Opinie

Opinie: Hoe we in 2050 wereldkampioen worden

Een op wetenschappelijke inzichten gebaseerde aanpak is de enige weg naar een wereldkampioenschap voetbal voor Nederland, meent hoogleraar bestuurskunde Menno Fenger.

Koningin Juliana ontvangt de spelers van het Nederlands elftal dat de WK-finale van West-Duitsland had verloren op Paleis Huis ten Bosch, 8 juli 1974. Foto Nationaal Fotopersbureau

De 2-0 nederlaag van het Nederlands elftal tegen Bulgarije heeft een nationale discussie op gang gebracht over de prestaties van het Nederlands voetbal. De belangrijkste vraag daarbij is wie de nieuwe bondscoach moet worden.

Deze discussie richt zich echter vooral op de korte termijn. Maar de vraag is wat mij betreft niet hoe het mogelijk was dat Nederland van Bulgarije verloor, maar hoe het mogelijk was dat een qua omvang bescheiden land als Nederland er gedurende vele decennia in is geslaagd om bij de mondiale top te horen. Het antwoord op die vraag leidt ons automatisch naar een aantal maatregelen die ons op lange termijn in staat moeten stellen om opnieuw tot de wereldtop te horen.

Er zijn vier verklaringen voor de traditioneel dominante positie van Oranje in het mondiale voetbal. In de eerste plaats: Nederland is een voetballand. Kinderen beginnen met voetballen zodra ze kunnen lopen, daarin aangemoedigd door hun ouders en omgeving. In de tweede plaats: de gezondheid van de Nederlander was en is uitstekend. Sterk, lang, krachtig, en dat zijn kenmerken die voor voetbal als teamsport belangrijk zijn. In de derde plaats: de voetbalinfrastructuur is uitstekend. Er zijn veel clubs met uitstekende faciliteiten en trainers voor alle niveaus. Tot slot: door de goede infrastructuur en het grote aanbod van jonge voetballers is de visvijver voor talent groot en kan talent vroeg worden herkend.

Afgezakt

Maar helaas: op elk van deze punten heeft de wereld om ons heen zich ook in deze richting ontwikkeld. Hierdoor is het comparatieve voordeel verminderd en is Nederland afgezakt tot de Europese subtop. Ervan uitgaande dat er in Nederland de komende decennia niet ineens een generatie genetisch duidelijk betere voetballers zal komen, zal een verbetering van de positie van het Nederlandse voetbal vooral vanuit de doorontwikkeling van de infrastructuur moeten komen. Ik zie daarbij drie ontwikkelingslijnen.

Ten eerste: de ontwikkeling van individuele basiscompetenties voor jonge voetballers. Verschillende sporten werken - net als basisscholen - met individuele toetsing van basiscompetenties. Denk aan de zwemdiploma's of de verschillende kleuren banden bij judo. De ontwikkeling van een elektronisch portfolio van basisvaardigheden voor jonge voetballers met bijbehorende instructievideo's kan hiervoor de basis bieden, de huidige infrastructuur van de clubs is een platform waarop periodieke toetsingen plaats kunnen vinden.

Ten tweede: het creëren van kennis over de ontwikkeling van voetballers. Welke kenmerken op jonge leeftijd zijn goede voorspellers van een doorbraak op latere leeftijd? Dit onderzoek kan deels retrospectief: wat kunnen we nu nog leren van de huidige en vorige generaties topvoetballers zowel in termen van competenties als in fysiek en mentaal opzicht? Maar ook het monitoren van de huidige en aankomende generaties jonge voetballers is hierbij van groot belang. Onmogelijk? In de paardensport is het aanlegonderzoek bij jonge paarden al volledig ingeburgerd.

Scouting

Ten derde: een meer onderbouwde aanpak van de scouting. Hoe een voetballer zich nu ontwikkelt en op welke positie hij speelt, hangt grotendeels af van de trainers van de amateurclubs. De selectie gebeurt op vrij jonge leeftijd: wie als 10-jarige nog niet in beeld is bij de hogere jeugdelftallen heeft grote kans om de rest van zijn jeugd in lagere elftallen te slijten en daardoor uit beeld te blijven. En er is geen uitgebreid assessment van de geschiktheid op verschillende posities.

Van de nieuwe bondscoach mogen geen wonderen worden verwacht. Een ambitieuze, breed gedragen en op wetenschappelijke inzichten gebaseerde aanpak is in mijn ogen de enige weg naar een vierde WK-finale voor Nederland. Dus de wonderen moeten van de KNVB komen.

Menno Fenger is hoogleraar bestuurskunde en voetballiefhebber.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.