OpinieSlavenhandel

Opinie: Hoog tijd dat historici zich melden in debat over ‘foute’ helden

Over slavenhandel is meer te vertellen dan het verhaal van ‘witte onderdrukkers’ en ‘zwarte helden’, betoogt historicus Arie Wilschut. 

Standbeeld van Michiel de Ruyter in Vlissingen. Beeld ANP

In het oplaaiende debat over standbeelden van omstreden helden zijn historici opvallend afwezig. Dat is jammer, want een van de eerste verantwoordelijkheden van historici is het bewaken van historische feiten. In de racisme- en kolonialismediscussie is historische waarheid, voor zover die bestaat, soms ver te zoeken.

Algemeen wordt aangenomen dat de Amsterdamse grachtengordel grotendeels gebouwd is op koloniale winsten en winsten uit slavenhandel. Maar dat klopt niet. De koloniale handel heeft op zijn hoogst 10 procent bijgedragen aan de Nederlandse handel in de 17de eeuw. Binnen Europa werd 90 procent verdiend. De handel op ‘slavenkoloniën’ als Suriname was helemáál verwaarloosbaar, omdat die nog geen 2 procent heeft bijgedragen. Iedere historicus weet dat, maar het grote publiek blijkbaar niet.

Elke zeeheld wordt voor het gemak versleten voor slavenhandelaar, ook als daar geen enkele aanleiding toe is. Mensen als Piet Hein en Michiel de Ruyter vielen in hun tijd eerder op door hun humane standpunten. Ze hebben zeker niets met slavenhandel te maken gehad. Maar men weet dat niet en roept om het verwijderen van hun standbeelden. En de historici zwijgen en zien toe.

Historici zouden moeten uitleggen hoe met het verleden moet worden omgegaan. Twee dingen zijn daarbij belangrijk: ten eerste dat ‘één waarheid’ niet bestaat en dat er altijd meerdere kanten aan een zaak zitten. Ten tweede dat iedere tijd zijn eigen waarden- en normenpatroon heeft en dat het niet aangaat het normen- en waardenpatroon van onze tijd zonder meer als algemeen geldig aan alle tijden op te leggen.

Ingepeperd

Dat er niet slechts één waarheid is, wordt door de beeldenstormers totaal over het hoofd gezien. Zij propageren een samenleving waarin iedereen één manier van denken met één heilige ‘waarheid’ over het verleden krijgt ingepeperd. Om te beginnen in – wat zij noemen – ‘de schoolboekjes’ die het zwart-witverhaal van witte onderdrukkers en zwarte helden aan iedere Nederlandse leerling zouden moeten voorhouden. Schoolboeken die leerlingen niet invoeren in de historische discussie, maar één ideologische ‘waarheid’ proberen in te prenten, horen niet bij een vrij land, maar bij een totalitaire dictatuur. Historici zijn er om daarop te wijzen.

Dat iedere tijd zijn eigen normen- en waardenpatroon heeft, maakt het moeilijk om met het verleden om te gaan. Om maar een voorbeeld te noemen dat aansluit bij de beeldenstorm: het eerbiedwaardige oude standbeeld van Erasmus in Rotterdam zou volgens de huidige normen en waarden beslist moeten worden verwijderd. Erasmus was namelijk niet alleen een wijze humanist, een gematigde vredesstichter en een voorvechter van tolerantie, maar ook een gehaaide antisemiet, die Joden aanduidde als een ‘verderfelijke pest’, een ‘gevaar voor christenen’, ‘arrogant, onhandelbaar, corrupt en volslagen blind’.

Maar de antisemitische uitspraken van Erasmus pasten bij het algemene gedachtenpatroon dat destijds in het christelijke Europa bestond. Ze waren niets speciaals voor Erasmus, die zich eerder onderscheidde door al die andere standpunten die we tegenwoordig nog steeds zo waarderen. Het is dus juist om dat standbeeld niet te verwijderen, ook al vanwege de historische waarde die het vertegenwoordigt omdat het eeuwenlang het enige standbeeld in Nederland is geweest.

Normaal verschijnsel

Dat iedere tijd zijn eigen normen- en waardenpatroon heeft, geldt ook voor de slavernij – hoe treurig het ook is om dat te moeten constateren. In de wereld van vóór 1800 werd slavernij in alle samenlevingen buiten Europa, inclusief de Afrikaanse, als een normaal verschijnsel beschouwd. Afrikaanse handelaren verkochten Afrikanen aan Europeanen, die ze over de oceaan verscheepten om op hun plantages te werken. Zo bezien is de slavernij een gedeelde geschiedenis en een gedeelde verantwoordelijkheid van wit en zwart.

Waar de nuance wordt bedreigd door één ideologische manier van denken, lopen vrijheid en democratie gevaar. Waar geen begrip bestaat voor het fundamentele verschil tussen verleden en heden, kunnen geen lessen meer worden geleerd uit de ervaringen van de mensheid, omdat men denkt alles al a priori te weten. Dat is wat in geschiedenislessen op school zou moeten worden geleerd. Wat er gebeurt als het geschiedenisonderwijs dat doel onvoldoende bereikt, wordt helaas duidelijk in de huidige zwart-witdiscussie waar niemand mee is gediend.

Arie Wilschut is historicus, oud-lector aan de HvA en auteur van schoolboeken.

Wie waren de mannen wiens standbeelden nu ter discussie staan? En is Piet Hein over één kam te scheren met Jan Pieterszoon Coen?

Voor veel Britten is Winston Churchill de vader des vaderlands, maar sinds vrijdag zit zijn standbeeld op Parliament Square ingepakt in een doos – voor zijn eigen bestwil. Antiracismedemonstranten hadden het besmeurd en aangekondigd het omver te trekken. Wat zijn de kwesties waar Churchills linkse critici moeite mee hebben?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden