Efeziërs, de Kolossenzen en Timoteüs roept Paulus slaven op vooral gehoorzaam te zijn: ‘Slaven, gehoorzaam uw aardse meesters in alles, niet met uiterlijk vertoon om bij de mensen in de gunst te komen, maar oprecht en met ontzag voor de Heer.’ Zelfs het vermogen de slavendrijver met afgunst te dienen, werd ze afgenomen.

Tot veel verbazing kan het dan ook niet leiden dat veel vrome christenen de trans-Atlantische slavenhandel steunden of gedoogden. Neem de 18de-eeuwse jezuïet Raymund Harris. Deze gewijde priester publiceerde in 1788 een traktaat waarin hij de rechtvaardigheid van de slavenhandel beredeneerde vanuit een Bijbels perspectief. Hij maakte hiervoor onder meer gebruik van het voorbeeld van aarts-­vader Abraham, de Wet van Mozes, het Bijbelboek Jozua, de brieven van Paulus en zelfs de Bergrede van Jezus. ‘Hoe meer ik vorder in mijn Bijbelonderzoek’, schreef hij, ‘hoe meer bewijs mij bereikt ten gunste van de slavenhandel.’

Daarom toonde de Nederlandse Raad van Kerken in 2013 – 150 jaar na de afschaffing van de slavernij – berouw voor het in stand houden en legitimeren van de lucratieve slavenhandel. Het spreekt voor zich dat de meeste christenen slavernij vandaag de dag verachten, maar het verleden kun je niet zomaar wegpoetsen.

Draagt de kerk medeverantwoordelijkheid voor het slavernijverleden? Als de Nederlandse staat verantwoordelijk was voor het implementeren van de slavenhandel, dan was de kerk zonder meer verantwoordelijk voor het vergoelijken ervan.

Kaj Brens is religiewetenschapper.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden