OpinieCoronaslachtoffers

Opinie: Corona is vaak niet de oorzaak, maar de druppel die de emmer doet overlopen

Soms wordt gesuggereerd dat mensen sterven als gevolg van een besmetting met covid-19. Dat is veel te kort door de bocht, betoogt Nico van Rooijen.

Een slachtoffer van het coronavirus wordt begraven.Beeld AFP

We worden dagelijks op de hoogte gehouden van het aantal ­doden dat door het covid-19-virus zou zijn veroorzaakt. Nu heb ik als bioloog niets met virussen, al was het maar omdat het geen zelfstandig levende organismen zijn, maar we hoeven ook niet te overdrijven. Het coronavirus is niet meer dan een van de druppels die de emmer des doods kan doen overlopen. Die emmer is tijdens ons hele leven gevuld met allerlei druppels van verschillende grootte. Voor sommige van de grootste van die druppels waren we zelf verantwoordelijk, zoals die veroorzaakt door roken en veelal ook die als gevolg van overgewicht.

Dat die emmer een half millennium geleden vaak al na veertig jaar overliep, terwijl dat nu gemiddeld pas na bijna tachtig jaar gebeurt, komt niet omdat die emmer groter is geworden, maar omdat zowel de aantallen als de grootte van de druppels zijn afgenomen.

Vaccinatie en hygiëne

De factoren die daarbij een rol speelden zijn van verschillende aard. Zo zijn bijvoorbeeld vaccinatie, antibiotica en chirurgie te danken aan de vooruitgang in de medische wetenschappen, terwijl de verbetering van onze hygiëne te danken is aan een combinatie van natuurwetenschappelijke kennis en sociale geneeskunde. Zelfs de economie heeft zijn bijdrage geleverd in de vorm van de toegenomen welvaart, al kan die welvaart ook leiden tot ongezond leven en daarmee dus het omgekeerde bewerkstelligen.

Maar om te suggereren dat mensen soms uitsluitend sterven als gevolg van een besmetting met het covid-19-virus, zoals vaak gebeurt, is veel te kort door de bocht. Dat is het gevolg van het feit dat veel mensen ertoe ­neigen alles een op een te willen ­correleren. Maar daarvoor is ons ­lichaam veel te gecompliceerd.

Zo herinner ik mij een toespraak van een van de kopstukken uit de ­wereld van het kankeronderzoek, ten tijde van mijn promotieonderzoek aan de cellen van het immuun­systeem, die stelde: ‘Ten onrechte wordt bij de gevaren van roken vrijwel ­alleen aan longkanker gedacht.’ De ­reden was volgens hem dat long­kanker vrijwel uitsluitend bij rokers voorkomt. Dat roken uiteindelijk leidt tot veel meer slachtoffers via hart- en vaatziekten dan via long­kanker, kreeg volgens de spreker te weinig aandacht, omdat daarvoor ook andere belangrijke oorzaken bestaan. Ook onze genen kunnen een rol spelen in de gevoeligheid voor het ­virus. Dus maar weer even terug naar het voorbeeld van longkanker.

Longkanker komt vrijwel alleen voor bij rokers. De genen komen er dus niet aan te pas, is dan de conclusie die veel mensen daaruit trekken. Er zijn patiënten die longkanker krijgen na het roken van een paar sigaretten per dag. Helmut Schmidt (voormalig Duits bondskanselier) was bijna tachtig jaar lang kettingroker, maar kreeg nooit longkanker en werd uiteindelijk 96 jaar oud. Ook hiervoor bestaat de al eerdergenoemde verklaring: gevoeligheid voor omgevingsfactoren (fenotype) wordt voor een belangrijk deel bepaald door onze ­genen (genotype), al kunnen verschillende omgevingsfactoren elkaars effecten ook versterken of verzwakken.

Het feit dat veel mensen de invloed van genen in het leven van veel minder belang achten dan die van omgevingsfactoren is even begrijpelijk als onterecht. Omgevingsfactoren zoals roken, religie, armoede en scholing zijn voor iedereen duidelijk.

De invloed van genen wordt onderzocht maar is zelfs voor genetici nog grotendeels onduidelijk. Kijken we naar de primitievere levensvormen, dan wordt de gigantische invloed van genen snel duidelijk. Er is geen enkele reden om te veronderstellen dat dat bij de mens anders ligt. De evolutie werkt – net als alle andere natuurkrachten – volgens vaste principes. Maar velen, ook medici, houden het liever alleen bij die mogelijke oorzaken die ze wel kennen en vermijden om begrijpelijke redenen het spreken over factoren waarover ze weinig of niets weten.

Natuurlijk wordt er door verschillende mensen ook verschillend gedacht over gezond leven, maar niemand zal ontkennen dat roken en overgewicht door slecht en veel eten, factoren zijn die onze gezondheid niet ten goede komen.

Natuurlijk valt bijvoorbeeld roken onder de eigen verantwoordelijkheid, maar dat sommigen daar nooit meer mee kunnen stoppen, terwijl anderen over de wilskracht beschikken om dat wel te doen, toont aan dat ook wilskracht kan helpen om gezond te leven; al toonden Hitler en Stalin overtuigend aan dat de gevolgen van wilskracht ook zeer negatief kunnen uitpakken. Wilskracht is ten minste deels genetisch bepaald, maar ook hier geldt dat de omstandigheden, zoals de mate van verslaving in het geval van roken, gezamenlijk het uiteindelijke resultaat zullen bepalen.

Ongemakkelijk gevoel

Zolang er voldoende medisch personeel en capaciteit op de ic-afdelingen van ziekenhuizen beschikbaar is, zullen er niet zo snel problemen optreden. Maar als andere en vooral ­jongere patiënten met ernstige en riskante problemen in de wacht zouden moeten worden gezet, omdat ic-afdelingen vol liggen met oude coronapatiënten, die daar niet alleen lang liggen, maar veelal ook nog een slechte prognose hebben, als zij het al overleven, zou ik daar zelf als 80-jarige een zeer ongemakkelijk gevoel aan overhouden.

Vaak wordt vergeten dat veel van de problemen die wij nu op hogere leeftijd ondervinden, het gevolg zijn van het feit dat wij niet al op veel jongere leeftijd zijn overleden, zoals dat eeuwen geleden nog normaal was.

Ouderen – zeker als zij al gezondheidsproblemen hebben – zouden er goed aan doen contact met jongeren zonder verantwoordelijkheidsgevoel uit de weg gaan, en die jongeren zelf zouden zich in zo’n geval moeten realiseren dat ze de dood van die ouderen kunnen veroorzaken.

Omdat ouderen, ondanks hun verstandelijke vermogens, wel mogen stemmen, terwijl de jongsten onder ons – ondanks hun verstandelijke vermogens – dat niet mogen, richten ­diverse politieke partijen hun aandacht vooral op die ouderen. Dan ­ontstaat er ook een kans dat de belangen van die jongeren, speciaal voor zover die verband houden met onderwijs en ontplooiing, ondergesneeuwd raken.

Wel zouden ouderen, die beroepsmatig het contact met jongeren niet kunnen vermijden, zoals medisch personeel en leerkrachten, voorrang moeten krijgen bij ziekenhuisopnamen, zodra capaciteitsproblemen daartoe aanleiding geven.

Nico van Rooijen is celbioloog en immunoloog.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden