Opiniewetenschap en de coronacrisis

Opinie: geen ramp als wetenschappers het oneens zijn over corona

De deskundigen die het kabinet adviseren over de coronacrisis, moeten open blijven staan voor nieuwe inzichten, betoogt Uri Rosenthal.

RIVM-directeur Jaap van Dissel staat na een briefing in de Tweede Kamer de pers te woord.Beeld ANP

De coronacrisis is een crisis zonder weerga. We kennen crises waar de acute fase kort duurt: overstromingen, terreuraanslagen, oproer. Die acute fase kenmerkt zich door een of meer kritieke momenten. Daarna zullen zich soms tijdens de ‘ramp na de ramp’ allerlei complicaties voordoen en is ‘back to normal’ niet langer aan de orde. Maar het ergste is in elk geval voorbij.

Daartegenover kennen we crises zoals de klimaat- en energiecrisis die, zonder dat er pieken zijn, lang duren. Het zijn sluipende crises. Er heerst al dan niet een gevoel van urgentie, maar niemand verwacht dat ze met een paar kritieke beslissingen afgedaan zijn.

Met de coronacrisis hebben we de slechtst denkbare crisis te pakken: we weten niet hoe lang die zal duren, en evenmin of en hoeveel pieken of golven ons nog te wachten staan – ook niet nu we in de tweede golf zitten. We zien vooruit naar een doeltreffend vaccin, maar verkeren in onzekerheid wanneer het nieuwe normaal voorbij zal zijn. Crisisdeskundigen weten in elk geval één ding zeker: we zullen niet zomaar terugkeren naar de oude tijden.

De coronacrisis is met dit alles een uitputtingscrisis: van acute naar chronische stress. Logisch dat dan barsten ontstaan in het maatschappelijke en politieke eenheidsfront en dat ook de relaties tussen beslissers, adviseurs en experts onder druk komen te staan.

Indekken

Voor de beslissers is het prettig én vervelend wanneer hun adviseurs met elkaar van mening verschillen. Prettig omdat ze dan in elk geval verschoond blijven van groepsdenken dat in crises altijd op de loer ligt: unanieme adviezen die niet voortkomen uit ieders oprechte beoordeling van de feiten, maar eerder uit het zich collectief indekken tegen kritiek. Dat er in het Outbreak Management Team onenigheid was over het sluiten van scholen en recent over de mondkapjes, is in dat opzicht geen probleem.

Aan de andere kant zijn meningsverschillen tussen de adviseurs vervelend omdat ze de onzekerheid die bij elke crisis per definitie heerst, eerder vergroten dan beperken. Ruttes 100 procent beslissen bij 50 procent informatie wordt er zo niet beter op. Daar komt bij dat die meningsverschillen juist in een uitputtingscrisis hoog kunnen oplopen. Voor beslissers is een crisis de scherpste toets op hun kwaliteiten; het verschil tussen wachtgeld en een lintje is flinterdun.

Maar voor adviseurs is het niet anders. In april 1980 stond president Jimmy Carter voor het acute dilemma om wel of niet met een gewaagde reddingsmissie Amerikaanse gijzelaars weg te halen uit Teheran. Hij kreeg een doordacht ‘no-go’-advies van zijn minister van Buitenlandse Zaken Vance, sloeg dat in de wind en ging mee met het emotionele ‘go’-advies van zijn veiligheidsadviseur Brzezinski; de mislukte reddingsactie kostte Carter een tweede termijn en Brzezinski zijn reputatie.

Catastrofale aardbeving

Crises stellen ook de wetenschappers op de proef. Er zijn legio voorbeelden van wetenschappers die hun gezag kwijtraakten door foutieve of overmoedige aanbevelingen. Gerenommeerde aardbevingsdeskundigen die de mist ingingen met hun kortetermijnvoorspelling van een catastrofale aardbeving; gelauwerde terreurexperts die zich volledig vergisten in het doen en laten van terroristen.

Dat kan ook de beste viroloog, epidemioloog, antropoloog, socioloog en zelfs statistisch modelleerder gebeuren. Temeer omdat zij zich, net als de samenleving als geheel, op deels onbekend terrein bewegen. Afgezien van de spanning die ook wetenschappelijke experts in crises parten speelt, ligt het bovendien in de aard van het wetenschappelijke beestje om het eigen gelijk te willen hebben. En dat met de beste bedoelingen.

Want je wil je juist bij een crisis van je beste kant laten zien, laten zien wat je aan de bestrijding van het onheil kunt bijdragen. Maar intussen is – om het een beetje hoogdravend te zeggen – inter- en transdisciplinair denken niet aan elke wetenschapper besteed. Vandaar ook de rivaliteit die kennelijk speelt tussen medische experts en het Red Team van andere wetenschappers.

Intussen is er niets nieuws onder de zon. De klassieke crisismantra is: wat te doen als de wetenschappers het oneens zijn? Het is aan de wetenschappers zich in elk geval niet te laten meeslepen in de hectiek van de kritieke momenten, en zich evenmin van hun stuk te laten brengen door het langdurige beroep dat in een uitputtingscrisis op hun deskundigheid wordt gedaan.

Daar hoort wel bij dat ze steeds openstaan voor voortschrijdend wetenschappelijk inzicht. Te meer daar wetenschappers in de media al gauw tot een te eenvoudig ja of nee, geruststellende of juist alarmerende voorspellingen worden geprest. Het kan dan ook geen kwaad als ze zich zoveel mogelijk onthouden van commentaar dat ver buiten hun eigen vakgebied ligt. Dan blijven die bijdragen vanuit de wetenschap over waarmee de beslissers hun voordeel kunnen doen in onzekere tijden.

Uri Rosenthal is oud-minister en crisiswetenschapper.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden