OpinieGrondhervorming

Opinie: Het heilige huisje van de landbouwgrond moet omver: maak van half Nederland natuur

Alleen door radicale omzetting van landbouwgrond kan Nederland klimaat én welvaart redden, betogen Iman Stratenus en Folef van Nispen, respectievelijk strategisch adviseur en uitgever.

Op het eiland Tiengemeenten, in het Haringvliet, is de landbouwgrond omgevormd tot natuur.Beeld Hollandse Hoogte / Paulien van de Loo

De polemiek over klimaat en milieu wordt zo gevoerd: zijn wij bereid om onze ­levensstandaard aan te passen om het leven op aarde te redden? Het verbaast ons dan ook niet dat er na al die jaren van wetenschappelijk onderbouwde waarschuwingen nog steeds geen grootschalig plan voor het klimaat en milieu van de grond is gekomen en de rechter eraan te pas moet komen om de overheid tot actie te dwingen. Een toekomst van minder is immers voor de meesten niet aantrekkelijk. Natuurlijk willen wij het leven op aarde beschermen. Maar we houden ook van de levensstandaard die we hebben gecreëerd.

De grote vraag is dus of we de brug kunnen slaan tussen ons leven én onze levensstandaard. We denken een belangrijk stuk van de puzzel te hebben gevonden in ons grond­gebruik. De kern van onze visie is zowel simpel als ingrijpend: Nederland voor de helft tot natuur maken.

Dat kan door een groot deel van de eigenaren van landbouwgronden op vrijwillige basis ruimhartig te compenseren voor deze transitie. Dat kan vervolgens worden betaald door een klein deel van het verworven grondgebied te verkopen als bouwgrond. De oplossing van het woningnoodprobleem financiert zo voor een belangrijk deel de oplossing voor het klimaat- en milieuprobleem. En we maken van Nederland een nog veel mooier en aantrekkelijker land.

Nederland is voor 66 procent landbouwareaal, 19 procent is bebouwd en 15 procent is natuur. Naast het ­reduceren van de uitstoot van broeikasgassen is er geen betere oplossing om de klimaat- en milieuproblemen te lijf te gaan dan ruimte te geven aan natuur. Groeiend bos, heide, rietvelden en kruidenrijke graslanden slaan enorme hoeveelheden CO2 op.

In vrije natuur kan de verloren gegane biodiversiteit zichzelf herstellen, hetgeen essentieel is voor ons eigen leven. Meer natuur betekent minder monocultuur, minder stikstof en minder pesticiden. Het betekent ook betere temperatuurregulatie, betere waterretentie en een betere gezondheid van mensen en dieren. En in een fors uitgebreide natuur kunnen wij wonen, werken en recreëren.

Die enorme toename van natuurgrond kan komen op het huidige landbouwareaal. Nederland is van oudsher een agrarisch land met vruchtbare grond en grote door technologie gedreven efficiëntie.

Maar slechts een paar procent van de werkgelegenheid en de economische welvaart wordt gegenereerd op tweederde van de grond, terwijl de belasting voor klimaat en milieu door de landbouw hoog is. Voor de eigen voedselvoorziening is zo veel landbouwgrond niet nodig: eenderde van de verbouwde gewassen wordt veevoer en 75 procent van de totale voedselproductie in Nederland is voor de export. Veel boeren zouden zonder subsidies of een windmolen in de wei het bedrijf moeten sluiten. De meeste boeren willen graag veranderen, maar ze hebben daar wel hulp bij ­nodig.

Die hulp bestaat uit het bieden van een ruimhartige en vrijwillige uitkoop- of subsidieregeling. Zo’n regeling kost veel geld: bij omzetting van 1,2 miljoen hectare landbouwgrond in natuur ruim 100 miljard euro. Maar door 4 procent van de omgezette gronden (1,5 procent van het ­totale Nederlandse grondgebied) als bouwgrond te verkopen, kan dat ­budgetneutraal.

Wij pleiten er voor om de dialoog over het heilige huisje van de landbouwgronden nu aan te gaan. Maar ook over een ander heilig huisje: dat er geen bouwgrond bij moet komen. Op die 1,5 procent van het grondgebied kunnen een miljoen duurzame woningen worden gebouwd, met name voor starters en ouderen. Het woningnoodprobleem wordt daarmee opgelost en de duurzame bouwsector gestimuleerd.

Centrale regie is noodzakelijk om dit plan voor een nieuwe ruimtelijke indeling van Nederland uit te voeren. Een multidisciplinaire centrale overheidsinstantie zou deze rol kunnen vervullen.

Maar centrale regie betekent niet alles bepalen: de uitvoering moet ­decentraal worden gedaan, met ­betrokkenheid van provincies, gemeenten, landeigenaren en burgers. De nieuwe natuur wordt namelijk van ons allemaal.

Iman Stratenus en Folef van Nispen zijn respectievelijk strategisch adviseur en uitgever.

Dit is een verkorte versie van het ­essay Natuurrijk Nederland: budgetneutraal naar een Nederland met 50 procent natuur, te raadplegen op natuurrijknederland.org

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden