Mees KoningswijkVERBAASTZICH OVER CULTUURVERHARDING

Opinie: Hoe een coronaheld rap zijn status verloor

Van de saamhorigheid in de lockdownperiode is weinig over. Boodschappenbezorger Mees Koningswijk ontmoet onbegrip als hij de coronamaatregelen in acht neemt. Waarom die woede? 

Een medewerker van online supermarkt Picnic bezorgt boodschappen in Utrecht. De voertuigen van Picnic zijn al elektrisch.Beeld Raymond Rutting / de Volkskrant

Als bezorger voor een boodschappen­service bel ik aan bij de ingang van een zorginstelling in ­het Noord-Hollandse Bennebroek. Ik was werkloos toen de ­coronacrisis begon en ik ben daarom als bezorger begonnen bij een van de grootste supermarktketens van Nederland.

De intercom wordt opgenomen en aan de andere kant klinkt de stem van een van de verpleegsters van het seniorencomplex.

‘Kun je de boodschappen even naar boven brengen?’

Ik antwoord: ‘Ik zou het graag voor u doen mevrouw, maar ik mag in verband met corona maar bezorgen tot de voordeur.’

De verpleegkundige denkt dat ze de intercom heeft opgehangen en begint tegen haar collega te klagen over hoe lui die kl*tebezorgers altijd zijn.

‘De intercom staat nog aan mevrouw’, zeg ik wat luider en een beetje ­beschaamd.

‘Nou en?!’, krijg ik als antwoord. Het blijft een tijdje stil. ‘Goed, ik kom wel naar de deur’, wordt er even later verzucht.

Ik dacht dat de verpleegkundige en ik in hetzelfde team zaten. Omdat we allebei in de lockdown het stempel ‘vitaal’ beroep hebben gekregen, verwachtte ik juist van haar begrip voor de situatie.

Afkeurende blikken

Helaas was niets minder waar en heb ik, toen ze bij de deur kwam, nog een paar afkeurende blikken mogen ontvangen en de zogenaamde stiltebehandeling. De boodschappen werden vervolgens door haar onder luid gezucht en ­gekreun over de drempel getild.

Dit voorval is helaas geen uitzondering. Ik bevind mezelf steeds vaker in dit soort ongemakkelijke situaties waar het onbegrip regeert. Terwijl een aantal weken geleden iedereen nog snapte dat ik niet binnenkwam. Ze zouden het niet eens willen als het wel mocht.

Toen werd ik, tot mijn eigen verbazing, vaak behandeld als een soort held wanneer ik de boodschappen voor de deur zette. Ik voelde me als de melkboer die na een lange periode van afwezigheid zijn langverwachte rentree maakte. Men applaudisseerde nog net niet wanneer ik langsreed in mijn boodschappenbus. Ik mocht voor heel even een vitaal beroep uitoefenen. Heel even was de ordinaire bezorger iets speciaals. Maar nu de coronacrisis aanhoudt, is die vitaliteit er helaas weer vanaf en sta ik, ironisch genoeg, opnieuw onderaan de voedselketen.

Alsof ik gek ben

Ik schrik ervan dat ik steeds vaker word behandeld alsof ik gek ben wanneer ik de regels niet wil overtreden. Mensen zijn echt boos wanneer ik niet binnenkom, verbaasd wanneer ik vraag anderhalve meter afstand te houden en lachen honend als ik zeg dat ze hun handen moeten wassen na het aanraken van mijn pinapparaat. Men lijkt zelfs harder dan voor de crisis. Raar, hoe het gedrag in zo’n korte tijd kan veranderen. Het gevoel van lotsverbondenheid, verbroedering en de bijkomende vriendelijkheid zijn – in de langste hittegolf sinds 1976 –als sneeuw voor de zon verdwenen.

En ik zie dit niet alleen in mijn werk als bezorger, maar ook op straat. De mensen die afstand proberen te houden, worden raar aangekeken. Als er wat van wordt gezegd, reageren mensen heftig. Het doet me denken aan de BLM-discussie waarin twee kampen met hun vinger naar elkaar blijven wijzen. In beide gevallen gaat het niet om schuld, maar om verantwoordelijkheid. Het gaat er niet om wie wat gedaan heeft. Het gaat erom dat iedereen naar zichzelf begint te ­kijken en denkt: wat kan ik doen om de situatie te verbeteren?

Ik vind het moeilijk om de oorzaak te benoemen van deze verharding. Misschien is het de eenzaamheid die het slechte in ons naar boven haalt? De verdeeldheid in de BLM-discussie? De ontnomen vrijheid die ons doet rebelleren tegen alles en iedereen? Of is het simpelweg de hitte die ons naar het hoofd stijgt?

Leven in onzekerheid

Misschien worden we betere mensen van leven in onzekerheid. Tijdens het hoogtepunt van de crisis was niemand zeker over de toekomst. Zelfs onze opperleiders moesten 100 procent van de beslissingen nemen op basis van nog geen 50 procent aan kennis.

Na een periode van geaccepteerde onwetendheid, vormt ieder weer zijn eigen mening op basis van de geringe kennis en ervaring die men zelf heeft opgedaan. En hier klampen we ons aan vast, zoals de Belarussische politicus Loekasjenko aan zijn presidentschap. Totaal blind voor andere perspectieven en de tegenstand.

Misschien is het dus wel de behoefte aan ­zekerheid die onze harten verduistert. En omdat we alleen zeker zijn van onze eigen mening, biedt dat houvast. Maar juist twijfel geeft mogelijkheden om begripvoller te zijn en open te staan voor de mening van een ander. Misschien zouden we daarom moeten pleiten voor twijfel. Laat de twijfel nog wat langer overheersen.

Vaak moeten dingen eerst slechter worden, voordat we verder kunnen bouwen. Ik hoop dat we op elk vlak wat meer naar onszelf zullen kijken en bedenken hoe we de situatie voor iedereen een beetje beter kunnen maken. Laten we het virus en de haat verbannen uit onze gedachten, lichamen en landen, en de solidariteit en twijfel meer omarmen. Dan maken we tenminste het beste van al deze ellende.

En wie weet kan ik dan over enige tijd de boodschappen weer tot in uw keuken bezorgen. En dan zal ik een heldhaftige pose aannemen, terwijl u applaudisseert naast het aanrecht. 

Mees Koningswijk (27) is schrijver. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden