Opinie

Opinie: bepaalde vormen van taal en literatuur negeren bevordert de gelijkheid juist niet

Door leerlingen weg te houden van vormen van taal en cultuur, houd je ze onwetend. Dan kunnen over twintig jaar alleen nog een paar mensen uit de elite het debat over taal en literatuur voeren. En dat is precies wat we niet willen, ziet Roeland Harms.

 Leerlingen van groep 8 van De Regenboog buigen zich over de Centrale Eindtoets. Beeld ANP
Leerlingen van groep 8 van De Regenboog buigen zich over de Centrale Eindtoets.Beeld ANP

Het nieuwsbericht van vorige week dat aan de universiteit van Hull studenten niet langer worden gecontroleerd op correcte spelling, grammatica en interpunctie in een poging het curriculum te ‘dekoloniseren’ maakte reacties los van verschillende kanten. Zo stelde Hilde Roothart in deze krant dat ongelijkheid in de taal besloten ligt en we andere ‘talen’ (gebarentaal, beeldtaal enz.) ook echt als taal moeten gaan zien om gelijkheid te bevorderen, terwijl columnist Bert Wagendorp juist de stelling poneerde dat het diversiteitsbeleid van Hull leidt ‘tot het paradijs van de gedeelde domheid’.

Deze uitersten aan reacties roepen de vraag op wat leerlingen en studenten nu eigenlijk leren, en zouden moeten leren, over taal en cultuur – het onderwerp dat bij het schoolvak Nederlands centraal staat.

Van propaganda tot kolonialisme

Ongetwijfeld zijn er bij dit schoolvak docenten die al te eenzijdig de nadruk leggen op correcte spelling, grammatica en interpunctie, maar de meeste leraren besteden aandacht aan iets veel belangrijkers: bewuste geletterdheid. Vakdidactici, curriculumontwikkelaars en docenten hebben de laatste jaren toegewerkt naar een curriculum waarin kennis over taal meer op de voorgrond is komen te staan, in plaats van uitsluitend te focussen op vaardigheden.

Leerlingen leren bijvoorbeeld nadenken over hoe taal als systeem werkt (hoe geeft een tekst de werkelijkheid weer, of welke soorten argumentatie zijn er), over hoe iemands voorkennis de interpretatie van een tekst bepaalt, of over hoe literaire teksten zich verhouden tot de historische context.

Op die manier worden zij bekwaam gemaakt om te kunnen nadenken en te discussiëren over taal en cultuur. Met kennis over taal kunnen zij meepraten over zaken als propaganda, genderongelijkheid, kolonialisme, stereotypering of cultuur en identiteit. Met andere woorden: met goed onderwijs in taal en cultuur maak je leerlingen slimmer en kunnen zij later zelf opiniestukken schrijven over taal en kolonialisme.

Het gaat er dus niet om dat zij leren wat goed of fout is, maar dat ze leren nadenken over en reflecteren op taal en taalgebruik. Daarbij hoort ook het leren nadenken over spelling, grammatica en interpunctie, want die vormen een onderdeel van diezelfde taal. Die zaken kun je dus niet negeren, al kun je ze wel enigszins relativeren.

‘Foute’ literatuur

Opvallend – en zorgwekkend – is dat met literatuur hetzelfde gebeurt als met taal, zo maakte filosoof Sebastien Valkenberg duidelijk in een interview dat vorige week verscheen in Trouw. ‘Foute’ literatuur wordt steeds vaker uitgebannen als gevolg van politieke correctheid.

Zo kijken studenten filmwetenschappen in Utrecht niet meer klassikaal naar de film Turks Fruit, wegens vrouwonvriendelijkheid. Een beslissing die verdacht veel lijkt op het taalbeleid van de universiteit van Hull: om gelijkheid te bevorderen gaan we bepaalde vormen van taal en literatuur negeren.

Maar de bedoeling van het schoolvak Nederlands is dat je leerlingen juist wel confronteert met die verschillende vormen: een goede docent Nederlands leest met de leerlingen juist wél Turks Fruit en leert ze discussiëren over hoe het mannelijke perspectief in deze roman onze beeldvorming over het vrouwelijke personage Olga bepaalt. Leerlingen leren zo nadenken over machtsrelaties tussen mannen en vrouwen, en over hoe literatuur werkt.

Onderwijs in taal moet leerlingen kennis over taal bijbrengen. Als leerlingen bewust geletterd worden gemaakt, betekent dat uiteindelijk ook dat zij kritisch worden op hun eigen taalgebruik en vaardiger worden in lezen, schrijven, luisteren en spreken. Door ze weg te houden van vormen van taal en cultuur, houd je ze onwetend en kunnen over twintig jaar alleen nog een paar mensen uit de elite het debat over taal en literatuur voeren. En dat is precies wat we niet willen.

Roeland Harms is lerarenopleider Nederlands, Hogeschool Arnhem/Nijmegen

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden