OpinieCartoondebat

Opinie: De vrijheid van meningsuiting biedt de mogelijkheid van kwetsen

Het incasseren van spot is makkelijker voor wie in het centrum van de macht zit, en dat geldt dus níét voor moslims hier in Nederland, betogen Peter Coppens en Johan Roeland.  

Moslimhaat in Nederland in 2014.Beeld ANP

Moslims moeten maar eens eelt creëren en niet zulke lange tenen hebben. In het ­inmiddels haast ritueel geworden maatschappelijke debat over vrijheid van meningsuiting duikt dit idee met regelmaat op. Niet zelden wordt daaraan toe­gevoegd dat christenen immers ook allang geleerd hebben te accepteren dat hun religieuze overtuigingen onderwerp van spot en satire zijn. Afgelopen week passeerde dit argument opnieuw de revue in een televisie­debat tussen Gert-Jan Segers, imam Azzedine Karrat en Jort Kelder bij Op1

En ja, het klopt: er zijn christenen in Nederland die hebben leren incasseren. Sommige christenen gaan zelfs zover dat ze satirische vormen van blasfemie en iconoclasme als gezonde religiekritiek zijn gaan zien, die de eigen heilige huisjes laat sneuvelen. Incasseren is goed, is het idee: het brengt je terug tot de kern van je geloof. Dat mag allemaal waar zijn, maar wat voor de een incasseren is, kan door de ander heel anders ervaren worden. Dat verschil heeft niet zozeer te maken met het persoonlijke incasseringsvermogen, maar met het feit dat je soms zo veel te incasseren hebt gehad, dat je beurs geslagen bent.

Moslims incasseren dagelijks

Waar in de oproep tot incasseren gemakkelijk aan voorbij wordt gegaan, is dat moslims in de Nederlandse setting, sinds Bolkestein begin jaren ’90 het ‘islamdebat’ in de Nederlandse politiek introduceerde, werkelijk dagelijks onderwerp van gesprek zijn, elke dag de meest kwetsende dingen over zichzelf moeten horen in media en politiek, en ook in hun dagelijks leven op allerlei manieren met micro-agressie en racisme worden geconfronteerd. Er is wellicht geen andere groep in Nederland die al jarenlang zo veel moet incasseren en dat met zo veel geduld en zelfbeheersing draagt.

Laat er geen misverstand over bestaan dat kritische satire zinvol kan zijn en als zodanig gewaardeerd kan worden. Maar er wordt te vaak voorbijgegaan aan het feit dat satire per definitie contextgebonden en gelaagd is. Het maakt nogal uit wie het levert, wanneer, waar, hoe, waarom, en in welke machtsverhoudingen. Het opzettelijk beledigen van de religieuze gevoelens van een in veel opzichten gemarginaliseerde minderheid van kleur die geen noemenswaardige politieke of institutionele representatie kent, is wezenlijk anders dan wanneer dat gebeurt in een setting waar die religieuze groep de politieke macht heeft en religie zelf als instrument van onderdrukking gebruikt. 

Er is een verschil tussen het gebruik van satire in Parijs en in Teheran. Het maakt nogal uit of satire over de Profeet op een overheidsgebouw geprojecteerd wordt door een seculiere elite in Parijs die zo (wellicht niet per se intentioneel) een gemarginaliseerde groep gewone moslims in de banlieus en in hun voormalige koloniën treft (meer dan de gewelddadige extremisten die men claimt te willen bestrijden), of wordt geuit door een gewelddadig onderdrukte oppositie in Teheran die aldus zijn onderdrukker wil tarten en het onderdrukkende complex van politiek en religie wil ondermijnen en doorbreken.

Satire die voortkomt uit het eigen culturele en geopolitieke speelveld en gericht is op een groep in de samenleving die, met uitzondering van de ‘paarse jaren’, zich eigenlijk altijd in het centrum van de politieke macht bevonden heeft, is niet te vergelijken met satire gericht op een groep die dagelijks zo veel moet ­slikken en weinig middelen heeft om zich te verweren. Voor Segers is het vanuit het centrum van de politieke macht een stuk makkelijker zijn schouders op te halen over een kunstwerk als Piss Christ, dan voor een moslim met migratie-achtergrond wiens bestaansrecht en burgerschapsrechten expliciet gekoppeld worden aan de bereidheid zulk gesar te accepteren. Dat was ook de teneur in het ­debat met Azzedine Karrat: Kelder en Segers zouden hem wel even uitleggen hoe ‘wij’ dat al eeuwenlang doen hier in Nederland.

Petitie staat voor burgerschap

Dat het opstellen van een petitie bij uitstek een teken is van burgerschap en rechtsstatelijkheid, van meegaan in hoe ‘wij’ het hier al eeuwenlang schijnen te doen, daar werd volstrekt aan voorbijgegaan. Het is niet zo dat men alleen geen geweld mag gebruiken, men mag blijkbaar überhaupt niet boos zijn als moslimburger. Veelzeggend is een populaire slogan onder mensen die oproepen tot een boycot van Frankrijk: ‘behalve de Profeet!’ 

Achter die slogan zit veel meer dan men in eerste instantie vermoedt. In deze slogan weerklinkt: ‘Jullie hebben onze landen gekoloniseerd, jullie hebben ons onze waardigheid afgenomen, jullie kennen ons een marginale plek toe in Europa zonder eerlijke kans op volwaardig burgerschap, jullie spelen geopolitieke spelletjes met ons, en dan komen jullie ook nog aan onze Profeet.’ Het gevoel al zo veel te moeten dragen en dan dit er nog eens bovenop, leeft breed onder moslims. 

Een bevriende moslimhuisarts merkte onlangs droogjes op: ‘Als je te lang met eelt doorloopt, kan er een likdoorn ontstaan en dat doet erg veel pijn.’ De volgende keer dat men moslims belerend toespreekt eens wat eelt te creëren, kan het geen kwaad zich af te vragen of de eeltlaag na ruim 25 jaar ‘islamdebat’ niet allang een likdoorn is geworden. De vrijheid van meningsuiting biedt de mogelijkheid van kwetsen. Het devies tot incasseren is problematisch, zeker wanneer dit devies van Segers komt.

Het gevaar bestaat dat, in het hameren op de vrijheid van meningsuiting (een groot goed, dat staat buiten kijf, net als het onvervreemdbare recht op leven dat zo schandelijk is geschonden met de moorden van afgelopen weken), andere aspecten van die levensbeschouwelijke tradities (seculier en religieus) waarin deze vrijheid altijd gekoesterd is, aspecten als compassie, invoelingsvermogen, omzien naar elkaar, en empathie, naar de achtergrond verdwijnen.

Vrijheid van meningsuiting geeft ruimte om te kwetsen – maar een samenleving die het bewust kwetsen van minderheden tot kunst heeft verheven en de handelingsmogelijkheden van minderheden beperkt tot ‘incasseren’, moet zich ernstig achter de oren krabben en zich afvragen hoe menselijk ze nog is. Als het devies van medegelovigen als Segers, die in hun eigen religieuze geschiedenis momenten hebben ervaren waarin zij zelf een minderheid waren die met spot en spotprenten werd geconfronteerd (bekend is de Alexamenos Graffito uit de 3de eeuw, waarin Jezus als een gekruisigde ezel werd afgebeeld), enkel ‘incasseren’ is, moet men zich afvragen wat nog de waarde van die andere grote waarde is, die diep in het dna van veel religieuze tradities zit: de waarde van compassie. 

Pieter Coppens is universitair docent Islamic Studies aan de Faculteit Religie & Theologie van de Vrije Universiteit; Johan Roeland is universitair hoofddocent Media, Religie & Populaire Cultuur aan deze faculteit.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden