Opinie

Opinie: De vraag voor wie de stad is, is een politieke keuze

Woningnood is niet alleen een probleem van woningzoekenden, maar gaat over de toekomst van steden: hoe blijven die divers? Utrecht bouwt volop, maar onvoldoende betaalbare woningen.

Nieuwbouw nabij de Jaarbeurs bij het CS, met op de achtergrond de oudere huizen van de Croeselaan.  Beeld Raymond Rutting / de Volkskrant
Nieuwbouw nabij de Jaarbeurs bij het CS, met op de achtergrond de oudere huizen van de Croeselaan.Beeld Raymond Rutting / de Volkskrant

Eindelijk is het zover: jongeren roepen op tot een massaal woonprotest. ‘Je bent te laat’, staat op de protestposter die aantoont hoe de huizenprijzen zijn geëxplodeerd. Voor de woningzoekende nu is het inderdaad te laat, maar de samenleving kan het tij keren. Als we opstaan en politieke keuzen eisen die voorkomen dat onze steden reservaten worden voor de rijksten.

In mijn stad, Utrecht, kun je alleen een huis kopen als je twee keer modaal verdient. Wie laagbetaald werk doet, staat voor een huurwoning elf jaar op de wachtlijst. Voor de middeninkomens is er überhaupt niets. Iedere starter hier weet: er is geen woning voor mij. Ieder gezin met een woning , stuit op personeelstekorten in de kinderopvang, het onderwijs en andere cruciale beroepen. Omdat werknemers uit die sectoren hier niet meer kunnen wonen.

Op het eerste gezicht zit Utrecht niet stil. Er is een grote bouwambitie om 100 duizend extra mensen in de stad te laten wonen. Er worden tal van nieuwbouwprojecten gestart. Maar bouwlocatie na bouwlocatie blijken vooral speculanten, investeerders en ontwikkelaars spekkoper te zijn. Met éénkamerappartementen van 300 duizend euro en huren van 1.600 euro per maand schieten woningzoekenden niet veel op.

‘Bouwen, bouwen, bouwen’ alleen is geen oplossing. De weerstand tegen de groeiambities neemt toe: bewoners verenigen zich om een referendum af te dwingen dat het stadsbestuur tot de orde roept. Omdat het stadsbestuur wél wil groeien, maar níét wil vastleggen hoe de betaalbaarheid en leefbaarheid van de stad wordt gegarandeerd.

Zoals blijkt uit het aangekondigde Woonprotest op de Dam op 12 september, en aansluitend de Woonopstand in Rotterdam, is de maat vol. De kernvraag is: staat winst maken voorop, of het algemene belang van betaalbare woningen in fijne buurten? Is er alleen plek voor de hoogste inkomens of ook voor vuilnisophalers en leraren?

Die vraag is voor ons allemaal relevant, niet alleen voor de half miljoen woningzoekenden. Bij de woningnood wordt meestal naar de landelijke overheid gewezen, en daar is het nodige wanbeleid gevoerd. Maar de lokale politiek moet ook de hand in eigen boezen steken en uitleggen waarom de beschikbare middelen niet worden ingezet voor goed en betaalbaar wonen. Een stad is een mini-samenleving waar iedereen plek verdient. Dat is bij uitstek een politieke keuze.

Mirthe Biemans is volkshuisvester en kandidaat-­lijsttrekker PvdA, Utrecht.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden