Opinie

Opinie: Het is geen wetmatigheid dat de leider van de grootste partij premier wordt

Hoe machtig een politicus ook is, als hij niet langer het gezag en de geloofwaardigheid heeft, moet hij een stapje terug doen, betoogt politicoloog Wilfred Scholten. Dat is wijs en verstandig en goed voor het land.

Overleg van de KVP-fractie tijdens de
Overleg van de KVP-fractie tijdens de "nacht van Schmelzer", 14 oktober 1966. Tweede van rechts op de foto fractievoorzitter Norbert Schmelzer.Beeld ANP

De lijsttrekker van de grootste partij is de beoogd minister-president. Het is een waarheid als een koe, bijna een wetmatigheid. Waarom eigenlijk? In de parlementaire geschiedenis zijn voorbeelden dat het ook anders kan. Precies vijftig jaar geleden werd een politicus premier die slechts dertien zetels had.

Wie het verleden niet kent, is niet goed toegerust voor de toekomst. Als iets het stuurloze proces van de huidige kabinetsformatie wellicht vlot kan trekken, is het wel bestuderen hoe het eerder ging en daaruit lessen trekken.

De historicus Mark Rutte zal de eerste zijn om dit te beamen. De huidige generatie politici bevindt zich in een land waarvan ze de kaart niet kennen. Hoe uniek de crisis ook lijkt, er zijn eerder tijden geweest waarin wantrouwen het politieke bestel deed wankelen.

Slinksheid, oneerlijkheid en onwaarheid

De Nacht van Schmelzer was zo’n moment, in oktober 1966. Lang geleden, maar ook verrassend actueel. Door de motie die KVP-leider Norbert Schmelzer indiende tegen zijn bevriende kabinet, ontstond er een golf van verontwaardiging over deze, volgens velen valse en achterbakse, manier van politiek bedrijven.

Met de uitspraak ‘de teckel met een vette kluif in zijn bek’ schetste cabaretier Wim Kan een lelijk beeld van Schmelzer en zijn vermeende achterkamertjespolitiek waarin slinksheid, oneerlijkheid en onwaarheid zegevierden.

Voor Norbert Schmelzer betekende zijn Nacht het einde van een tot dan toe vlekkeloze machtspositie. Aan zijn eerlijkheid en geloofwaardigheid werd vanaf dat moment hevig getwijfeld. Toen hij in 1963 aantrad als fractievoorzitter was zijn partij de grootste van het land. Oppermachtig, met een Kamervoorzitter, een premier en tal van functies ‘elders’ in het politieke bestel. Hij deelde achter de schermen de lakens uit. Niets leek zijn positie te bedreigen.

Klinkt bekend, is het niet?

President

Maar na zijn Nacht was de glans ervan af. De brokken van de val van het kabinet werden gelijmd door de populaire oud-minister van de ARP, Jelle Zijlstra. ‘Waar we heen gaan, Jelle zal wel zien’, zong Kan. Het vertrouwen in het land in deze sobere Fries was groot. Het vertrouwen in zijn ARP was minder aanzienlijk: de partij had slechts dertien zetels. Maar omdat de KVP, en zeker hun voorman, geen moreel gezag meer had, werd hij premier van een interim-kabinet. Na de verkiezingen wilden velen dat hij zou aanblijven als minister-president, maar hij werd liever president van De Nederlandsche Bank.

Schmelzer ging door als fractievoorzitter van een gehavende KVP, nog steeds de grootste partij, maar werd geen minister-president. Oud-duikbootkapitein Piet de Jong (ook KVP) werd door zijn partij naar voren geschoven als leider van een kabinet, dat het achteraf gezien uitstekend deed en vier jaar lang overeind bleef. Achter de schermen trok Schmelzer nog steeds aan vele touwtjes, maar daar bleef het bij.

Onervarenheid

Na de verkiezingen van 1971 was de KVP nog steeds de grootste partij van de beoogde coalitie, maar ging het premierschap over naar een andere voorman van de middelgrote ARP: Barend Biesheuvel. Hij mocht het kabinet gaan leiden, de KVP kreeg de belangrijkste ministeries en Schmelzer werd minister van Buitenlandse Zaken. Na anderhalf jaar sneuvelde het kabinet al, maar dat kwam vooral door de onervarenheid van nieuwkomer DS’70, een rechtse afsplitsing van de PvdA.

Deze historische feiten tonen twee dingen aan: het is geen wetmatigheid dat de leider van de grootste partij vanzelfsprekend premier wordt. En belangrijker nog: hoe machtig een politicus ook is, als hij niet langer het gezag en de geloofwaardigheid heeft, moet hij een stapje terug doen. Dat is wijs en verstandig en goed voor het land.

Eerste stap

Waarom gaat de politiek zwaar gehavende Rutte niet terug naar de Kamerbankjes en geeft hij Sigrid Kaag de kans ‘nieuw leiderschap’ te tonen? De VVD kan met belangrijke ministers een steunpilaar van het nieuwe kabinet vormen en zo het grootste deel van haar macht behouden.

Als een Norbert Schmelzer kan Rutte vanuit de Kamer, met zijn 1,9 miljoen stemmen achter zich, zien dat het goed gaat en bijsturen waar het nodig is. Het alternatief is een ‘Piet de Jong’ in zijn eigen partij zoeken, maar die lijkt door de aftocht van veel kroonprinsen en -prinsessen moeilijker te vinden.

In ieder geval is een stapje terug doen nu nodig om ons land in crisistijd snel een nieuw kabinet te geven en het wantrouwen in de politiek weg te nemen. De impasse in de kabinetsformatie kan doorbroken worden en dat is toch ook wat Rutte en zijn VVD wil?

Wilfred Scholten is politicoloog en journalist en schreef onder andere Mooie Barend, biografie van B.W. Biesheuvel (2012).

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden