PeilingWoningen en de energietransitie

Opinie: Hoe krijgen we onze huizen dan wél energieneutraal?

Het Planbureau voor de Leefomgeving stelt dat het niet rendabel is om je woning te verduurzamen en in sommige wijken groeit de weerstand tegen de energietransitie. Maar hoe krijgen we onze huizen dan wél energieneutraal?

Installateurs plaatsen in Gouda zonnepanelen op het dak van een woonhuis. Beeld Remko de Waal / ANP

Medy van der Laan (Voorzitter Energie-Nederland)

‘Het zou doodzonde zijn als de berekening van het PBL ertoe leidt dat huiseigenaren het bijltje erbij neergooien en hun plannen voor verduurzaming naar de prullenbak verwijzen. Het kan in kleine stappen en leidt bij grote aantallen ook tot het gewenste resultaat. Daarom moet er een laagdrempelige energietransitie komen, die mensen goed kunnen overzien. Want zelfs voor degenen die de investeringen wel kunnen betalen, kan de ‘gedoe-factor’, zoals ik het bezwaar tegen het openbreken van een huis noem, mensen ervan weerhouden hun huis klimaatneutraler te maken.

‘Het lukt dus alleen als we mensen behapbare stappen laten zetten. Houden we het overzichtelijk, dan creëert het draagvlak voor de aanpassingen. We moeten inzetten op zogenoemde ‘no regret’-maatregelen: men moeten er zeker van zijn dat ze geen spijt krijgen van de investeringen die ze doen. Een huis isoleren tot het energielabel C heeft, is een goed voorbeeld. De energie­rekening gaat fors omlaag en na een aantal jaar verdienen mensen de uitgaven terug. Huizenkopers die een nieuwe woning gaan isoleren tot minimaal label C, zou je financieel kunnen belonen door een korting te geven op de WOZ-waarde of door de overdrachtsbelasting kwijt te schelden.

‘Door mensen kortingen te bieden als ze hun huis isoleren, creëer je duurzame prikkels. Ook kun je de normen voor de uitstoot van nieuwe cv-ketels steeds aanscherpen. Dan hoeft de consument niets te doen. Cruciaal is dus een slimme mix van subsidies, belastinginstrumenten en normering. ’

Marc Oosterhout (communicatie-expert)

‘Het grootste probleem in deze discussie is de complexiteit. Mensen begrijpen niet precies wat er aan de hand is, maar het raakt ze wel in hun energiegebruik, en dat is een eerste levensbehoefte. Als de bewoners geen onderdeel zijn van de discussie, kweek je wantrouwen. De overheid moet dus beter luisteren naar de betrokkenen, zodat je weet wat er leeft. Dan kan je mensen vervolgens verleiden door de transitie op te delen in kleine stapjes en daar begrip voor te creëren. Want burgers zijn heus ­bereid een bijdrage te leveren.

‘Energiebedrijven kunnen ook een grote rol spelen. Ze kunnen bijvoorbeeld aanbieden dat zonnepanelen niet meteen betaald hoeven te worden, maar verrekend worden met de energierekening. Voor technologie die nog in ontwikkeling is, zoals de warmtepomp, zou je mensen kunnen enthousiasmeren die willen pionieren en het niet erg vinden dat iets nog niet perfect werkt. De massa volgt vaak vanzelf. Dat heeft Tesla gedaan voor het elektrisch rijden. Je kunt mensen ook meer controle geven. Apps kunnen bijvoorbeeld laten zien hoeveel stroom jouw zonnepanelen terugleveren aan het net. Dan wordt het een soort spel, dat motiveert meer mensen dan de duurzaamheidsgedachte zelf.’

Jaap Tielbeke (journalist, auteur van Een beter milieu begint niet bij jezelf)

‘Illustratief voor de vraag die de komende decennia gaat spelen: hoe creëren we draagvlak voor de energietransitie? Mensen maken zich zorgen over het klimaat, maar zijn ook bang dat zij de rekening moeten betalen. Dan heb je het risico dat ze de kont tegen de krib gooien, zoals nu ook in sommige wijken gebeurt. Uit het PBL-rapport blijkt weer dat we er met vrijwilligheid alleen niet komen. Daarom moet de overheid de regie sterk in handen nemen, en aandacht hebben voor de sociaal-economische gevolgen.

‘Want het klimaatvraagstuk is ook een herverdelingsvraagstuk: als we niet oppassen, worden de lage- en middeninkomens hard geraakt door de transitie. Daarom vind ik het idee van een Green New Deal zo prikkelend: daarin wordt klimaatbeleid gekoppeld aan sociale en economische rechtvaardigheid. Dat kan je bereiken met ambitieuze overheidsprogramma’s. Die mogen best wat geld kosten, want als we niets doen, zijn de economische en maatschappelijke kosten later nog veel groter. Bovendien zien we nu in de coronacrisis dat overheden opeens heel doortastend kunnen zijn, als de nood aan de man komt. Die mentaliteit zou ik ook graag zien in het klimaatbeleid.’

Geranne Lautenbach (jurist en betrokken bij het participatietraject aardgasvrij in Banne-Noord, Amsterdam)

‘Bewoners van Banne-Noord mogen meedenken welke alternatieve warmteoplossing gekozen moet worden in plaats van aardgas. De voorkeur van de gemeente is om de wijk aan te sluiten op het stadswarmtenet van Vattenfall. Daar bestaat weerstand tegen, onder andere omdat mensen niet geloven dat het een duurzame oplossing biedt.

‘De energietransitie kan versneld worden wanneer huiseigenaren ondersteuning krijgen bij het verduurzamen van hun woning door goede voorlichting en subsidies te bieden. Van belang hierbij is dat de gemeente na gedegen onderzoek zo snel mogelijk duidelijk maakt welke duurzame warmteoplossing op termijn gekozen kan worden voor een wijk als de bestaande woningen eenmaal zo goed mogelijk geïsoleerd zijn.

‘Mensen kunnen bijdragen aan de energietransitie door hun huis goed te isoleren. Veel oplossingen zijn betaalbaar: het is mogelijk met relatief kleine ingrepen het energieverbruik flink omlaag te brengen. Denk bijvoorbeeld aan een ventilatiewarmtepomp. De kosten ervan heb je met de beschikbare subsidie na circa tien tot vijftien jaar terugverdiend. Verder is kierdichting verstandig om warmteverlies te beperken; simpelweg zorgen dat gaten en kieren in het huis gedicht zijn en de kitnaden nalopen. Het kan zelfs zo simpel zijn als een borstel aanbrengen op de brievenbus.

‘Zelf liet ik voor anderhalfduizend euro mijn vloer isoleren, sindsdien is de temperatuur in de woonkamer niet lager geweest dan 19 graden. Ook niet na een koude nacht. Vloerisolatie is een relatief goedkope maatregel waar mijn huis niet voor op de schop hoefde en die me nu geld bespaart, en mijn huis comfortabeler maakt.’

Jan Rotmans (hoogleraar duurzaamheid)

‘Hoewel er op dat PBL-rapport veel aan te merken valt, blijft de conclusie overeind staan. Daarom moet de overheid de markt op gang brengen, zodat het op termijn wél rendabel wordt om je woning te verduurzamen. Het subsidieprogramma Wind op Zee kan een voorbeeld zijn. Met zo’n groot subsidieprogramma gaan marktpartijen erin stappen en komt innovatie op gang, waardoor de technologie snel goedkoper wordt. Zo kostte windenergie in het begin nog zo’n 15 cent per kilowatt, vijf jaar later was dat nog maar 4 cent. Dat kan ook bij het verduurzamen van woningen.

‘We moeten het bovendien niet top-down aanpakken. Dan voelen wijken als Overvecht in Utrecht zich een proefkonijn. Begin liever waar bewoners zelf met initiatieven zijn gekomen, zoals in Nijmegen en Leeuwarden. Zorg dat het daar goed werkt, zodat je dan anderen kunt enthousiasmeren. Want voor bewoners heeft het ook voordelen: minder temperatuurverschillen, meer wooncomfort. Ze willen alleen weten waar ze aan toe zijn. Maak daarom een stappenplan, zodat iedereen weet wanneer zijn huis aan de beurt is. Vergeet ook de woningcorporaties niet: daar kun je snel winst boeken, want veel sociale huurwoningen scoren slecht op het gebied van energiezuinigheid. Voor de minder draagkrachtige bewoners kan een lagere energierekening veel verschil maken.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden