OpinieKRIJGSMACHT

Opinie: defensievisie is een gigaschot beleidshagel

Defensie hoopt tegenstrijdige doelen te halen en loopt al snel in de valkuil die het juist wil vermijden, betogen Rein Bijkerk en Christ Klep.  

Militairen tijdens een oefening op de Oirschotse Heide.Beeld ANP

Recentelijk verscheen de Defensievisie 2035. Een langverwacht document dat duidelijkheid schept na de summiere Defensienota 2018. Althans, dat was de belofte. De Defensievisie 2035 brengt de boodschap in elk geval in modieuze management- en communicatietaal: de defensieorganisatie krijgt een ‘nieuw profiel’ op basis van tien ‘inrichtingsprincipes,’ inclusief ‘gezaghebbende informatieposities’ en ‘arbeidsextensieve capaciteiten’.

De visie stelt dat defensie ‘moet vernieuwen, moderniseren en andere manieren van vechten incorporeren, waarbij technologie en informatie vaker centraal staan’. Onze militairen moeten de beschikking hebben over ‘de modernste middelen, zodat ze op het hoogste niveau en zo veilig mogelijk hun werk kunnen doen’.

De lezer bekruipt bijna het gevoel dat defensie eindelijk het licht heeft gezien. Vernieuwen! Moderniseren! Modernste middelen! Slimmer! De enigszins cynisch aangelegde lezer vraagt zich echter af wat dan tot nu toe de ‘inrichtingsprincipes’ van defensie zijn geweest.

Gitzwarte dreigingsscenario’s

Maar laten we de tekstexegese even rusten en de blik richten op de eigenlijke inhoud van de visie. In wezen wordt met de Defensievisie 2035 een gigantisch schot beleidshagel gelost: defensie moet zich in 2035 tegen elke denkbare dreiging teweer kunnen stellen. De bijbehorende dreigingsscenario’s zijn gitzwart: van Russische kernraketten tot spionerende Chinese studenten. Achter elke boom schuilt onheil. Aan dit schot hagel hangt een ongekend prijskaartje: 13 tot 17 miljard euro extra per jaar, boven op de bestaande begroting van ongeveer 12 miljard. In normale tijden, dus zonder onverhoopte oorlogsomstandigheden, een politiek volstrekt irreële financiële wens.

Tijdens de presentatie van de Defensievisie 2035 vroeg een journalist of het document ook ‘de strategische keuze’ vertolkte. Minister Ank Bijleveld antwoordde bevestigend. Er werden immers stevige keuzes gemaakt. Maar hier zit ’m precies de crux. De tien inrichtingsprincipes dekken letterlijk élke mogelijke dreiging en operationele inzet af. Alles komt gelijktijdig voorbij: standaardisatie van materieel, specialisatie, grotere strategische autonomie voor Europa (maar géén Europees leger), nog nauwere integratie in de Navo, zelfredzaamheid, opschaalbaarheid van eenheden, een weerbaarder samenleving, enzovoort.

Wie qua defensieplanning met hagel schiet en deels tegenstrijdige doelen wil raken, loopt al snel in een klassieke valkuil die een heldere politieke en militaire strategie nu juist wil vermijden. Namelijk het aloude adagium dat een krijgsmacht die zich op alles tegelijk voorbereidt, zich uiteindelijk voorbereidt op niets – of in elk geval niets lang kan volhouden. Hier ligt de grote zwakte van onze huidige krijgsmacht. We hebben bij gebrek aan keuzes van alles wat, maar eigenlijk van niets voldoende.

Personeelstekort

Minister Bijleveld benadrukte dat, als die gewenste verdubbeling van de defensiebegroting uitblijft, Nederland ook in de toekomst niet adequaat op alle dreigingen zal kunnen reageren. Zoals gezegd, ieder met enig politiek gevoel weet dat die verdubbeling er in normale tijden niet gaat komen. Dat is nog afgezien van het probleem van het werven van voldoende militairen: er is op dit moment al een personeelstekort van ruim achtduizend mannen en vrouwen.

Dit was het moment geweest om wél vergaande keuzes te maken. Hoe dan ook is een verdubbeling van de defensiebegroting niet nodig. Want vergeet niet: de Europese Navo-landen tezamen besteden met 225 miljard euro al een fors bedrag aan defensie. Veel meer dan Rusland uitgeeft en ooit kán uitgeven. De weg vooruit ligt niet bij veel meer geld, maar bij efficiëntere politieke en militaire samenwerking en vergaande taakspecialisatie.

Een mislukte visie dus? Niet als het document eindelijk een grondig debat over de taken van defensie los­maakt, met name in de Tweede Kamer. Tijd voor echte keuzes dus.

Rein Bijkerk en Christ Klep zijn ­militair-historici. De twee schreven samen het boek De oorlog van nu, een rationele kijk op militair geweld in de 21ste eeuw.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden