opinieCORONA-APP

Opinie: corona-app vraagt om meer toezicht op grote techbedrijven

Er is te weinig aandacht voor de rol van Google en Apple bij de invoering van de CoronaMelder, betogen Natali Helberger en Sarah Eskens.

Als iemand positief test op het coronavirus, moet de app mensen waarschuwen die in de veertien dagen daarvoor vijftien minuten of langer bij hem of haar in de buurt zijn geweest. Beeld ANP

De Tijdelijke wet notificatie-­applicatie covid-19 kwam niet van harte. Tijdens een van de laatste persconferenties zei minister De Jonge dat een aanvullend juridisch kader voor de CoronaMelder niet nodig is. Maar nu ligt er toch een wetsvoorstel bij de Tweede Kamer.

Het staat volgens ons buiten discussie dat het wetsvoorstel nodig is. De CoronaMelder vormt een inmenging in fundamentele rechten en moet daarom een wettelijke basis hebben. Bestaande wetgeving op het gebied van privacy en publieke gezondheid is niet voldoende als wettelijke basis. Daarnaast zorgt het wetsvoorstel voor democratische legitimiteit van de CoronaMelder.

De CoronaMelder is één voorbeeld uit vele waar overheden technologie inzetten als een nieuwe vorm van regulering en sturing van menselijk gedrag, zoals het je houden aan regels en de uitvoering van beleid. Hoe meer deze nieuwe technologieën om gedrag te sturen en reguleren ingrijpen op de rechten en vrijheden van mensen, hoe harder het nodig is dat de beslissing deze technologieën in te zetten democratisch gebeurt.

Vergeleken met het eerdere wetsvoorstel voor tijdelijke covid-19-maatregelen, is het wetsvoorstel voor de notificatieapplicatie een vooruitgang. De wet somt uitputtend op welke persoonsgegevens verwerkt mogen worden en dat de in het kader van de app verwerkte persoonsgegevens alleen gebruikt mogen worden in de strijd tegen covid-19. Verplicht stellen van het gebruik van de app of vergelijkbare digitale middelen wordt een strafbaar feit en wie dit verbod overtreedt kan zes maanden de gevangenis in.

De wet regelt dus een aantal zaken met betrekking tot de app, maar een aantal belangrijke zaken ook niet. Een vraag die de wet bijvoorbeeld niet regelt, is de relatie tot de grote techplatformen Google en Apple. De overheid delegeert een deel van haar taak om de publieke gezondheid te beschermen aan private partijen. Deze beslissing, om Google en Apple onderdeel te maken van de publieke taak, vergt ook democratisch legitimatie. De twee techreuzen zetten de standaard voor de manier waarop corona-apps worden ontworpen, niet alleen voor Nederland maar voor heel Europa. Wat gebeurt er als Apple en Google van gedachten veranderen en een ­eigen corona-app uitbrengen? Kunnen zij afdwingen dat de Nederlandse overheid de app aanpast naar de wensen van deze bedrijven? En kan de overheid Apple en Google instructies geven over de specificaties en het functioneren van de app?

Deze techbedrijven staan niet onder democratische controle en kunnen niet ter verantwoording worden geroepen door het parlement. Tegelijkertijd maakt de Nederlandse overheid zich nog afhankelijker van de grote techbedrijven, zonder garanties dat deze hun positie niet zullen gebruiken om politieke of economische macht uit te oefenen. In de Duitse Frankfurter Allgemeine hebben hooggeplaatste politici uit vijf Europese landen al geëist dat er in de relatie met digitale techbedrijven meer ruimte moet komen voor soevereine beslissingen van overheden over het gebruik van digitale technologie.

Het huidige wetsvoorstel benoemt deze afhankelijkheidsrelatie met de techplatforms met geen woord. Het gebod van democratische controle vergt minimaal dat de wet bepaalt dat er afspraken moeten komen tussen de Nederlandse overheid en de techplatforms en dat deze transparant, zodat het parlement de regering ervoor verantwoordelijk kan houden. Zulke afspraken moeten gericht zijn op de omgang met data en beveiliging, opdat de bedrijven niet onverwacht de specificaties veranderen of de samenwerking met de overheid stopzetten; dat app en data worden vernietigd als de app niet langer nodig is in de strijd tegen covid-19; endat er ruimte is voor inspraak en een verplichting tot transparantie.

De CoronaMelder zal niet de laatste keer zijn dat de overheid technologie gebruikt om gedrag te sturen en te reguleren. De vele vragen en discussie rondom het wetsvoorstel laten zien dat er nieuwe vormen van democratische controle moeten komen. De Nederlandse overheid heeft het ontwikkelingsproces van de CoronaMelder heel transparant gemaakt en de broncode van de app is voor iedereen op het internet te vinden. Tegelijkertijd laat het wetsvoorstel voor de app zien dat er onduidelijkheid is over onze afhankelijkheid van grote techbedrijven. Dat we nieuwe manieren moeten vinden om democratisch toezicht te houden op de beslissing om deze techbedrijven te betrekken bij het uitvoeren van publieke taken en het reguleren van menselijk gedrag.

Natali Helberger is hoogleraar recht en digitale technologie aan de UvA, Sarah Eskens is onderzoeker aan het Instituut voor Informatierecht aan de UvA.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden