Opinie: Beperk dierenleed in Oostvaardersplassen - verminder grazende exoten

De emotionele discussie rond de hongerende grazers in het natuurgebied van de Oostvaardersplassen vraagt om een drastische koerswijziging.

Grote grazers in de winterse Oostvaardersplassen. Foto Martijn de Jonge / Hollandse Hoogte

Zoals gebruikelijk bij strenge winters doet iedereen weer graag mee aan de rituele dansen rond de Oostvaardersplassen. Dierenbeschermers willen voeren, Staatsbosbeheer zegt 'nee' en de proces-ecologen Olff en Vera roepen om het hardst dat de massale hongerdood en overbevolking een mooi voorbeeld van de natuurlijke processen zijn. Daarbij speelt de collectieve herinnering mee aan de immens populaire natuurfilm De Nieuwe Wildernis, die een tamelijk rooskleurig beeld geeft van wat er zich in het gebied afspeelt.

Het zou goed zijn om eens de bakens qua denken te verzetten en de ingevoerde grote grazers te beschouwen als invasieve exoten. Daar voldoen ze geheel aan, want: 1. ze zijn door de mens ingevoerd, 2. ze vermeerderen zich ongebreideld, 3. ze hebben geen natuurlijke vijanden, 4. ze vernielen de biotoop en 5. ze verdrijven de autochtone flora en fauna zoals egel, mol, muizen, hazen en reeën. In Nederland worden om mindere reden exoten als de muntjak, de heilige ibis, de muskusrat en de huiskraai uitgeroeid. Voor de Oostvaardersplassen houdt dat in dat je de kuddes reduceert tot beheersbare proporties. Dat zoiets niet zo maar gaat zal iedereen duidelijk zijn, hoewel er in recente winters, zoals die van 2012-2013, meer dan vijfduizend dieren werden afgevoerd. Met een tijdspad van vijf jaar en goed beleid kun je een hoop bereiken.

De ecologen Cornelissen en Ruif-rok constateerden in hun proefschriften (resp. 2017 en 2014) dat voor herstel van houtige gewassen (bomen en struiken) een populatiereductie van minstens 25 procent nodig zou zijn.

Daarbij bewezen ze ook dat het kleimoeras van de Oostvaardersplassen een voor bomen zeer gunstige biotoop vormt. Ecoloog Cis van Vuure promoveerde eveneens op de grote grazers en kwam tot de conclusie dat zowel het in de Oostvaardersplassen levende konikpaard als het heckrund 'bedachte' dieren zijn. Ze hebben geen enkele relatie met het oerpaard of de oerrund, stelde Van Vuure vast. Ecoloog Frans Vera poneerde reeds in 1988 in zijn boek De Oostvaardersplassen dat er in het gebied plek was voor 250 tot maximaal 500 edelherten. Gezien deze feiten kunnen de populaties in omvang en het begrazingsgebied worden teruggebracht, geef ze bijvoorbeeld eenderde van de Oostvaardersplassen. Dan kun je kijken hoe de natuur zich in het andere gedeelte ontwikkelt, mogelijk komen er nieuwe soorten als de kraanvogel, de rode wouw en de zwarte ooievaar nestelen.

Martijn de Jonge, publicist en fotograaf.

Het voordeel is dat de grazersbeheerkosten, nu 200 duizend euro per jaar aan afschot, tellen en afvoer, sterk teruglopen en de ecologische waarden van het gebied kunnen stijgen. Zeker als dit wordt gekoppeld aan een integraal waterbeheer met minder dijken, kades en stuwen. Het enige is dat de proces-ecologen die jarenlang het beleid hebben bepaald, moeten inbinden en dat wordt waarschijnlijk de grootste klus. Maar goed, geef ze 250 à 500 dieren om Klein-Serengeti mee te spelen en ze kunnen nog tientallen jaren onderzoek doen naar de natuurlijke processen vijf meter onder de zeespiegel in de polderklei tussen Almere en Lelystad.

Wie de broedvogelrapporten van moeras en grassteppes in de Oostvaardersplassen leest, wordt erg treurig: alles loopt door overbegrazing en biotoopvernieling hard terug. Evenals de kleine grazers als muizen, mollen en hazen. De negatieve aspecten van de invasieve exoten beïnvloeden van bovenaf de hele ecologie van het gebied, dat is klip en klaar. Gezien de huidige lijdensweg van de grazers en de negatieve publiciteit lijkt het nu tijd om het roer om te gooien.

Laat de ecologen en Staatsbosbeheer een stap terug doen om de natuur echt een kans te geven. Zonder een horde herkauwende invasieve exoten waarvan er jaarlijks meer dan duizend moeten worden afgeschoten. Dat scheelt dierenleed, veel geld en geeft de natuur van de Oostvaardersplassen een toekomst.

Martijn de Jonge is publicist en fotograaf.