Opinie‘misleidende’ vleesvervangers

Opinie: Filet americain? U bedoelt dooiedierendip

Het Europees Parlement stemt komende week over de vraag of de naamgeving van vleesvervangers mag verwijzen naar vlees. De industrie staat innovatie in de weg, betoogt Veerle Vrindts. En maak dan ook duidelijk wat er écht in vleesproducten zit, stelt Rick Akerboom. ‘Niet frikandel, maar kadaverstaaf.’ 

Producten van de Vegetarische Slager in de winkelschappen.Beeld Hollandse Hoogte / Jaco Klamer

‘Vegaburgerban’ toont de identiteitscrisis van vlees

Toen het Europees Parlement met zijn oproep tot een verbod op de naam ‘vegaburger’ het debat over ‘misleidende’ vleesvervangers heropende, was de publieke reactie voorspelbaar: hoongelach, onbegrip, een stortvloed van grappen over bokkepoten, kattentongen en babyolie. Een kind begrijpt dat in ‘vegetarische kipstukjes’ geen kip zit. Niemand heeft last van het etiket ‘sojayoghurt’. Waarom laait deze discussie, die komende dinsdag tot een climax moet komen in een plenaire stemming, dan toch steeds weer op?

Vlees zit in een identiteitscrisis. Sinds de uitvinding van de landbouw was de vleesproductie het exclusieve domein van slagers en veeboeren. Maar in de afgelopen tien jaar zagen we meer veranderingen rondom het begrip ‘vlees’ dan in de 10 duizend jaar ervoor. Veehouders moeten hun domein nu delen met innovatieve ondernemers die ook het plantenrijk inzetten als grondstof voor burgers, balletjes en biefstukken. Het lukt deze vleesvernieuwers steeds vaker niet alleen de harten en magen te veroveren van vegetariërs, maar ook die van de doorsneevleeseter. En de nieuwste innovatie klopt al aan de deur: kweekvlees. Door niet de dieren, maar hun cellen te domesticeren, kan grootschalig vlees worden gemaakt zonder beest. Vlees heeft de toekomst, slachthuizen niet.

Semantische oorlogvoering

De vleesindustrie gaat mee in deze trend, overtuigd door de groeiende vraag of het simpele feit dat de ecologische ruimte voor verdere groei ontbreekt. Vion introduceerde een vegetarische lijn. Tyson investeert in kweekvlees. Toch lijkt een deel van de sector meer heil te zien in een frontale aanval op de opkomende concurrentie door een semantisch debat te starten waarin termen als ‘worst’ en ‘burger’ worden verdedigd als een middeleeuwse vesting.

Nu is er niets nieuws aan plantaardige diervervangers. Europeanen eten al zeker veertig jaar vegetarische hamburgers en sojaworsten – de eerste werd tijdens de Eerste Wereldoorlog uitgevonden door de latere bondskanselier en ‘vader van Europa’ Konrad Adenauer. Recepten voor ‘amandelmelk’ vind je al terug in 14de-eeuwse Franse kookboeken. Dat grondstoffen veranderen binnen een staand concept is ook niet nieuw: ooit maakten we kleding vooral van wol, later deden katoen en polyester hun intrede. Toch heet een broek na al die jaren nog steeds een ‘broek’.

Imitatie en innovatie

Wel klinkt vaak de logische vraag waarom vegetarische producten dan zo nodig op vlees moeten lijken. Het antwoord is dat technologische en culturele revoluties vaak de aansluiting zoeken bij het oude. De allereerste automobiel van fabrikant Benz zag eruit als een paardenkoets: twee grote wielen achter, één kleine voor en een brede open zitting. Niet omdat deze vormgeving technisch gezien noodzakelijk was, maar omdat geen mens zich toen al een voorstelling kon maken van een Ferrari F50.

Plantaardige producten bevinden zich nog grotendeels in hetzelfde stadium als de Benz uit 1885, maar niet voor lang. De nieuwe vleesgrondstoffen bieden ruime mogelijkheden om het concept ‘vlees’ de komende jaren te vernieuwen. Steeds meer vegetarische fabrikanten nemen al de vrijheid om nieuwe smaken en vormen op te zoeken. Kweekvleesbrouwers denken aan verbetering van de vetzuursamenstelling van vlees of het mengen van kip- en kalkoencellen. Of waarom niet de cellen van exotische of uitgestorven dieren? Hier is geen sprake van stiekeme imitatie, maar van visionaire innovatie rondom een concept dat zijn langste tijd gehad lijkt te hebben. In de sector wordt vaak al niet meer gesproken van ‘vleesvervangers’, maar van ‘vleesopvolgers’, ‘het nieuwe vlees’, ‘vlees 2.0’.

En laten de Europese naambeschermingswetten, bedacht om bewuste misleiding door imitatieproducten te voorkomen, nu juist hiervoor ruimte bieden: vrijstelling is mogelijk op basis van ‘behoeften die voortvloeien uit de evoluerende vraag van de consument, technische vooruitgang of de behoeften aan productinnovatie’.

Zulke juridische nuances zijn wellicht niet besteed aan lobbyisten die enkel een stok tussen de wielen willen steken van een bloeiende nieuwe sector. En gezien de invloed van de vleeslobby kan het zomaar zijn dat de vegaburgerban er komt. Toch zal die de onstuitbare opmars van het nieuwe vlees niet dempen. Woorden kun je verbieden, vooruitgang niet.

***

Veerle Vrindts is cultuurwetenschapper en directeur van ProVeg Nederland.

Laten we het beestje bij de naam noemen

Volgende week wordt er weer een nieuw hoofdstuk toegevoegd aan ‘Schnitzelgate’. Op aandringen van de Landbouwcommissie in het Europees Parlement wordt er gestemd over het gebruik van termen als ‘burger’, ‘worst’ en ‘biefstuk’ bij plantaardige producten. Al sinds 2012 is er verschillende keren via de politiek (in Nederland via ‘landbouwpartij’ CDA en ‘vrijheidspartij’ VVD), maar ook direct vanuit de vleeslobby protest aangetekend tegen het ‘verwarrend’ benoemen van plantaardige producten. De arme consument zou bijvoorbeeld per ongeluk een product kunnen kopen zonder dierlijke ingrediënten. Pure misleiding.

Een beknopt overzicht: de Vegetarische Slager veranderde vegetarisch gehakt, kip en schnitzel in respectievelijk ‘gehackt’, ‘kipstuckjes’ en ‘auf wieder schnitzel’ na een waarschuwing van de NVWA. In Duitsland lopen vergelijkbare zaken. Amandel-, haver- en sojamelk mogen geen ‘melk’ in de naam, want niet van een dier, zei het Europees Hof van Justitie. De Nederlandse Zuivelorganisatie klaagde een producent van vegan yoghurt aan voor het gebruik van ‘yoghurt’. Dat heet nu ‘yog’ – zonder hurt. In de laatste twee gevallen heeft de industrie zelfs in de wet weten vast te leggen dat de termen ‘melk’ en ‘yoghurt’ alleen gebruikt mogen worden indien dierlijk.

De echte reden hiervoor is natuurlijk het onderdrukken van de groeiende plantaardige concurrentie. Die ruikt bloed, want steeds meer mensen zien in wat de gevolgen van veeteelt zijn. Toch is deze gelegenheid geweldig nieuws voor de bescherming van consument en planeet: laten we eens kijken hoe we producten écht van eerlijke namen kunnen voorzien.

Funest

Gelukkig behoeft het geen bronvermelding meer dat de zuivel- en vleesindustrie funest zijn voor het klimaat, biodiversiteit, dierenwelzijn en publieke gezondheid. Een verbod zou dan ook haaks staan op de Europese Green Deal (klimaatneutraal in 2050), dus dat lijkt een zeer onwaarschijnlijke uitkomst.

Als het gaat om het verwarren van consumenten – het systematisch liegen over de gevolgen van het produceren van hun producten voor mens, dier en natuur – hebben de industrieën lachwekkend weinig recht van spreken. Denk aan de romantische beelden vol liefde voor dier en natuur die wij via reclame en verpakkingen voorgeschoteld krijgen. Men weet inmiddels wel anders.

Is het u weleens opgevallen dat vele aanbiedingen in de supermarkt vleesgerelateerd zijn? Dat komt doordat er op zowel nationaal als Europees niveau met in totaal tientallen miljarden euro’s per jaar wordt gesmeten om de productie en afzet ervan te stimuleren. Ongeveer 20 procent van het totale EU-budget gaat naar het overeind houden van de kwakkelende veeteelt. Ook nog niet echt te rijmen met de Green Deal.

Ik stel daarom voor om zowel de arme consument als de verwarde politicus nog beter in te lichten, om meer verwarring te voorkomen: laten we producenten en verkopers verplichten het beestje bij de naam te noemen. Geen hamburger meer, maar ‘koeienschijf’. Geen bacon, maar ‘varkensvet’. Frikandel wordt ‘kadaverstaaf’. Gehakt wordt ‘karkasmelange’. Kalfskroket wordt ‘minderjarige koeienstick’. Boterhamworst wordt ‘varkensrestenplak’. Filet americain wordt ‘dooiedierendip’.

Moge u een wel geïnformeerde keuze maken.

Rick Akerboom is urban farmer in Bergen, Noorwegen.

Problemen in het zuivelschap: plantaardige ‘yoghurt’ mag geen yoghurt heten en is omgedoopt tot ‘yog’
Na het verzet tegen gebruik van vleesnamen voor vegetarische alternatieven, ook wel ‘schnitzelgate’ genoemd, zijn er nu ook yoghurt-troubles. De zuivelindustrie wil niet dat plantaardige producten van soja-, kokos- of amandelmelk de naam yoghurt krijgen. Producent Abbot Kinney’s heeft zijn product daarom omgedoopt tot ‘yog’, dus zonder ‘hurt’, dat in het Engels pijn betekent. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden