Opinie

Opinie: Elma Drayer wringt zich in rare bochten bij de herziening van de filosofiecanon

De kritiek op een vernieuwde filosofische canon van columnist Drayer is misplaatst. De aanpassing is nodig en levert juist een rijk debat op, meent Lukas M. Verburgt.

Elma Drayer op een debatavond over feminisme in de Balie te Amsterdam in 2014.  Beeld Hollandse Hoogte / Dingena Mol
Elma Drayer op een debatavond over feminisme in de Balie te Amsterdam in 2014.Beeld Hollandse Hoogte / Dingena Mol

Elma Drayer verzet zich in haar columns graag tegen mensen die zich ergens tegen verzetten. Ze lijkt van mening dat verzet vooral iets over deze mensen zelf zegt: de situatie of misstand waar zij tegen in verzet komen, is slechts een reflectie van hun karakter, hun onvermogens, hun frustraties.

Wat mij steeds opnieuw verbaast, zijn de mensen die zich altijd verzetten tegen verzet. Die de dingen koste wat kost liever willen houden zoals ze zijn. Zelfs als de dingen niet zijn zoals ze willen. Wat me interesseert, is niet zozeer waarom zij dit doen. Daar zullen ze zo hun redenen voor hebben. Ik ben ook, of eigenlijk vooral, geïnteresseerd in de vreemde bochten waar ze zich in wringen wanneer zij dit doen.

Canon onder vuur

Drayers recente tegenaanval richt zich op de klassieke canon van de filosofie. Die is de afgelopen jaren steeds meer onder vuur komen te liggen. Ook nu verzet Drayer zich tegen mensen, in dit geval academici en studenten, die in verzet komen, in dit geval tegen een al te witte, eurocentrische, mannelijke, geprivilegieerde, heteronormatieve en dode canon.

Volgens Drayer betekent een canon ‘heel veel’, maar precies niet wat canoncritici denken. En het is al helemaal niet wat zij ervan hopen te maken – iets waarin zo veel mogelijk stemmen vertegenwoordigd zijn.

Dit is zo’n eerste vreemde bocht: om canonkritiek onderuit te halen, wordt de canon gedefinieerd als iets dat nu eenmaal is zoals het is. Zo kunnen degenen die in verzet komen worden afgeserveerd als gefrustreerden die de realiteit niet willen of kunnen accepteren.

Een tweede bocht: hoewel de canon is zoals hij is, is de canon wel degelijk veranderlijk, maar kan hij alleen worden veranderd door mensen die ‘ontspannen’ zijn en ‘veel geduld’ hebben. Zo wordt herziening van de klassieke filosofische canon – op arbitraire, karakterologische gronden – gemaakt tot iets dat is voorbehouden aan mensen die eigenlijk geen problemen hebben met die canon. Waardoor de canon nog langer blijft zoals hij al zo lang is.

Vergeten filosofen

De derde en misschien wel merkwaardigste bocht: beroemde filosofen (de ‘dode witte mannen’) zouden behoren tot de canon om wat zij hebben gedacht en geschreven, terwijl vergeten of gemarginaliseerde filosofen alleen aan de canon zouden worden toegevoegd om wie zij zijn. Het is precies vanwege zo’n redenering dat canonkritiek nodig is. Anders gezegd: als canonkritiek één ding aantoont, is het wel de onjuistheid van deze redenering.

Een klein voorbeeld. (Grote recente projecten in Canada en Duitsland geven er veel meer.) Bertrand Russell kent (bijna) iedereen. De vrouwelijke filosofen door wie hij werd beïnvloed – onder anderen Christine Ladd-Franklin, Constance Jones en Susan Stebbing – kent (bijna) niemand. Zij worden echt niet alleen herontdekt omdat Russell opeens zo nodig plaats voor ze moet maken. Russell moet ook plaats voor ze maken omdat zij de moeite waard blijken herontdekt te worden.

Vrouwelijke denkers

Natuurlijk is het weinig verrassend dat, zeg, vrouwelijke denkers in een discipline die eeuwenlang door mannen werd gedomineerd lang buiten de canon zijn gebleven. Maar dit is noch een reden om hen er niet alsnog aan toe te voegen noch om te veronderstellen dat zij er nu alleen worden toegevoegd omdat zij vrouw zijn. En het is al helemaal geen excuus om geen aandacht te besteden aan wat zij hebben gedacht en geschreven.

De canon is geen kwestie van of-of: of voor altijd Russell of nooit meer Russell. Het is er een van een weloverwogen en-en: Russell én Ladd-Franklin, Descartes én Elisabeth van de Palts, etc.

De kritische herziening van de filosofische canon is booming binnen de academie. En terecht. Ons begrip van de ontwikkeling van de filosofie wordt er beter van. En de filosofie zelf wordt er rijker van. Er worden door meer mensen meer denkers gelezen, meer boeken bestudeerd en meer ideeën bekritiseerd. Degenen die dit ‘armoe’ willen noemen, weten niet wat rijkdom betekent.

Lukas M. Verburgt is als wetenschapsfilosoof en -historicus verbonden aan de Universiteit Utrecht.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden