Opinie

Opinie: Burgemeesters in de knel door stapeling van rollen; hun werk wordt steeds veeleisender

Onderzoek wijst uit dat burgemeesters verzuipen in het moeras aan functies dat ze moeten vervullen. Het is tijd hen te verlossen van een aantal taken.

Sharon Dijksma wordt beedigd als burgemeester van Utrecht. Beeld ANP
Sharon Dijksma wordt beedigd als burgemeester van Utrecht.Beeld ANP

Twee jaar geleden heeft het parlement de Kroonbenoeming van de burgemeester geschrapt en de weg vrijgemaakt voor een andere procedure. Voorstellen daarvoor liggen na 17 maart zonder twijfel op tafel bij de onderhandelaars in de kabinetsformatie.

Op basis van ons grootschalig onderzoek naar de rol en positie van burgemeesters zien we alle reden voor een herbezinning op het ambt. Een belangrijk thema daarbij is of de burgemeester door de gemeenteraad of door de inwoners dient te worden gekozen. De achterliggende vraag is of de rol en positie van burgemeesters niet aan herziening toe zijn.

Burgemeesters combineren van oudsher een groot aantal rollen. In de gemeente zijn ze in feite staatshoofd, premier, minister van justitie en veiligheid en parlementsvoorzitter tegelijk. Daarnaast zijn ze ook vertrouwenspersoon en ombudsman voor burgers, ambassadeur van de gemeente en niet te vergeten bewaker van de bestuurlijke integriteit.

Versplintering

Die stapeling van rollen leverde lange tijd weinig problemen op, maar door recente veranderingen begint het steeds meer te knellen. Dat betreft bijvoorbeeld de doorgaande decentralisaties, steeds meer regionale samenwerking en de financiële tekorten van gemeenten.

Maar ook de toenemende aandacht voor openbare orde en veiligheid en de versplintering en groeiende polarisatie in politiek en samenleving en natuurlijk de coronacrisis, met alle extra (handhavings)taken voor gemeenten en burgemeesters, maakt het werk van burgemeesters veeleisender. Het leidt er bovendien toe dat al die rollen meer gaan knellen. Niet alleen voor burgemeesters zelf, maar ook voor het lokaal bestuur.

Dat is goed te zien aan de worsteling van gemeenteraden overal in het land. Met de uitbreiding van taken zoals de jeugdzorg en de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) is het belang van een goede aansturing en controle groter dan ooit. Iedereen is er daarom van overtuigd dat de positie van de gemeenteraad versterking behoeft.

Hiervoor is een sterke raadsvoorzitter nodig die de gemeenteraad in staat stelt weerwerk te bieden aan het bestuur en het ambtelijk apparaat. Maar als collegevoorzitter kan de burgemeester die rol in de praktijk vaak niet vervullen. In het college heeft hij zijn handen vaak meer dan vol aan onervaren wethouders die het hoofd moeten bieden aan de bestuurlijke en financiële uitdagingen van de decentralisaties.

Burgemeesters hebben bovendien meer te doen. Vóór corona waren hun bevoegdheden op het vlak van openbare orde en veiligheid al fors toegenomen. Daardoor staan burgemeesters steeds vaker voor de afweging om ook ‘achter de voordeur’ ingrijpende keuzes te maken die rechtstreeks raken aan de grondrechten van burgers. En aan wie moeten zij daarover verantwoording afleggen? Aan de gemeenteraad, waarvan zij zelf voorzitter zijn.

Integriteitskwesties

Ook bij de zorg voor de bestuurlijke integriteit openbaren zich spanningen. De burgemeesters moet raadsleden en wethouders kunnen aanspreken op integriteitsproblemen, maar diezelfde raadsleden gaan over zijn (her)benoeming. Met de wethouders draagt de burgemeester een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor het bestuur, wat moeilijk samengaat met de opgeheven vinger.

In ons onderzoek kwamen we schrijnende voorbeelden tegen waarbij burgemeesters werden vermalen in dit krachtenveld. Burgemeesters kregen bijvoorbeeld te horen dat ze integriteitskwesties maar beter konden laten liggen als ze wilden worden herbenoemd. Of ze werden zonder waarschuwing of toelichting door hun wethouders aan de kant gezet.

Nu het lokaal bestuur steeds belangrijker is geworden en de burgemeester meer onder een vergrootglas ligt, is het moment gekomen om te kijken naar mogelijkheden om de positie van de burgemeester te versterken. Heroverweging van het takenpakket kan de druk op hen verminderen. Het overdragen van de zorg voor de integriteit van het lokaal bestuur aan een onafhankelijke functionaris, bijvoorbeeld de commissaris van de Koning, kan de spanning wegnemen die ontstaat door de stapeling van rollen.

Belangrijker is dat een fundamentele keuze wordt gemaakt tussen een burgemeester die óf politieke afwegingen maakt en ingrijpt in de lokale samenleving (op vlak van openbare orde en veiligheid bijvoorbeeld), óf één die onafhankelijk boven de partijen staat. Na de recente grondwetswijziging kan die onafhankelijkheid worden geborgd door het invoeren van een rechtstreekse verkiezing van burgemeesters door hun burgers.

Maar ook de herinvoering van de klassieke Kroonbenoeming (zonder voordracht van de gemeenteraad) schept meer afstand tussen burgemeester en gemeenteraad. Ook kan worden overwogen om het voorzitterschap van de raad te beleggen bij een door de raad gekozen voorzitter. Op basis van ons onderzoek menen we dat een debat daarover nodig is en dat dit gesprek niet enkel in kringen van burgemeesters moet worden gevoerd.

Marcel Boogers van de Universiteit Twente, Klaartje Peters van de Universiteit Maastricht, Hans Vollaard van de Universiteit Utrecht, Bas Denters van de Universiteit Twente, Geerten Boogaard van de Universiteit Leiden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden