OpinieToeslagenaffaire

Opinie: De topambtenaar is er niet primair om de minister uit de wind houden

De Toeslagenaffaire leert dat een topambtenaar eerst en vooral inhoudelijk gedreven moet zijn, betoogt oud-hoogleraar bestuurskunde Wim Derksen.

Lodewijk Asscher, minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 2012 tot 2017 wordt gehoord door de parlementaire enquêtecommissie Kinderopvangtoeslag, tijdens de vierde dag van de hoorzittingen van de tijdelijke commissie.Beeld ANP

De Toeslagenenquête zou een feest voor elke bestuurskundige zijn, als de aanleiding niet zo schrijnend was. Niettemin, er komt veel boven water. En ik hoop dat werkelijk alles boven tafel komt. Ik ben er nog niet helemaal zeker van als ik de enquêtecommissie haar vragen hoor stellen. Zo stelde Kamerlid Belhaj aan Lodewijk Asscher de vraag of hij het niet vreemd vond dat ‘uw ambtenaren het probleem niet belangrijk genoeg vonden om het u te vertellen’. Die vraag suggereert twee dingen: ten eerste dat ambtenaren problemen kennen en ten tweede dat ambtenaren problemen aan hun minister vertellen. Over beide aspecten valt iets op te merken. 

Zevenjaarscarrousel

Het is bekend dat de topambtenaren in de laatste decennia in een carrousel zijn terechtgekomen. Iedereen moet na zeven jaar plaatsmaken en bij voorkeur maken ambtenaren na zeven jaar een overstap aar een ander departement. Beide gedachten zijn niet zo vreemd. Na zeven jaar is van iedereen het beste eraf en het is interessant na zeven jaar een probleem ook eens van een andere kant te bekijken.

Problematisch is wel de gedachte die aan deze carrousel ten grondslag ligt: in de ambtelijke top gaat het primair om het proces. Voor de inhoud heb je vooral de lagere ambtenaren. Het heeft me vaak verbaasd als ik topambtenaren sprak (de goeden niet te na gesproken): eigenlijk wisten ze niet zoveel van het onderwerp waarvoor ze verantwoordelijk waren. Niet omdat ze er het verstand niet voor hadden, maar omdat ze meenden dat dit niet zo belangrijk was. Ooit sprak ik een directeur luchthavens die na drie jaar in functie nog niet wist hoe de geluidsoverlast rondom Schiphol werd berekend. Ooit kwam ik een directeur-generaal Milieu tegen die geen notie had van het milieu. Et cetera. 

Zij stonden voor een breder probleem: mensen werden benoemd omdat ze goede procesmanagers waren, niet omdat ze veel van de inhoud wisten. En: eenmaal benoemd deden ze weinig moeite zich werkelijk in de inhoud te verdiepen. Overigens is het mij altijd een grote vraag geweest hoe je een goede procesmanager kan zijn zonder je in de inhoud te verdiepen. Het verbaast me dus niet dat de directeur Kinderopvang van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid pas na twee jaar begreep dat er iets mis was met het toeslagenbeleid. 

Let wel: topambtenaren horen te weten hoe processen in Den Haag verlopen en horen te verlopen. Maar daar stuiten we op een tweede probleem. Het werd de laatste decennia voor topambtenaren steeds belangrijker om hun minister uit de politieke wind te houden. Niet het voeren van een goed beleid lijkt hun eerste prioriteit, maar het voorkomen van politieke schade van de minister. Beter een minister die niks doet dan een minister die schrammen oploopt. 

Onwetend houden

Bij dat denken past het je minister juist niet te vertellen welke problemen er dreigen. Hoe meer de minister weet, hoe dieper hij in de problemen kan komen. Weet hij van een probleem, dan kan hem worden verweten dat hij niets heeft gedaan; is hij onwetend gehouden, dan kan hem alleen worden aangewreven dat hij formeel verantwoordelijk was. Het is niet denkbeeldig dat sommige ministers om die reden tegen hun ambtenaren zeggen dat ze bepaalde zaken niet willen weten. 

Als het je taak is vooral jouw minister uit de wind te houden, dan kijk je anders naar je minister, de Kamer en andere departementen. Uit de Kamer dreigt vooral gevaar en problemen moeten vooral over de schutting van het andere departement worden gegooid. Zo geeft de Belastingdienst de schuld aan het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, en omgekeerd. De neiging je eigen minister uit de wind te houden versterkte ook de verkokering tussen departementen. Het is dus cynisch dat diezelfde topambtenaren moeten circuleren om de verkokering tussen departementen tegen te gaan. 

Ik hoop dat de Toeslagenenquête duidelijk maakt dat topambtenaren, ook als ze geregeld verkassen, zich altijd moeten verdiepen in het onderwerp waarvoor ze zeven jaar verantwoordelijk zijn; dat ze bij uitstek inhoudelijk gedreven moeten zijn en niet procesmatig (wat dat ook is) en dat de primaire aandacht van topambtenaren moet liggen bij het realiseren van het beleid van de minister, en niet bij diens lijfsbehoud.

Wim Derksen is oud-hoogleraar bestuurskunde en oud-directeur van het Ruimtelijk Planbureau.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden