OpinieNationaal groeifonds

Opinie: Een Groeifonds? Er is in dit land behoefte aan visie

Een groeifonds van 20 miljard is niet genoeg. Nederland smacht naar een verhaal dat perspectief biedt, betoogt Bram van den Groenendaal.

Het doortrekken van de Noord Zuidlijn naar Schiphol is mogelijk een project dat kan worden gefinancierd uit het Nationaal Groeifonds.Beeld Raymond Rutting

Deze week verscheen dan eindelijk het langverwachte plan van Wopke Hoekstra en Eric Wiebes voor het Nationale Groeifonds. Het fonds moet projecten gaan steunen op drie terreinen: fysieke infrastructuur, onderzoek en ontwikkeling en onderwijs, en past daarmee in het breed gedragen mantra van ons ‘uit de crisis investeren’. Al eerder hamerde adviesorganen als de Raad voor de leefomgeving en infrastructuur (Rli), het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) en De Nederlandsche Bank (DNB) op investeringen in ‘groen herstel’, zoals dat wordt gedaan in Frankrijk en Duitsland. Het kabinet komt nu tegemoet aan investeringen in met name herstel, want zoals de naam al doet vermoeden is groei en niet groen de hoofddoelstelling van het fonds. Zo blijven de opties lekker open voor de Nederlandse polder.

Naast de vele positieve reacties, er is immers geld te verdelen, was er meteen kritiek. Zo beklaagt Jesse Klaver zich over economisme en een gemiste kans voor het klimaat en Lodewijk Asscher over het tempo waarmee nu geïnvesteerd gaat worden: het wordt geen groeifonds, maar een wachtfonds. Verrassend was de meer fundamentele kritiek uit de economische hoek bij monde van bijvoorbeeld Bas Jacobs, hoogleraar Publieke Economie aan de Erasmus Universiteit, toch al jaren pleitbezorger van meer overheidsinvesteringen. Ook al zijn de investeringen volgens hem om structurele redenen wenselijk, ze zijn ook ‘extreem wazig’. Want welke investeringen zullen er worden gedaan met miljarden aan belastinggeld?

Apolitiek

We kunnen projecten benoemen die waarschijnlijk binnen de scope van het fonds vallen, zoals de Lelylijn of het doortrekken van de Noord-Zuidlijn naar Schiphol, maar waar het geld heen gaat is afhankelijk van de projectvoorstellen die door coalities van decentrale overheden en/of marktpartijen worden ingediend. Om het vervolgens zo apolitiek mogelijk te houden wordt er een advies uitgebracht door een onafhankelijke commissie van bekende namen uit het bedrijfsleven en maatschappelijk middenveld. Het kabinet zal vervolgens de knoop doorhakken, door het advies wel of niet over te nemen.

Het plan gaat hiermee uit van de objectiviteit van een commissie, maar met name de natuurwet van het bruto binnenlands product.

Wie het nieuwste boek van Thomas Piketty heeft gelezen weet dat ‘kapitaal en ideologie’ niet los van elkaar kunnen worden gezien. Keuzes over miljarden investeringen met publiek geld zijn bij uitstek politiek, het gaat namelijk over de verdeling van macht, middelen en de toekomst van mensen. En in dit geval ook nog de toekomst van onze leefomgeving.

Die toekomst vraagt niet alleen om miljardeninvesteringen, maar om een visie met welafgewogen keuzes. De twee-eenheid zoals bekende econome Mariana Muzzucato beschrijft in haar boek De Ondernemende Staat. Een overheid die actief investeert in onze toekomst moet dat doen met een duidelijke maatschappelijke missie.

De voorbeelden van investeringen in het openbaar vervoer illustreren dit goed. Beredeneerd vanuit het bruto binnenlands product kan de metro naar Schiphol aantrekkelijk zijn, maar is dit gewenst vanuit het oogpunt van het klimaat? Investeren in de metroverbinding naar Almere doet misschien het meest voor de woningmarkt, maar als we de groeiende regionale ongelijkheid willen aanpakken is een verbinding naar Noord-Nederland een veel betere oplossing. En welke investeringen zijn interessant als we kijken naar de huidige spreiding van werkloosheid of bieden mogelijkheid voor omscholing?

Samenhang

Dergelijke vragen zijn alleen te beantwoorden vanuit een brede visie op de toekomst waarin ontwikkelingen in samenhang worden bekeken.

Kijken we naar het systeem van regionale projectvoorstellen, dan is het ook zeer de vraag of dit het gewenste langetermijnfundament legt voor een duurzame en concurrerende Nederlandse economie. Drie regionale oplossingen op het spoor maken nog geen langetermijnstrategie voor een betere (internationale)bereikbaarheid. Investeringen kunnen elkaar namelijk tegenwerken of versterken.

Nationale belangen vragen om een nationale afweging, maar dit wordt nu gelaten aan de regio’s die zich het best kunnen organiseren en lobbyen voor het regionale belang.

Onlangs nog schreef Kim Putters, directeur van het Sociaal en Cultureel Planbureau, in Het Financieele Dagblad dat hij hoopt dat de troonrede het Corona Noodpakket overstijgt en een visie zal schetsen op de toekomst van Nederland. Een verhaal dat perspectief biedt en verbindt. Ook in de steden en regio’s waar ik zelf elke dag werk horen we de roep om een koers en keuzes vanuit het Rijk. Niet alleen de Nederlander, maar ook het Wopke-Wiebes Fonds verdient zo’n verhaal. Een verhaal dat duidelijk maakt wat belangrijk is voor ons land, waar we heen willen en hoe we daar met investeringen in infrastructuur en kennis moeten komen. Zodat niet alleen onze economie, maar de samenleving weer met grote verwachtingen naar de toekomst kan kijken.

Bram van den Groenendaal is strategisch adviseur bij Ruimtevolk, bureau voor stedelijke en regionale ontwikkeling.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden