OpinieCrisiscommunicatie

Opinie: Een crisis vraagt niet alleen om maatregelen, maar ook om hoopvolle uitspraken

Met oorlogsmetaforen en hamerretoriek gaat Nederland het coronavirus te lijf. Het kan ook zachtaardiger, betoogt Peter Liebregts, hoogleraar Moderne Engelstalige ­Letterkunde aan de Universiteit Leiden. Zoals in Ierland, waar de lyriek van dichter Seamus Heaney troost biedt.

Slieve League, een van de hoogste kliffen van Ierland aan de Atlantische kust, in het graafschap Donegal.Beeld Getty Images

Er is al veel gesproken over de manier waarop Mark Rutte en Hugo de Jonge de maatregelen ter bestrijding van het coronavirus aankondigden. In veel talkshows is uitgebreid stilgestaan bij de toon en opbouw van de speeches, de effectiviteit daarvan, en het veelvuldig gebruik van sport- en oorlogsmetaforen (‘de strijd ­tegen corona’). Maar wat ik een opvallend element blijf vinden in de aankondigingen, en ­sowieso in veel politieke speeches in ­Nederland, is dat bijna nooit iemand ­gebruikmaakt van literaire citaten (af­gezien van een enkele rondfladderende uil van Minerva). Zegt dit iets over ‘onze’ culturele tradities of zelfs ‘onze’ identiteit? Is men bang te elitair over te komen? Of aanstellerig? Is dit wellicht de zoveelste variatie op ‘doe maar gewoon’?

In dit opzicht is het verschil met ­Engelstalige landen als Ierland groot. Daar worden heel vaak bepaalde regels van dichters aangehaald door politici. Toen de toenmalige Taoiseach of minister-president van Ierland, Leo Varadkar, in april op Goede Vrijdag een strikte lockdown moest afkondigen, citeerde hij tweemaal de dichter Seamus Heaney (die overigens vaker door Varadkar wordt geciteerd). Aan het begin van zijn speech noemde hij Goede Vrijdag een dag van lijden maar ook van een nieuw begin en verwees hij naar de Good Friday Agreement van 1998, die na jaren van bloedige onlusten in Noord-Ierland (‘The Troubles’) een periode van vrede inluidde.

Daarna citeerde de premier Heaney om de hardheid van de maatregelen te verzachten:

‘Tijdens het ergste jaar van die Troubles sprak de dichter Seamus Heaney over wat er gaande was en voorspelde hij dat ‘als we dit doorwinteren, we overal kunnen zomeren’. Ik weet dat deze woorden vele Ieren hebben geïnspireerd, terwijl we het hoofd bieden aan deze noodtoestand. Ze herinneren ons eraan dat we allemaal in hetzelfde schuitje zitten, dat we erdoorheen kunnen komen, en dat er betere tijden zullen aanbreken.’

De dichtregel ‘If we winter this one out, we can summer anywhere’ komt uit een interview dat Heaney gaf in 1972. Vanaf maart, bij aanvang van de covid-19-crisis, ging deze al snel rond in Ierland in allerlei tweets als een respons op de pandemie en werd hij ook opgepikt door Varadkar. In zijn toespraak haalde Varadkar tegen het einde opnieuw Heaney aan:

‘In één van zijn beste dichtbundels huldigde ­Heaney de menselijke keten van steun die een welhaast miraculeus herstel tot stand kan brengen. Zoals Heaney schreef, waren we ‘meer samen omdat we ons moesten omkeren en weglopen’. In de ­dagen die voor ons liggen, moeten we doorgaan met omkeren en afstand nemen van elkaar en van de dingen die we zouden willen doen. Maar we zullen juist meer samen zijn doordat we dit gedaan hebben.’

De Heaney-regel komt uit het gedicht ­Album van zijn laatste bundel, Human Chain, die veel teksten bevat over familie, solidariteit en ‘togetherness’. Het is geen toeval dat Varadkar Heaney zo regelmatig citeert, omdat de dichter in Ierland een welhaast mythische status heeft als iemand wiens boodschap van verbinding en hoop al vele jaren diep resoneert ­onder de Ierse bevolking.

Een crisis, zoals de covid-19-situatie, vraagt niet alleen om maatregelen, maar ook om memorabele uitspraken die ons hoop en troost verschaffen. Ze zijn wat de taalfilosoof John Austin ‘performative speech acts’ of taalhandelingen noemt, waarin taal een daad stelt en daarmee een verandering teweeg kan brengen, zoals het doen van een belofte.

In maart van dit jaar, aan het begin van de pandemie, eindigde het Ierse RTÉ News zijn avonduitzending door de (onlangs overleden) dichter Derek Mahon zijn gedicht Everything Is Going to Be All Right te laten voor­lezen, met daarin de nu alom geciteerde regels:

‘There will be dying, there will be dying, / but there is no need to go into that.’

Om redenen die buiten het bestek van dit artikel vallen, wenden Ieren zich in tijden van crisis tot hun dichters voor hoop en troost. In Nederland moeten we het doen met de slogan uit een managementkoker, ‘Alleen samen krijgen we corona ­onder controle’. Premier Rutte verwees een paar weken geleden naar de Ierse ‘routekaart’ als een effectieve manier om het corona­virus te bestrijden. Misschien is dit niet het enige wat we van het Ierse model kunnen leren.

Peter Liebregts is hoogleraar Moderne Engelstalige ­Letterkunde aan de Universiteit Leiden.

Lievelingsgedicht

De status van Seamus Heaney in Ierland blijkt al uit het feit dat zijn sonnet When All the Others Were Away at Mass, in 1987 gepubliceerd ter nagedachtenis van zijn moeder Margaret Kathleen Heaney, door de tv-zender RTÉ in 2015 werd uitgeroepen tot het geliefdste Ierse gedicht van de laatste honderd jaar.

When all the others were away at Mass

I was all hers as we peeled potatoes.

They broke the silence, let fall one by one

Like solder weeping off the soldering iron:

Cold comforts set between us, things to share

Gleaming in a bucket of clean water.

And again let fall. Little pleasant splashes

From each other’s work would bring us to our senses.

So while the parish priest at her bedside

Went hammer and tongs at the prayers for the dying

And some were responding and some crying

I remembered her head bent towards my head,

Her breath in mine, our fluent dipping knives –

Never closer the whole rest of our lives.

(uit Seamus Heaney, The Haw Lantern, Faber, 1987, p. 27)

Terwijl iedereen weg was naar de Mis,

Was ik met aardappels schillen helemaal van haar.

Ze verbraken de stilte, vielen één na één

Zoals de tranen soldeer van de bout;

Een schrale troost tussen ons in, gedeelde dingen

Glimmend in een emmer schoon water.

En daar viel er weer één. De fijne spatjes

Van elkaars werk brachten ons dan tot bezinning.

Toen de dorpspriester bij haar sterfbed

Voluit ging in zijn gebed voor de stervenden

En sommigen meebaden en anderen huilden

Herinnerde ik me hoe haar hoofd boog naar mijn hoofd,

Haar adem in de mijne, onze vloeiend snijdende messen­­­ –

Nooit meer zo dicht bijeen in ons hele latere leven.

(Vertaling Peter Liebregts)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden