OpinieDuurvermogen

Opinie: Duurvermogen is goed tegen virus en verveling

In coronatijd kun je in plaats van je midden op de dag te laten overvallen door lusteloosheid maar beter flink gaan sporten, betoogt filosoof Ron Welters.

Een fietser op de Waaldijk bij Wamel. Hemingway: ‘Een landschap ervaar je pas echt op een fiets.’Beeld Marcel van den Bergh

Denker des vaderlands Daan Roovers verhaalde in de Volkskrant (V, 13 november) over acedia. Die ‘vreemde combinatie van lusteloosheid, ongerichte angst, desinteresse, verveling en het onvermogen je te kunnen concentreren’ overviel menige in vrijwillige zelfisolatie verkerende middeleeuwse monnik in zijn spartaanse kloostercel. En dan vooral ‘midden op de dag, als de zon het hoogst aan de hemel stond’.

Ook Roovers gaat gebukt onder dit verlammende fenomeen. Ze was dan ook blij dat ze na twee weken bivakkeren op haar Amsterdamse bovenwoning afgelopen 6 november de deur uit mocht om haar lezing Even leven als een monnik in Groningen uit te spreken.

Het centrale punt in Roovers’ betoog is dat de coronaquarantaine een fundamenteel tekort van onze tijd uitvergroot: ‘het onvermogen het op klaarlichte dag met onszelf uit te houden’. Onder verwijzing naar Albert Camus, die in De pest en De mythe van Sisyphus de eenzame mens in een kil en onbarmhartig universum thematiseert, pleit Roovers in dit verband voor geestelijke inkeer: meer mildheid jegens onszelf maar vooral ook jegens de ander. Minder agressie, meer empathie.

Dat lijkt me prima. Maar met minister Hugo de Jonges recente oproep tot meer lichaamsbeweging als coronapreventie in het achterhoofd, propageer ik vooral ook fysieke activatie als remedie tegen de parallelle acediapandemie.

Het verplichte monikkenleven waaronder we gebukt gaan, vaart wel bij een stevige fysieke exercitie tijdens het loden middaguur. Ter bekrachtiging suggereer ik een andere historisch geïnformeerde invalshoek.

Geestelijke oefening

In Je moet je leven veranderen pleit de Duitse filosoof Peter Sloterdijk voor het heroverwegen van het begrip ‘ascese’. Deze term staat voor geestelijke oefening in stille afzondering, als hedendaagse variant op het geduldig kopiëren van de Heilige Schrift van de middeleeuwse monnik. Voor de oude Grieken was echter juist fysieke askesis (‘oefening’ of ‘training’) de sleutel tot het goede leven. De klassieke gymnasia waren trainingstempels waar lijf en geest elkaar opstuwden tot grote hoogten. Vrije, naakte mannen (gymnos betekent ‘naakt’) sportten dat het een aard had en namen vervolgens, nog nahijgend, het leven door. Het goede leven was volop fysiek met een denkende rand.

Het ging echter mis bij de gewezen worstelaar Plato. In diens gymnasion, met de veelbetekende naam Akademeia, kregen de ideale maar abstracte ideeën de overhand op de schurende aardse beslommeringen. Filosofie verwordt vanaf dan tot een zittende academische peinsdiscipline.

Sloterdijk wil terug naar het in vergetelheid geraakte lijf en stelt een her­ijking van de filosofie voor. Volgens hem is die term een verborgen toespeling op de twee belangrijkste en immens populaire atletische deugden tot aan Plato’s interventie. Ten eerste verwijst het woord naar de aristocratische houding van ‘philotimie’, de liefde voor timè, het prestige dat de overwinnaars in wedstrijden ten deel valt. Ten tweede incorporeert de term volgens Sloterdijk ook de nobele deugd der ‘philoponie’, de liefde voor pónos: inspanning, fysieke belastbaarheid, pijn kunnen verdragen. Immers, no pain, no gain.

Inspiratiedip

De titel Je moet je leven veranderen ontleent Sloterdijk aan een versregel van de fragiele, twijfelzuchtige en melancholische dichter Rainer Maria Rilke. Tijdens de zoveelste inspiratiedip wendt deze zich in 1905 tot de viriele, atletische en productieve beeldhouwer Auguste Rodin met het verzoek een tijdje zijn privé-secretaris te mogen zijn. In de hoop weer geïnspireerd te raken. Rodin, wiens beroemde beeld De denker een toonbeeld is van goed geproportioneerde musculatuur, accepteert het verzoek.

Op Rilkes vraag hoe hij toch zo productief kan zijn, antwoordt hij, licht gefronst: ‘Il faut travailler, toujours travailler!’ Verander je leven. Doe iets! Rodin stuurt Rilke erop uit weer echte dingen te zien. In het Louvre wordt de dichter gefascineerd door een hoofdloos beeld met een imposante sixpack. De nietsontziende steenklomp zet hem aan tot actie. Rilke wijdt er een van zijn beroemdste ding-sonnetten aan, getiteld Archaïscher Torso Apollos. Met als laatste strofe ‘Je moet je leven veranderen’.

Sloterdijk plaatst deze anekdote in een breder kader. Hij ontwaart vanaf de introductie van de moderne Olympische Spelen in 1896 een lovenswaardige herwaardering voor de fysieke kant van ascese, ofwel training. En dat nu niet alleen voor vrije mannen, maar in beginsel voor elke wereldburger. Dit resulteert in Je moet je leven veranderen in een pleidooi voor een algemene ‘ascetologie’, een verticaal georiënteerde oefenleer die richting geeft aan de sisyfusarbeid die leven heet. Of beter: quasi-sisyfus­arbeid. Want wie lang en hard genoeg traint, weet uiteindelijk de steen wél die vermaledijde berg op te rollen.

Of dat de Alpe d’Huez of de Vaalserberg is, maakt daarbij niet uit. Het gaat om voldoening na gedane arbeid, hoe futiel het resultaat ook mag lijken. Iets wat Camus ook doorhad, getuige de laatste twee zinnen van De mythe van Sisyphus, waarin hij oppert dat de protagonist beslist geen meelijwekkende zielepoot is: ‘De strijd op zichzelf tegen de top is voldoende om het hart van een mens te vullen. We moeten ons Sisyphus als een gelukkig mens voorstellen.’

Pijnbank

Bijkomend voordeel van fysieke activatie is het positief effect op het grotere geheel. Wie zichzelf geregeld op de pijnbank legt, wordt niet alleen sterker en weerbaarder tegen virussen, maar draagt tevens bij aan een betere en bestendigere wereld. Er is meer dan corona.

Goed uitgevoerde trainingspraktijken leiden volgens Sloterdijk idealiter zelfs tot een radicale ommekeer in ons gemakzuchtige, ‘horizontale’ leven. Wie veel traint, is geneigd oppervlakkig hedonistisch consumentisme in te ruilen voor een bewustere, betere omgang met planeet aarde. Wie fit en weerbaar wil blijven, zal cola en hamburgers graag inwisselen voor groente, fruit en granen.

Gezond alternatief

Met name de fiets blijkt een gezond en ook nog eens plezierig alternatief voor vervuilend autorijden en vliegen. Want zoals Ernest Hemingway, die in zijn Franse periode bezeten was van het stalen ros, al wist: ‘Een landschap ervaar je pas echt op een fiets.’ En zoals H.G. Wells reeds schreef: ‘Elke keer als ik een volwassene op een fiets zie, vrees ik niet langer voor de toekomst van het menselijk ras’. Of zoals Tim Krabbé De renner op de eerste pagina laat verzuchten: ‘Niet-wielrenners. De leegheid van die levens schokt me.’

Kortom, een streng dieet van noeste ascetische arbeid baart meer weerstand en duurzame levenskunst. Vooral ook in tijden van corona-acedia. Vooral ook als je er alleen op uittrekt en vol in de wind moet fietsen, het Nederlandse equivalent van bergen bedwingen. Lang leve de solitaire duursporter.

Ron Welters is filosoof. Hij doet onderzoek naar de relatie tussen duursport en duurzaamheid.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden