Opinie

Opinie: Boycot van olie en gas uit Rusland is minder schadelijk dan CPB beweert

Het kabinet hoeft niet zo bang te zijn voor een Europese boycot van olie en gas uit Rusland. De gevolgen zullen namelijk veel minder ernstig zijn dan het Centraal Planbureau suggereert.

Sweder van Wijnbergen
Olieveld in West-Siberië, Rusland. Beeld Sasha Mordovets / Getty
Olieveld in West-Siberië, Rusland.Beeld Sasha Mordovets / Getty

Het Centraal Planbureau (CPB) voorspelde vorige week desastreuze gevolgen voor West-Europa, en mede daardoor ook voor Nederland, van een potentiële boycot van Russische olie en gas. Dit is vermoedelijk de hoofdreden waarom premier Mark Rutte een Europese boycot van Russische olie en gas een brug te ver vindt. Maar het CPB zaait paniek door zijn rapport te baseren op achterhaalde modellen uit de jaren vijftig en een kennelijk gebrek aan kennis van de energiemarkt.

Het kernprobleem is dat daardoor een groot aantal substitutiemogelijkheden volledig wordt genegeerd, terwijl het wél meenemen daarvan in de analyse tot exact de tegenovergestelde conclusie leidt: zoals we allang weten van eerdere ervaringen met sancties, wordt het met sancties getroffen land er armer van, maar merkt de rest van de wereld er niet veel van. Dit geldt zelfs als het gaat om een grote olieproducent als Rusland. Het land is de derde olie-exporteur ter wereld, na Saoedi-Arabië en de Verenigde Staten, al staan ze lager in de mondiale rangorde bij natural gas (ng) oftewel aardgas.

In de CPB-analyse worden op drie niveaus substitutiemogelijkheden verwaarloosd; daarnaast worden nog enkele andere missers begaan. We bekijken allereerst substitutiemogelijkheden tussen verschillende aanbieders. Hierbij dient men onderscheid te maken tussen olie en kolen enerzijds, waar substitutie (vervanging door een andere energiebron) snel mogelijk is, en aardgas, waar dat pas na vele jaren mogelijk wordt.

Oeral-olie

Bij olie is duidelijk wat er zou gebeuren: landen als China en India zullen met groot enthousiasme de Russische ‘Oeral’-olie oppikken die niet meer wordt geleverd aan West-Europa, al zullen ze in ruil daarvoor ongetwijfeld een stevige korting eisen van Rusland. Oeral-olie wordt nu al voor zo’n 30 dollar per vat onder de prijs van Brent-olie – de maatstaf – verhandeld, terwijl in normale tijden een korting van nog geen 5 dollar per vat geldt. Simpelweg tankers en trucks de andere kant opsturen, en het is geregeld.

En wat alle analisten zich niet lijken te realiseren, is dat vervolgens datzelfde China en India overeenkomstig minder olie zullen importeren vanuit de niet-Russische wereldmarkt: het nettogevolg daarvan is er helemaal geen olieschaarste zal ontstaan op die wereldmarkt en dus ook geen prijsexplosie. Sterker, het is niet ondenkbaar dat Rusland zo in geldnood zit dat het de productie opvoert om te compenseren voor die Chinese kortingen, zodat China vervolgens nog minder uit de niet-Russische wereldmarkt importeert en de mondiale olieprijzen eerder naar beneden zullen gaan.

Bij ng ligt dat allemaal moeilijker omdat de toevoerlijnen van aardgas uitermate inflexibel zijn en de afhankelijkheid van Rusland groter is (45 procent van het gas voor de Europese lidstaten komt uit Rusland, tegenover een kwart van onze olie). Aardgas gaat per pijplijn of met een transportmiddel voor lng (liquefied natural gas, oftewel vloeibaar gemaakt aardgas). Extra pijplijncapaciteit is er momenteel niet tussen China en Rusland en kost zelfs in die landen jaren om aan te leggen.

Technologische hulp

Plotseling meer lng exporteren naar een andere plek, vereist uitbreiding aan beide kanten van de nieuwe lijn: meer liquefaction-capaciteit in het producerende land om het vloeibaar te maken en meer regasification-capaciteit in de ontvangende landen, om er weer aardgas van te maken. Het bouwen dan wel uitbreiden van beide soorten faciliteiten kost ook jaren, helemaal als de grote westerse oliemaatschappijen vanwege de sancties geen technologische hulp mogen geven.

Maar ook hier zouden de gevolgen wel eens kunnen meevallen; daarbij speelt een volgende misser van het CPB een rol. Het planbureau realiseert zich niet dat er binnen een netwerk ook voor gas oneindig veel substitutie mogelijk is. Gas dat vrijkomt, bijvoorbeeld omdat elektriciteitscentrales in Nederland van gas naar kolen overstappen, is onmiddellijk en zonder extra kosten beschikbaar voor Nederlandse spelers die deze overstap niet kunnen maken, denk aan Tata Steel. En dat kan echt binnen enkele minuten als de centrales allebei operationeel zijn, zoals in Nederland.

Ook in Duitsland speelt deze mogelijkheid: daar is veel recentelijk afgeschakelde kolencapaciteit (en nucleaire capaciteit) die betrekkelijk eenvoudig weer uit de mottenballen kan worden gehaald. Niet zoals in Nederland in enkele minuten, maar dankzij de zomer waarin minder hoeft te worden gestookt, hebben we hier een paar maanden de tijd voor (nog een factor waaraan het CPB geen aandacht schenkt).

Genoeg kolen

En die extra kolen zijn ruim beschikbaar. Australië kan probleemloos meer kolen leveren, terwijl ook China nog genoeg kolen heeft voor een eeuw of drie. Slecht voor het klimaat, ja, maar een acute Rusland-crisis kan ermee worden vermeden. Kolen uit Australië halen is goedkoop: Tata Steel krijgt ze goedkoper vanuit Australië via IJmuiden dan vanuit Rusland dat vijf keer dichterbij ligt, want zeetransport is nu eenmaal goedkoop.

Dat brengt me op een laatste omissie in de CPB-analyse. Daarin wordt wel vastgesteld dat Oost-Europa en Duitsland een veel groter deel van hun gas uit Rusland halen dan bijvoorbeeld Nederland, maar er staat niet bij dat beide regio’s veel minder gas gebruiken dan wij. Oost-Europa draait grotendeels op kolen in plaats van aardgas en zelfs in Duitsland vormt gas niet meer dan 10 procent van het totale energiegebruik, eveneens vanwege het grote aandeel van bruinkool en gewone steenkool (bij elkaar goed voor een kleine 50 procent van het energiegebruik).

Maar als zelfs Duitsland en Oost-Europa minder problemen krijgen dan het CPB voorspelt, valt de belangrijkste pijler onder het rapport weg. Het CPB ziet wel dat substitutie eenvoudiger zal gaan in Nederland, maar voorspelt een groot drama in Duitsland en Oost-Europa als de aanbodkanalen van Russische olie en gas daar stilvallen. Maar aangezien ook daar de problemen na een boycot oplosbaar zijn binnen de termijn die we hebben – namelijk tot de komende winter – is ook dat argument onnodige paniekzaaierij. En daarom hoeft Rutte zich ook niet zo te verzetten tegen een boycot van alle fossiele brandstoffen vanuit Rusland.

Sweder van Wijnbergen is hoogleraar economie aan de Universiteit van Amsterdam en oud-secretaris-generaal van het ministerie van Economie.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden