OpinieCORONAWET

Opinie: De vrijheid van religie kan ten koste gaan van de gezondheid van anderen

Bij corona toch gewoon naar de kerk? Middenin een pandemie? De overheid kan diensten inperken dankzij Europees recht.

In Kerkdriel wonen gelovigen de dienst online bij, en hebben ze foto’s ingestuurd voor in de kerk.Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

Eind november zette het Amerikaanse Hooggerechtshof een streep door de beperkte groepsgrootte die de stad New York aan religieuze bijeenkomsten had gesteld. De dankzij Donald Trump net toe­getreden rechter Amy Coney Barrett gaf de doorslag. Het hof oordeelde dat regels die religieuze vieringen in bezoekersaantal beperken, in strijd zijn met de grondwettelijk bescherming van de vrijheid van religie. De uitspraak is in meerdere opzichten cynisch.

Eerder dit jaar oordeelde het hof nog dat dergelijke beperkingen wel door de beugel konden. Alle andere bijeenkomsten kunnen immers eveneens worden ingeperkt, ondernemingen en scholen worden zelfs gesloten, en het zijn juist religieuze bijeenkomsten die wereldwijd uitgroeiden tot ‘super spreader events’. De prijs voor ongebreidelde vrijheid van religie kan hoog worden en kan ten koste gaan van de vrijheid en gezondheid van anderen. De 19de-eeuwse filosoof John Stuart Mill stelde het al in zijn boek On Liberty: in een werkelijk vrije samenleving houd je eigen individuele vrijheid op, waar die van een ander begint.

In Nederland dreigen we met de Wet tijdelijke maatregelen Covid-19 die op 1 december in werking trad, in dezelfde valkuil te trappen. Die wet maakt het mogelijk ingrijpende maatregelen te treffen voor zowat alle aspecten van het leven, met uitzondering van religieuze bijeenkomsten. Weliswaar geldt daar in theorie de veilige afstandsnorm (die in een gebedshuis moeilijk door de overheid te handhaven valt), maar van de regels voor groepsgrootte zijn erediensten uitgezonderd. Niet omdat onze Grondwet zich daartegen zou verzetten, maar omdat de wetgever het niet wilde.

Natuurlijk is het goed om op te staan voor vrijheidsrechten, maar die rechten zijn nooit absoluut. Ze moeten en kunnen worden beperkt als dat in het belang is van rechten van anderen of voor hogere doelen. Dit soort afwegingen is altijd controversieel, ook omdat grondrechtelijke vrijheden met elkaar kunnen botsen. Dat zagen we pas geleden nog in de discussie over de identiteitsverklaringen die sommige orthodoxe scholen van ouders verlangen. 

Enerzijds speelt daar het gebod van gelijke behandeling en verbod van discriminatie; niet voor niets neergelegd als eerste grondrecht in onze Grondwet. Gelijkheid en het uitbannen van discriminatie is wezenlijk om volwaardig mee te kunnen doen en te worden erkend in een vrije samenleving. Anderzijds vormen ook de grondwettelijke vrijheid van onderwijs en godsdienst een groot goed, waaraan de regering een naar ons idee te brede uitleg geeft. De vrijheid van onderwijs en godsdienst mag niet worden aangevoerd om een praktijk goed te keuren waarin leerlingen worden onderworpen aan een toets inzake hun seksuele geaardheid. In deze afweging moet non-discriminatie zwaarder wegen dan onderwijsvrijheid.

Inperken

Volgens onze Grondwet kan de parlementaire wetgever met een eenvoudig meerderheidsbesluit de grondrechtelijke vrijheden inperken, zoals dat gebeurde met de Wet openbare manifestaties (beperkingen aan het demonstratierecht), het Wetboek van strafrecht (beperking vrijheid van meningsuiting) en het Burgerlijk Wetboek (beperking vrijheid van vereniging). Even gemakkelijk kan de parlementaire wetgever besluiten om grondrechten niet te beperken. Als grondrechten botsen, kan je in Nederland met je zaak bijna nergens anders terecht dan bij de volksvertegenwoordiging. Geen rechter kan de afweging vervolgens toetsen.

De beperking van vrijheidsrechten is beter geregeld in het Europees Verdrag van de rechten van de mens (EVRM) uit 1950. Ook volgens dat verdrag mag de wetgever van een land een grondrecht beperken, maar het EVRM geeft een aantal strikte omstandigheden aan waarop die inperking van grondrechten kan worden gebaseerd. Bij de godsdienstvrijheid staat bijvoorbeeld dat beperking daarvan kan als dit ‘nodig is in een democratische samenleving in het belang van de openbare veiligheid, voor de bescherming van de openbare orde, gezondheid of zedelijkheid of de bescherming van de rechten en vrijheden van anderen’. Dat geeft houvast.

Hoger recht

Het EVRM geldt in Nederland als hoger recht dan de Grondwet. We kunnen deze rij gronden dus met een gerust hart toepassen op de rechten in onze Grondwet. Op basis van het EVRM en de ‘bescherming van de gezondheid’ heeft het parlement dus het recht om eisen te stellen aan religieuze bijeenkomsten.

Natuurlijk gaat de vrijheid van godsdienst niet zover dat daarmee de openbare gezondheid in gevaar mag worden gebracht. Gedragingen binnen de kerken zijn, op grond van de godsdienstvrijheid, niet uitgezonderd van wat geldt in theaters, bioscopen en andere samenkomsten.

De regering mag en moet dus, bijvoorbeeld bij een pandemie, ook optreden inzake kerkdiensten. Mensen zijn erg gespitst op hun grondwettelijke rechten en dat is op zichzelf goed. Maar we moeten oog hebben voor de beperkingen van die rechten, en voor de verplichtingen die voortvloeien uit goed burgerschap. De regering behoort het goede voorbeeld te geven, ook als het voorschriften voor samenkomsten in kerken betreft. 

Wim Voermans is hoogleraar staatsrecht Universiteit Leiden. 
Erik Jurgens is emeritus hoogleraar staatsrecht Universiteit Maastricht en de Vrije Universiteit Amsterdam.

Andere reacties

Mondkapjesplicht

Sinds 1 december is de mondkapjesplicht ingegaan voor alle overdekte openbare plekken, zoals winkels, musea, restaurants, et cetera. Wat hier niet onder valt zijn gebedshuizen. Maar waarom vallen die er niet onder? Volgens premier Rutte heeft dat te maken met de vrijheid van godsdienst omdat de overheid geen regels kan opleggen achter de deur van kerken.

De vrijheid van godsdienst staat in artikel 6 van de Grondwet. Het eerste lid beschrijft de vrijheid van geloof, en geeft daarbij aan dat iedereen zich aan de wet moet houden. In het tweede lid staat letterlijk: ‘De wet kan ter zake van de uitoefening van dit recht buiten gebouwen en besloten plaatsen regels stellen ter bescherming van de gezondheid, in het belang van het verkeer en ter bestrijding of voorkoming van wanordelijkheden’.

Het houdt in dat de overheid regels mag opleggen ter bescherming van de gezondheid. Ik vind dat deze pandemie zeker een gevaar voor de gezondheid is en daarom begrijp ik niet waarom de mondkapjesplicht niet ook in gebedshuizen geldt.

Fenna Kuijpers, 17 jaar, Arnhem

Zelf handhaven

Binnen kerken, synagogen, moskeeën en andere gebedshuizen en dergelijke moet men zelf handhaven voor de gezondheid en het verkeer en wanordelijkheden bestrijden. Beschermt de vrijheid van godsdienst ook tegen de mondkapjesplicht?

Dat kan ik uit het grondwetsartikel 6 niet afleiden: wanneer deze plicht in een wet wordt voorgeschreven, dienen beoefenaars van geloven en levensovertuigingen binnen hun terreinen en gebouwen mondkapjes te dragen. De betreffende gemeenschappen hebben evenwel de plicht dit gezondheidsaspect zelf te handhaven.

Dit is een grote opluchting. Je moet er toch niet aan denken dat sekten ongestraft binnenskamers van alles kunnen uitspoken, salafisten van alles kunnen uitkramen en fundamentalistische christenen homoseksuelen mogen verketteren?

Jan Wijenberg, Den Haag

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden