Opinie

Opinie: Gezonde landbouw kan niet zonder gezonde veehouderij

Een pleidooi voor de algehele afschaffing van de veehouderij is schadelijk en onzinnig. Koeien zijn namelijk nog wel wat meer dan vehikels voor melk en vlees.

Tom Saat
Koeien in Numansdorp. Beeld Arie Kievit
Koeien in Numansdorp.Beeld Arie Kievit

Nu het breed is doorgedrongen dat we met de veehouderij in Nederland alle grenzen hebben overschreden, ontstaat daarmee een voedingsbodem voor oplossingen die radicaal voor het tegendeel kiezen: complete afschaffing van de veehouderij. In de Volkskrant van 23 juli wordt ruim baan gegeven aan die visie. In een twee pagina’s groot interview meet Georges Monbiot zijn weerzin tegen de veehouderij breed uit.

Het is een bekend maatschappelijk fenomeen: wanneer iets in opspraak raakt, wint de tegenovergestelde opvatting aan populariteit. Daarom is het van groot belang om, juist nu de veehouderij van alle kanten wordt bekritiseerd, ook de gezonde kant van veehouderij te belichten. Want ook hier geldt dat noch de industriële veehouderij, zoals die door LTO en Farmers Defence Force wordt voorgestaan, noch de door veganisten bepleite afschaffing van de veehouderij, een perspectief voor de toekomst biedt.

Over de auteur
Tom Saat is biologisch-dynamisch boer in Almere.

Bewustzijn

Dankzij de stikstofcrisis zijn de schaduwkanten van de intensieve veehouderij (die meer dan stikstof omvatten), tot het maatschappelijk bewustzijn doorgedrongen, waardoor er nu ruimte ontstaat voor een transitie. Om meerdere redenen zal in die transitie ruimte moeten en kunnen bestaan voor een gezonde veehouderij. Immers, van de resten van de voedingsindustrie (van groente, aardappelen en graan) kan een zeer bescheiden varkens- en pluimveehouderij een gezonde toekomst hebben. Zonde immers om dit weg te gooien terwijl het in hoogwaardige voeding kan worden omgezet. Maar er wordt een grens overschreden wanneer voor humane voeding geschikte producten, zoals granen en soya, aan vee gevoerd worden. Het zijn juist deze krachtvoerproducten, die het overschot aan mest en stikstof opleveren.

Voor de melkveehouderij is er meer toekomst. Koeien (en andere herkauwers) produceren dierlijk eiwit uit gras, wat immers niet voor mensen geschikt is. En op grote delen van het aardoppervlak kan er niet veel anders dan grasachtige vegetatie groeien. In die delen van de wereld zijn het de herkauwers die het landschap onderhouden en de biodiversiteit in stand houden. Eeuwenoude graslanden zoals in de Jura, waar begrazing en hooiwinning elkaar altijd hebben afgewisseld, herbergen de grootste biodiversiteit die Europa kent. Juist doordat de daar groeiende vegetatie en de processen in de bodem elkaar versterken, is die biodiversiteit ontstaan.

In zijn boek Regenesis geeft Monbiot hoog op van ‘Rewilding’. Steeds gaat het daarbij om gebieden waar de landbouw òf verwaarloosd òf veel te intensief is geweest. Rewilding kan dan, zoals eigenlijk elke ingreep, een impuls geven aan biodiversiteit. Het kan echter nooit het hoogwaardige cultuurlandschap opleveren, wat kenmerkend is voor bovengenoemde, met hagen omzoomde graslanden.

Om zijn argumenten kracht bij te zetten verwijst Monbiot naar onderzoeken die aantonen dat ook biologische veehouderij vervuilend is. In die onderzoeken, zoals uitgevoerd door onder andere de Wageningen Universiteit en de Universiteit van Augsburg, wordt gebruik gemaakt van de LCA-methode. Deze methode komt uit de industrie, waarbij er wordt gekeken naar alle input die voor een product nodig is en naar de output die uit het productieproces komt. Dat is een methode die in de industrie, en ook in de industriële landbouw, prima functioneert, maar die in de biologisch(dynamische) landbouw de plank volledig misslaat. Natuurlijk heb je veel gras nodig om één liter melk te produceren, maar wat er overblijft, het verteerde gras in de vorm van mest, is geen verlies, geen afval. Nee, die mest komt weer terug op het gras of op de akker.

Cyclus

In een gezond landbouwsysteem functioneert alles in een cyclus, in een kringloop. En inderdaad, biologische koeien eten meer gras en minder krachtvoer en dus heb je meer input nodig voor eenzelfde hoeveelheid output. Wageningen Universiteit is de architect van de huidige industriële landbouw, logisch ook dat zij een industriële rekenmethode toepast om haar gelijk te bewijzen. Daarmee laat ze echter de potentie die landbouw heeft voor bevordering van bodemvruchtbaarheid en biodiversiteit buiten beschouwing.

In een gezonde landbouw, waar de geproduceerde mest vooral wordt benut om er gezonde akkerbouw mee te bedrijven, zijn er geen stikstofniveaus waarover we ons zorgen moeten maken, maar zijn er boeren die gras winnen uit natuurgebieden, die daardoor aan kwaliteit winnen. Dan staan landbouw en natuur niet langer tegenover elkaar, maar versterken zij elkaar juist, doordat de landbouw natuurlijke technieken gebruikt om de natuur op een hoger plan te brengen.

Als laatste klap op de vuurpijl gebruikt Monbiot het argument dat het voor klimaat noodzakelijk is om de veehouderij af te schaffen. Een belangrijke schakel daarin vormt het broeikasgas methaan, dat door herkauwers wordt uitgescheiden. Jarenlang werd dit argument door het IPCC (VN-organisatie voor klimaatverandering) ondersteund. Methaan werd als een 26 keer zo sterk broeikasgas ingeschaald als CO2. Dat argument werd al jaren door wetenschappers bestreden. Vorig jaar heeft het IPCC haar fout eindelijk (deels) toegegeven, waardoor van de factor 26 er nog 5 over bleven. De potentiële ‘methaanvervuiling’ door herkauwers daalt daarmee ook met een factor 5. Illustratief hiervoor is ook het besef dat er in Europa nu ongeveer net zoveel herkauwers zijn als begin 1900. Dat de veehouderij radicaal anders moet, staat buiten kijf. Maar als we echt iets voor het klimaat willen doen, dan moeten we het gebruik van fossiele brandstoffen afschaffen en niet de veehouderij.

Bosbouw

Monbiot gebruikt tenslotte ook nog als argument dat daar waar nu grasland is, ook bos kan worden aangelegd. Dat is maar gedeeltelijk waar, aangezien bos veel hogere eisen stelt aan haar omgeving dan gras. Het argument gaat echter ook mank, wat betreft koolstofopslag. Het aanplanten van bos is een adequate maatregel in tropische gebieden. Daar is de bovengrondse vastlegging van CO2 vele malen groter dan in onze gematigde zones. In ons klimaat echter zit veel meer koolstof opgeslagen in de bodem, dan in de vegetatie die daarop staat. Blijvend grasland herbergt hier meer CO2 dan een bos. En voor dat graslandbeheer hebben we koeien nodig. Vee vervangen door bomen is dan ook het paard (en de koe) achter de wagen spannen.

Tom Saat is biologisch-dynamisch boer in Almere.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden