Opinie: Gebedsruimtes op openbare scholen een slecht idee? Welnee, maar noem het ‘stilteruimtes’
Gebedsruimtes op openbare scholen hoeven niet te botsen met neutraliteit, betoogden Esma Kendir en Assamaual Saidi in een opiniestuk.Volkskrant-lezers reageren.
Weinig overtuigend
Volgens Esma Kendir en Assamaual Saidi moeten openbare scholen inclusief zijn en islamitische leerlingen een passende gebedsruimte bieden. Anders worden islamitische scholieren het openbaar onderwijs uitgejaagd. Hun argumenten zijn echter weinig overtuigend.
Wereldwijd domineert de islam in 57 landen waar geen godsdienstvrijheid bestaat. Andersgelovigen en ongelovigen worden daar achtergesteld, en zelfs vervolgd en gestraft.
In Nederland hebben we wél vrijheid van godsdienst en levensovertuiging, en die wordt gewaarborgd door een neutrale en seculiere overheid. Hierdoor konden in ons land ruim vijfhonderd moskeeën ontstaan. Die scheiding tussen staat en geloof vertaalt zich ook naar het onderwijs. Openbaar onderwijs is er voor iedereen, ook voor islamitische leerlingen. Eigen aan het openbare karakter is dat de uitoefening van het geloof plaats vindt buiten de school. Dat is in het belang van leerlingen zelf: op school kunnen ze in vrijheid leren over godsdienst en levensbeschouwing, en zelf een keuze maken. Ze hoeven op school niet vanzelfsprekend de keuze van hun ouders te volgen. Godsdienstvrijheid is er immers ook voor hen, zeker voor jongeren vanaf 12 jaar.
Een neutrale, seculiere overheid is een waarborg voor de godsdienstvrijheid van allen. Laten we dat koesteren. Ook moslims varen daar wél bij.
Annelies de Vries, Wageningen
Kritische burgers
Openbare scholen staan open voor iedere leerling en elke leraar. Het onderwijs gaat niet uit van een godsdienst of levensovertuiging. Het argument dat neutraliteit of atheïsme een religie of een levensovertuiging zouden zijn, is als stellen dat kaalheid een haarkleur is. Atheïsten kunnen uiteenlopende levensovertuigingen hebben, zonder de aanwezigheid van een god of goden. In een dergelijke school past naar mijn mening geen kapel of welke gebedsruimte dan ook.
Scholen moeten jongeren niet vormen tot gelovigen: dat is wat de opstellers van het artikel naar mijn mening trachten te doen. Scholen moeten leerlingen opleiden tot kritische burgers die, eenmaal volwassen, hun eigen keuzes kunnen maken. Tot die tijd zijn ze een gemakkelijke prooi voor diverse religies. Scholen moeten hun best doen om wetenschappelijke kennis over te brengen en de waarden van de rechtsstaat doorgeven, zoals de vrijheid van meningsuiting, het recht op zelfbeschikking en de gelijkheid tussen man en vrouw.
Hans van Zetten, Middelburg
Stilteruimtes
Gebedsruimtes op openbare scholen: is dat een slecht idee? Welnee, maar noem het ‘stilteruimtes’. Lekker in stilte het universum vragen om oplossingen voor je vragen en problemen en even buiten jezelf treden is heel menselijk en bewezen heilzaam. Bij hele volkeren is de hang naar de band met het universum verworden tot een relatie met een fictieve identiteit. Ik weet niet of dat slecht is, maar de behoefte blijft.
Het lijkt mij heel goed als alle scholen voldoen aan de behoefte naar een ruimte waar je even kunt mediteren of, als je dat zo wilt noemen, bidden. Om aan die behoefte te voldoen richt je op school een neutrale lege ruimte in, met een zachte vloerbedekking waar schoenen, tassen, eten, praten en mobieltjes verboden zijn.
Om die stilte te handhaven kun je er eventueel een bureautje neerzetten waar docenten in stilte huiswerk kunnen nakijken. Geef daarnaast elk jaar een uurtje les in ‘meditatie’ en voilà: je school stijgt in de ranglijst van populaire scholen en misschien wordt het er ook nog veel rustiger.
Bert van der Kerk, medewerker mediatheek, Amsterdam
Verlichtingsideaal
Openbare scholen, de naam zegt het al, zijn scholen die opgericht zijn voor mensen met alle mogelijke religies. Het verlichtingsideaal achter de oprichting van de openbare scholen is tweeledig: allereerst natuurlijk zoveel mogelijk mensen opleiden, onderwijs geven. Het tweede, en hier belangrijkere, ideaal is het achterwege laten van godsdienst in de openbare ruimte. Als het geloof van mensen buiten de officiële instellingen worden gehouden, zou godsdienst daar ook geen rol meer hoeven te spelen.
In een gepolariseerd land dat Nederland in de 19de eeuw tot op zekere hoogte was, was dit verlichtingsideaal een geniale zet om zowel de katholieken als de protestanten een zeker opleidingsniveau aan te bieden. Het onderwijs stond voorop; godsdienst was iets voor de mensen thuis. Dat de twee auteurs dit in verband brengen met staatsatheïsme is te betreuren en fout, want dat is het niet. De overheid ontkent via het openbare onderwijs niet dat er een god is, ze laten het aan de mensen zelf over om hun godsdienst te bepalen.
Het begrip ‘neutraliteit’ is inderdaad verwarrend omdat het op verschillende terreinen een rol kan spelen. De openbare school moet proberen zoveel mogelijk neutraal te zijn op het gebied van haar onderwijs. Dit betekent niet dat er geen aandacht aan godsdienst gegeven mag worden, maar (en daar wringt de schoen) altijd vanuit een zeker perspectief: het algemeen Nederlandse. Dat betekent dat er veel aandacht gegeven wordt aan het christendom omdat deze godsdienst een belangrijke rol heeft gespeeld in de totstandkoming van de Nederlandse cultuur. De aandacht die aan andere godsdiensten gegeven zal worden is dus kleiner. Minderheden verdienen zeker aandacht, maar minder dan meerderheden.
Een ander belangrijk verschil in neutraliteit is het verschil tussen de school aan de ene kant en de leerlingen aan de andere kant. De school mag geen voorkeur uitstralen voor een bepaalde godsdienst. Dus geen kruizen boven de deur en ook de kerstboom zal moeten verdwijnen op openbare scholen. Deze ‘ongodsdienstigheid’ geldt niet voor de leerlingen: zij mogen zich tooien met kruizen, keppeltjes en niqaabs. Ook docenten mogen zich in Nederland, anders dan in Frankrijk waar de laïcité (het beginsel dat de Franse staat seculier is) verder gaat dan hier, tooien met zichtbare tekenen van hun godsdienst. Ze mogen zich uiten in hun godsdienst, maar dat zal ten alle tijden een privéopvatting blijven.
Maar wat moeten de islamitische leerlingen dan die graag onder schooltijd willen bidden? Een goede en terechte vraag. Mijn voorstel zou zijn om de bijzondere scholen om te vormen tot algemeen bijzondere scholen; niet alleen toegankelijk voor alle godsdiensten, maar ook faciliterend vanuit het onderwijs. Dus: katholieke scholen zullen dan niet alleen een gezamenlijke paasviering, maar ook een Suikerfeest organiseren. Wie mee wil doen is welkom, wie niet wil: even goede vrienden.
Philip Nuijten, Tilburg
Decemberspar
In hun artikel over gebedsruimtes op openbare scholen slaan Esma Kendir en Assamaual Saidi de plank flink mis. De auteurs schrijven over ‘doorgeslagen neutraliteitsdenken’ in Frankrijk. Zo’n uitspraak is niet alleen een brevet van intellectueel onvermogen maar, verontrustender, ook een uiting van religieus-ideologisch dogmatisme.
Met de laïcité garandeert de Franse staat juist het recht om te geloven en, heel belangrijk: om niet te geloven. Dit krachtige maatschappelijke ordeningsprincipe uit 1905 stoelt op universalisme en de scheiding van kerk en staat. Daarnaast bepaalt de ‘wet Stasi’ (2004) dat ostentatieve religieuze symbolen niet thuishoren in het openbaar onderwijs: dit geldt voor hoofddoeken en ook voor kruisen, tulbanden of keppeltjes. Voor het bijzonder onderwijs gelden deze bepalingen niet.
Hun verwijzing naar de kerstboom raakt kant noch wal. In het Franse openbare onderwijs is de decemberspar toegestaan als algemeen cultureel symbool. Daarentegen is voor de kribbe geen plek want dat is een christelijk teken.
Gebedsruimtes horen niet thuis in het openbaar onderwijs. Kendir en Saidi misbruiken het debat rond ‘inclusiviteit’ om een particuliere religieuze agenda door te drukken. We moeten ervoor waken dat belangengroepen onze civil society omkatten tot een religious society.
Niek Pas, Arnhem
Andersom
Esma Kendir en Assamaual Saidi zijn van mening dat scholen islamitische leerlingen buitensluiten wanneer ze weigeren voor hen een gebedsruimte te creëren. Het is andersom: islamitische leerlingen hebben geen enkel recht om op basis van hun geloof meer van school te eisen dan andere leerlingen. Dit gezegd hebbende, met één stilteruimte in elke openbare school waar islamieten, sikhs, christenen en wat dies meer zij kunnen bidden of rust vinden is niets mis. Het is zelfs een prima plek om andersgelovigen te leren kennen.
Jan Rob Dijkstra, Winsum
Over de auteur
Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Lees ook
Geselecteerd door de redactie