Opinie: De slavernijgeschiedenis is geen zwart-wit verhaal, vrijwel iedereen stamt af van slaaf én slavenhouder

Een slavernijmuseum dat alle nuances toont, kan het wij-zij denken doorbreken en mensen verbinden.

Keti Koti: De viering van de afschaffing van de slavernij in Amsterdam. Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant

De mensonterende slavernij en de trans-Atlantische slavenhandel (vanaf de 16de tot begin 19de eeuw) blijven de gemoederen in Nederland bezighouden. Dat is meer dan terecht. Alleen al de overtocht naar Amerika met Nederlandse schepen hebben waarschijnlijk bijna honderdduizend Afrikanen niet overleefd. Als men dan het geluk had Amerika te bereiken, werden velen jarenlang als beesten behandeld. Begrijpelijk dat Harriet Duurvoort pleit voor een slavernijmuseum in Nederland. (O&D, 6 juli). Dit museum is hard nodig, want de kennis over slavernij is bedroevend en de berichtgeving erover is vaak behoorlijk eenzijdig.

Zo is er in Nederland amper aandacht voor de in die tijd minstens net zoveel voorkomende slavernij en slavenhandel in Nederlands-Indië, die op sommige eilanden pas begin 20ste eeuw werd afgeschaft. Ook in de Nederlandse Kaapkolonie (Zuid-Afrika) kwamen slavernij en slavenhandel veel voor. Slaven werden er door de Verenigde Oostindische Compagnie (VOC) vooral uit Madagascar, Bengalen, Mozambique, Maleisië en India gehaald. Gert Oostindie schat dat minstens een half miljoen slaven door de VOC zijn verhandeld.

Het idee dat Europeanen en Arabieren altijd de slavenhandelaars en slavenhouders waren en Afrikanen de slaven, kan in zo'n museum ook meteen genuanceerd worden.

Slavernij en slavenhandel is al vanaf de Oudheid een wereldwijd probleem. Slaven noemen wij niet voor niets 'slaven'. Duitsers en Vikingen haalden in de Middeleeuwen hun slaven uit Slavische gebieden. Daarna hebben Ottomanen tot begin 18de eeuw 2,5 miljoen mensen uit Polen, Oekraïne en Rusland tot slaaf gemaakt. De Moren (Berbers en Arabieren) hebben tussen 1530 en 1780 pakweg een miljoen Europeanen ontvoerd en tot slaaf gemaakt. In veel Afrikaanse landen was eeuwenlang, ook in Ghana en omringende gebieden, slavernij, slavenhandel en mensenjacht schering en inslag. Uit onderzoek van de Boston University blijkt dat waarschijnlijk circa 90 procent van de Afrikaanse Amerikaanse slaven reeds slaaf was van Afrikanen, voordat ze werden aangekocht om naar Amerika te worden verscheept.

Van die trans-Atlantische slavenhandel werden ook Europeanen het slachtoffer. Minstens tienduizenden Ieren en Schotten werden door de Engelsen als slaaf verscheept en te werk gesteld in Amerika. Zij stierven in verhouding sneller aan ontberingen, omdat ze gemiddeld zwakker waren dan Afrikanen.

Ook duizenden arme Engelsen werden van straat gepikt en samen met misdadigers op slavenschepen gedumpt. De levens- en arbeidsomstandigheden waren zo abominabel dat men zelfs vrijwillig naar Amerika als eencentslaaf vertrok. In tegenstelling tot de Afrikanen bleven Europeanen meestal niet hun hele leven slaaf en hun kinderen werden sowieso vrijgeborenen.

De reis op een slavenschip naar Amerika was levensgevaarlijk. Circa 1,8 miljoen mensen, 15 procent van 12,3 miljoen, stierven onderweg. Maar ook van de bemanning stierf gemiddeld een vergelijkbaar percentage.

Het Nederlandse aandeel in de slavenhandel was minder hoog dan menigeen denkt; circa 5 procent, oftewel 600 duizend mensen. Het aantal Nederlanders dat zich verrijkte aan al die verschrikkelijke slavernijpraktijken was relatief laag. Voor ruim 90 procent van de Nederlandse slavenhandel was de West-Indische Compagnie (WIC) verantwoordelijk, een kleine elitegroep die de handel organiseerde vanuit Amsterdam, en verder de Zeeuwse Middelburgsche Commercie Compagnie.

Ook de slavernij in de West was niet zo 'zwart-wit' als vaak wordt gesuggereerd. Vanaf begin 18de eeuw werden vooral op Curaçao steeds meer ex-slaven slavenhouder. De grootste plantages in Suriname waren in handen van Schotse en Franse eigenaren en de meerderheid der slavenhouders waren oorspronkelijk van buitenlandse afkomst. Het personeel van de WIC op Curaçao bestond vanaf eind 17de eeuw in meerderheid uit buitenlanders en 'vrije' Afrikanen volgens het slavernijmuseum op Curaçao.

Als al deze nuanceringen een onderdeel van het materiaal worden dat in het toekomstige museum wordt uitgelicht, doorbreek je wellicht het 'wij tegen zij denken' dat nu bij dit onderwerp helaas af en toe de kop opsteekt. Wanneer door die info mensen zich tegelijkertijd realiseren dat vroeg of laat vrijwel iedereen van slaven én van slavenhouders afstamt en dus bijna iedereen slachtoffers en daders als voorouders heeft, dan kan zo'n museum het perfecte gereedschap worden om de mensen meer met elkaar te verbinden en inspireert het hopelijk meteen om te strijden tegen de 'moderne' slavernij die nu wereldwijd op minimaal 30 miljoen wordt geschat.

Peter de Kort van Dal studeerde Cultuurwetenschappen en is schrijver.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.