OPINIE

Opinie: Is de gemiddelde Nederlander een spiegel of een zelfbevestigende selfie?

Het zou interessanter zijn te zien wat de cijfers en statistieken níét vertellen, vindt Mirjam Linschooten.

Mannen in ruitjeshemden op de 50PlusBeurs in Utrecht. Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant
Mannen in ruitjeshemden op de 50PlusBeurs in Utrecht.Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

Zaterdagavond werd de documentaire Op zoek naar de ­gemiddelde Nederlander uit­gezonden op NPO3. Hierin gaat Albert Klein Haneveld op zoek naar de persoon die precies past bij de cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), samen met zijn cameravrouw, die hij continu Marjolijn noemt. Hanevelds methode is het bijna obsessief bijhouden van cijfers en statistieken. Ook worden plekken bezocht waar de ‘gemiddelde Nederlander’ zich zou ophouden, zoals een Van der Valk-restaurant en een Ikea, waar de ‘gemiddelde Nederlander’ wordt uitgebeeld in een comfortabele, praktische zithoek – of room setting – met de hoekbank als ultieme droom. Dromen worden in calvinistisch Nederland praktisch uitgedrukt. Met vrede en vrijheid genoeg op voorraad, gaat men voor een inloopkast of barbecue.

In gesprekken tussen Haneveld en Marjolijn (Heijnen) schemert door dat, al kan de ‘gemiddelde Nederlander’ zowel man als vrouw zijn, het vocabulaire zich voornamelijk richt op een man. Wanneer Marjolijn vraagt waarom hij deze persoon wil vinden, antwoordt Haneveld: ‘Omdat hij de norm is. Al het beleid wordt hierop afgestemd.’ Dit gegeven wordt hier als vanzelfsprekend geacht. Termen als ‘normaal’ en ‘norm’ worden in één adem genoemd en als wenselijk beschouwd. Haneveld noemt de ‘gemiddelde Nederlander’ een spiegel. Maar voor wie?

Als kritische noot vraagt Marjolijn zich af of het ook niet genant is om iemand als ‘gemiddeld’ te bestempelen en modefilosoof Aynouk Tan pleit ervoor juist belachelijk te durven zijn. Tan legt haarscherp uit dat we graag geloven dat als iedereen een spijkerbroek draagt, van de premier tot aan de caissière, dit betekent dat we allemaal gelijk zijn. Maar het gevaar is dat zodra iemand er anders uitziet, diegene niet meer als gelijkwaardig geldt. Zelfs met argwaan wordt bekeken. Het geloof in het heilige normaal heeft een keerzijde die deze documentaire helaas onbelicht laat. Zodra de ‘gemiddelde Nederlander’ gevonden is, die – o, verrassing –een witte heteroman blijkt, wordt de loftrompet afgestoken en wordt zijn portret in de directeurskamer van het CBS gehangen.

‘Dit is de Nederlandse identiteit’, zegt Haneveld triomfantelijk voor een wolk post-its met ‘gemiddelde’ statistieken. Zo wordt een problematische hiërarchie opnieuw bevestigd: de witte heteroman als norm. Dat statistieken dit opleveren is één ding. Maar het zonder meer weergeven ervan levert geen spiegel op, eerder een zelfbevestigende selfie. Enige zelfreflectie blijft afwezig. In zijn recensie in deze krant noemt Arno Haijtema het een ‘vermakelijke zoektocht’ en aan de talkshowtafel van Op1 wordt ook niet dieper ingegaan op dit eenzijdige beeld van ‘de Nederlandse identiteit’.

Sommige cijfers blijken bovendien een soort rookgordijn. Het gemiddelde inkomen wordt door een kleine groep puissant rijken veel hoger weergegeven dan het in werkelijkheid is. Dit geldt ongetwijfeld ook voor andere categorieën. Zo wordt alles met een soort ‘gemiddelde’ deken toegedekt, terwijl schrijnende uitzonderingen onzichtbaar blijven.

Zou het niet interessanter zijn te zien wat de cijfers niet vertellen? Het CBS berekent niet hoeveel privileges de ‘gemiddelde Nederlander’ heeft en hoe vaak hij zich ervan bewust is. Komt ‘nooit’ ook voor in de statistieken? Hoeveel nachtmerries heeft hij op zijn hoekbank? Hoeveel ongemak drinkt hij weg met zijn biertjes? Hoeveel procent schaamte bedekt hij met de 5,4 spijkerbroeken die hij gemiddeld heeft? Hoeveel onverschilligheid past er in zijn grijze auto?

Dan komt een interessante tegenstelling bij Op1 aan het licht: Haneveld vertelt dat de ‘gemiddelde Nederlander’ eigenlijk vergankelijk is en uiteindelijk ook moeilijk te vinden. Het ‘gemiddelde’ wordt dus verheven tot norm, terwijl het nooit vaste vorm krijgt. In feite is niet de ‘gemiddelde Nederlander’ onze spiegel, maar deze documentaire zelf, die pijnlijk blootlegt hoezeer we geloven in de hardnekkige mythe van ‘normaal’, terwijl het als een zeepbel uit elkaar spat zodra je er een vinger op probeert te leggen.

Mirjam Linschooten is ontwerper en ­vertaler

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden