OpinieVoordelen coronacrisis

Opinie: Heerlijke Nieuwe Coronawereld

Voor wie de stille autovrije zondag niet meemaakte en het heimwee ernaar niet kent, biedt de coronacrisis een herkansing. Maar leg dan wel die smartphone weg. Nu.

Oliecrisis: Postkoets op de snelweg tijdens autoloze zondag, bij Katwijk (ZH), 4 november 1973.Beeld Hollandse Hoogte / Spaarnestad Photo - ANP

Voor het geval u het nog niet wist: het kan zijn dat u ooit naar ‘de tijd van het coronavirus’ gaat ­terugverlangen – naar die lente van 2020 toen de ratrace tot stilstand kwam. Het kan zijn dat u later vertelt: tijdens dat coronavirus had ik tijd voor mijn vrienden; ik voelde me verbonden met de hele straat; in die coronatijd hoorde ik de bomen ruisen, zag ik ’s avonds de hemel verkleuren en rook ik hoe de lente bezit nam van tuinen in de buurt. Vóór dat virus uitbrak was het zelfs voor beoefenaars van zen en mindfulness lastig aandacht op te brengen voor moois dat er altijd is.

De Ierse franciscaner broeder ­Richard Hendrick schreef een ‘coronagedicht’ dat zich in vertalingen snel over een paar miljoen smartphones verspreidde: ‘Ja, er is angst. Ja, er is isolatie. Ja, er is paniekaankoop. Ja, er is ziekte. Ja, er is zelfs dood. Maar ze vertellen dat ze in Wuhan na zo veel jaren lawaai weer de vogels kunnen horen zingen. Ze ­vertellen dat ze in de straten van Assisi mensen horen zingen voor elkaar. Ze vertellen dat een hotel in Ierland gratis maaltijden bezorgt aan huis. Over de hele wereld vertragen en reflecteren mensen, over de hele wereld kijken mensen op een nieuwe manier naar hun buren (. .)’

Heerlijke Nieuwe Coronawereld, zou je haast zeggen in een variatie op ­Aldous Huxleys beroemde boek. Veel verhalen uit de praktijk zijn minder heerlijk. ‘De tijd van het coronavirus’ blijkt er ook een van eenzaamheid, isolatie, angst, verveling en gezinsleden die elkaar verrot schelden.

Fascinerend is echter dat mensen die in het verleden iets enigszins vergelijkbaars meemaakten, daar vaak met heimwee aan terugdenken. We kennen allemaal Nederlanders die ruim 46 jaar na dato nog praten over heerlijke autoloze zondagen. Veel inwoners van Oost-Europa praten drie decennia na het instorten van het communisme over de heerlijke langzame tijden voor 1989, de tijden dat de grenzen gesloten waren, er nergens iets te doen was en winkels met lege schappen geen aanleiding ­gaven tot consumeren. Er heerste in die jaren veel angst voor verklikkers en veel frustratie over gebrek aan vrijheid en schaarste. Maar flink wat mensen herinneren zich tegenwoordig jaren dat ze tijd hadden voor intimi, vriendschappen hecht waren, niemand bezig was met geld en ze boeken lazen die ze na 1989 nooit meer hadden uitgekregen. Zelfs de erotische merites zijn officieel geboekstaafd: mensen moesten wát op lange avonden dat het tv-aanbod bestond uit het Veertiende Partijcongres.

Een beetje communisme

Bijna elke tijd wordt ‘een goeie ouwe tijd’ als die eenmaal voorbij is. Maar misschien kunnen we, nu we toch in de tijd van het coronavirus zijn beland, proberen met die nostalgische ervaringsdeskundigen ons voordeel te doen. Westerse mensen uit de 21ste-eeuw krijgen nu immers ‘een beetje communisme’ en ‘een beetje autoloze zondag’ voorgeschoteld. Typisch is dat de wereld uit herinneringen van Oost-Europeanen lijkt op die uit de toekomstvisioenen van duurzaamheids­activisten, kleinschaligheidsadepten, grassrootsidealisten en demonstranten tegen neoliberale excessen: een wereld waarin niet alles draait om economische groei, waarin mensen geen slaaf zijn van de ratrace, oog hebben voor ­elkaar en wat ze materieel inleveren terugkrijgen in de vorm van kwaliteit van leven. Die wereld kom je ook tegen in een paar duizend zelfhulpboeken met titels als Geluk in twaalf stappen. Omstandigheden die al die zelfhulpboekauteurs nastrevenswaardig vinden, worden door de coronacrisis gefaciliteerd.

Als je iets kunt leren uit het genre ‘Zeven manieren om echt gelukkig te worden’ én van oudere Oost-Europeanen, is dat verbondenheid en diepgaand menselijk contact het allerbelangrijkste zijn. Een probleem voor westerse mensen uit de 21ste eeuw is dat ze vaak alleen wonen en dat ook degenen die niet alleen wonen smartphones hebben. Twee millennials schreven in deze krant: ‘Elk uur checken we verschillende coronaliveblogs en verdiepen ons in de risico’s om deze gevaarlijke situatie beter in te schatten.’ Reken maar dat zij niet de ­enigen zijn en dat ook boomers corona-liveblogs checken. Wie deze dagen een blokje om loopt, ziet thuiszittende mensen van vele generaties aan schermpjes gekluisterd, en het laat zich raden waarover het op die schermpjes gaat.

De paradox van de coronatijd is dat, als je de kans wilt vergroten dat je er ooit heimwee naar krijgt, je eigenlijk niet de hele dag op je telefoon met de coronatijd bezig moet zijn. Er hoeven maar twee mensen telefoons weg te leggen om ‘nader tot elkaar’ te komen. Als we niet verkouden zijn en anderhalve meter afstand bewaren, mogen we onze vrienden vooralsnog gewoon opzoeken, en desnoods kunnen we die smartphones gebruiken om onze vrienden te bellen.

Wat er is

Een advies van ervaringsdeskundigen uit landen waar niets te koop en niets te doen was, luidt dat je aandacht moet hebben voor ‘wat er is’ in plaats van ‘wat er niet is’. Als inwoners van toenmalig communistisch Europa in bijna lege winkels eindelijk weer eens uien vonden, waren ze extra blij met die uien. Nooit smaakten uien beter dan toen: het was mindfulness-avant-la-lettre, althans in herinneringen. Want op archiefbeelden zijn mensen vaak helemaal niet zen: in plaats van in vreugde te ontsteken als er uien waren, ontstaken ze in lange rijen in woede als er géén uien waren. Nederlanders die deze dagen in hun ­supermarkten producten missen, laten zich ook niet van hun leukste kant zien, maar oefening baart kunst.

De beste saboteur van elke vorm van menselijk geluk is de vergelijking, zeggen ze vaak. Degenen die hun huidige ­situatie vergelijken met die van twee ­weken terug, denken: zonder dat coronavirus waren de schappen nu niet leeg, waren we bezig aan de fitness workout, lagen we op een tropisch strand. Gevorderden in de kunst van het ‘aandacht opbrengen voor wat er is’ weten: zonder dat coronavirus was de pracht van de linde rechts voor het raam ons nooit opgevallen en waren de merites van de enige fles pastasaus die in de schappen achterbleef ons ontgaan.

Belangrijk in herinneringen van Oost-Europeanen die langzame tijden en schaarste overleefden is Het Boek. Hoe saai, grimmig en lelijk de wereld destijds ook was – tijd om te lezen hadden de mensen er. ‘Voor 1989 gelezen’, is nog steeds een gevleugeld zinnetje. Na 1989 werd iedereen namelijk drúk. Voor de coronacrisis begon was ‘druk’ waarschijnlijk het adjectief dat Nederlanders het meest voor hun leven gebruikten. In de meeste Nederlandse huizen zijn boeken aanwezig die het vooralsnog afleggen tegen coronaliveblogs. Het typische van de mooiste boeken die mensen uitlezen, is ze die ervaring naderhand als een cruciale levenservaring zien. Stel je voor dat we dat nooit hadden gelezen! U kunt nu naar de kast lopen en er één ongelezen boek uit halen. Als u het straks terug zet, denkt u: ‘Gelezen in de tijd van het coronavirus.’

Olaf Tempelman is voormalig correspondent in Oost-Europa.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden