Opinie

Opinie: Beëindigen ongewilde zwangerschap moet ook zónder dokter kunnen

Het wordt gezien als een doorbraak: de huisarts mag voortaan de abortuspil voorschrijven en vrouwen hoeven hiervoor niet langer naar een aparte kliniek. Maar dit is slechts een tussenstap op weg naar definitieve zelfbeschikking.

Trudy Dehue
Vrouwen brengen in juni 2015 aan de rivier de Oder bij Frankfurt een drone in gereedheid die aan de andere kant van de rivier Poolse vrouwen voorziet van een abortuspil. Twee vrouwen slikten hem.  Beeld WoW
Vrouwen brengen in juni 2015 aan de rivier de Oder bij Frankfurt een drone in gereedheid die aan de andere kant van de rivier Poolse vrouwen voorziet van een abortuspil. Twee vrouwen slikten hem.Beeld WoW

Na jarenlange inspanning van vasthoudende artsen en politici nam de Tweede Kamer dinsdag een initiatiefwetsvoorstel aan van PvdA, GroenLinks, D66 en VVD. Dit houdt in dat ook huisartsen de abortuspil mogen voorschrijven tot aan de negende zwangerschapsweek. De Tweede Kamer stemde er in grote meerderheid mee in en de kans is reëel dat straks ook de Eerste Kamer dat doet.

Gevoegd bij de waarschijnlijke afschaffing van de vijf dagen bedenktijd, zal dat zeker reden tot vreugde zijn. Tegelijk geldt dat daarmee nog slechts twee ministapjes zijn gezet richting de ideale situatie. Dat je voor dat standpunt geen doorgewinterd feminist hoeft te zijn, blijkt al uit een rapport uit 1970 van de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie.

De commissie die het schreef bestond uit louter mannen en zij betoogden dat artsen geen stem zouden moeten hebben in de besluitvorming over de afbreking van een zwangerschap, noch bemoeienis met de uitvoering daarvan – zodra dat praktisch mogelijk is.

Abortuswens

Dat rapport is indertijd geschreven door een commissie, waarvan de bijzondere psychiaters Andries van Dantzig en Coen van Emde Boas deel uitmaakten. De reden tot instelling ervan was dat vrouwen met een abortuswens toen regelmatig werden verwezen naar een psychiater, of zelfs twee van deze specialisten, die ook nog werden ondersteund door een psycholoog en een maatschappelijk werker.

De commissie kwam tegen die gang van zaken in verzet. Haar verslag weersprak allereerst een verklaring van gynaecologen dat artsen kennis hebben van ‘ontkiemend leven’, terwijl vrouwen op dat gebied slechts leken zijn. De psychiaters betoogden dat ongewenst zwangere vrouwen daar juist bij uitstek experts in zijn, want anders zouden ze niet om een abortus komen vragen.

Ook tegenwoordig wordt de term ‘ontkiemend leven’ nog in stelling gebracht tegen versoepeling van het abortusverbod, maar de toenmalige psychiaters voegden toe dat biologische feiten weinig relevant zijn in dit verband. Het gaat niet om wetenschappelijke kennis maar om de ‘emotionele waardering’ van de zwangerschap en daar weten de betrokken zwangeren al helemaal het meeste van. Dus zouden hun vakgenoten zich er niet langer voor moeten lenen dergelijke vrouwen ‘depressief’ of zelfs ‘suïcidaal’ te verklaren, ter rechtvaardiging van de vereiste noodsituatie.

Diagnose

Deze psychiaters beseften dus dat maatschappelijke problemen niet moeten worden bestreden met een psychiatrische diagnose voor degene die door zo’n probleem in moeilijkheden is geraakt. We moeten hen daarom maar vergeven dat ze de vrouwen herhaaldelijk slechts ‘emoties’ toeschreven en ‘subjectiviteit’, in plaats van het verstandige inzicht dat een kind welkom hoort te zijn in het leven.

Van het toenmalige feminisme hadden ze nog weinig opgepikt, maar tegelijk was het bijzonder dat ze ook nog met een gedachtenexperiment kwamen over een gedroomde effectieve en veilige ‘abortuspil’. De gedachte aan zo’n eenvoudig middel, schreven ze, doet ons pas echt beseffen dat het beëindigen van een ongewilde zwangerschap eigenlijk geen kwestie voor een dokter hoort te zijn.

Eeuwenlang is het ongedaan maken van een ongewilde bevruchting inderdaad een vorm van zelfzorg geweest, eventueel met hulp van anderen. De zoektocht naar een veilig en gemakkelijk middel daarvoor is daarom als een queeste naar een heilige graal, waarvoor in het verleden talloze vrouwen de prijs van ernstige lichamelijke schade hebben betaald.

Hij heeft velen van hen ook het leven gekost, met als gevolg een moederloos bestaan voor hun eventuele eerdere kinderen. De toekomstfantasie van de psychiaters zal daardoor geïnspireerd zijn geweest, maar daarnaast door voorkennis over een succesvol experiment met een prostaglandine, dat kort na het verschijnen van hun rapport in The Lancet werd gepubliceerd.

Het ging om het afbreken van zwangerschappen tussen negen en tweeëntwintig weken bij vijftien vrouwen, waarover ook het Algemeen Handelsblad in 1970 rapporteerde, eindigend met de hoopvolle verwachting dat het nieuwe middel ‘buiten volledig geoutilleerde gynaecologische klinieken’ beschikbaar komen zou.

Maagtablet

De graal lag dus in het verschiet en de blijvende experimenteerdrift van vrouwen in nood droeg eveneens bij aan het vinden ervan. In het Brazilië van de jaren tachtig, met strenge wetgeving tegen abortus, was er ineens een verbijsterende stijging in de verkoop van het goedkope maagtablet Cytotec, met stofnaam misoprostol. Het duurde even voordat de autoriteiten het verband begrepen met de al even verbazingwekkende daling van het aantal vrouwen dat met ernstige vergiftigingen, ontstekingen of verwondingen in een ziekenhuis belandde.

Toen ze het eenmaal snapten werd de vrije verkoop van het weeën opwekkende middel meteen verboden, waarna het opnamecijfer van gewonde en geïnfecteerde vrouwen even snel het oude peil bereikte. De welkome bijwerking van Cytotec verspreidde zich echter als een lopend vuurtje naar andere landen en zo werd misoprostol tevens een abortivum in het medische circuit.

In dezelfde periode werkte de Franse biochemicus Étienne-Émile Baulieu aan de stof genaamd RU486 die de baarmoedermond opent en het baarmoederslijmvlies afstoot, en die later mifepriston is gedoopt. De combinatie van beide middelen bleek veilig en haast honderd procent effectief voor de afbreking van een zwangerschap, zodat een curettage achteraf zelden nodig is.

Andere dosis

Baulieu begon bevlogen te strijden voor meer zeggenschap voor ongewild zwangere vrouwen. Liever dan van een ‘abortuspil’ sprak hij van een ‘contragestivum’, letterlijk een ‘antizwangerschapspil’. Vrouwen konden hem slikken na een geconstateerde bevruchting, maar in een andere dosis ook gewoon één keer per maand ‘om hun menstruatie op gang te brengen’, ongeacht de vraag of zich daarin een bevruchte eicel bevond.

Op basis van veel vervolgonderzoek ging de wereldgezondheidsorganisatie WHO zich eveneens actief met medicamenteuze abortus bezighouden. In 2019 stelde zij vast dat er geen specialistische diagnostiek met beeldvorming bij nodig is en haar Abortion Care Guideline van 2022 ontraadt een voorafgaande echo zelfs uitdrukkelijk.

Ze stelt dat ook niet-medisch geschoolde mensen de middelen kunnen verstrekken na een training, hetgeen de privacy en het gemak verhoogt terwijl de kosten aanzienlijk dalen.

Met deze standpunten vergeleken is de abortuspil bij de huisarts al helemaal niet revolutionair. Door misoprostol en mifepriston tevens op haar lijst met essentiële geneesmiddelen te plaatsen, moedigt de WHO ministers van Volksgezondheid aan om ze te promoten, met als doel dat ‘deze levensreddende medicijnen voor alle vrouwen ter wereld beschikbaar komen, zonder ook maar één van hen uit te sluiten’. Als eigen bijdrage daartoe bracht de WHO nog een voorlichtingsfolder uit, die de eigenhandige afbreking tot twaalf weken na de laatste menstruatie verdedigt en uitleg geeft over de aanpak daarvan.

Godsgeschenk

Historisch bezien is de combinatie van miseprostol en mifepriston een bijzondere apotheose, om niet te zeggen een godsgeschenk, aan de mensheid vergund na eeuwenlang leed.

Echter, ook als de abortuspil mag worden voorgeschreven door een huisarts staan tussen droom en daad nog altijd oude wetten in de weg. Nog steeds zijn de middelen dan immers alleen via een arts beschikbaar en bovendien slechts tot de negende week.

De ideale praktijk van de WHO valt dan dus nog onder de strafwet. Er is ook niet geluisterd naar de psychiaters die een ruime halve eeuw geleden al betoogden dat noch de beslissing over een ongewenste bevruchting, noch het ongedaan maken ervan een medische aangelegenheid zou moeten zijn.

Hedendaagse vrouwen nemen het heft al helemaal in eigen hand, getuige organisaties als Women on Waves en Women on Web. Ze verstrekken abortuspillen, begeleiden de vrouwen bij het gebruik, en streven naar strips die een vrouw alvast in huis heeft voor het geval ze ongewenst zwanger raakt, terwijl een aangepaste wekelijkse dosis mifepriston volgens hen de nadelen zou kunnen ondervangen van de bestaande dagelijkse anticonceptiepil. Dat soort werk zou niet langer onnodig lastig moeten worden gemaakt. Praktische bezwaren staan niet meer in de weg, maar wel de wetten nog.

Trudy Dehue is emeritus hoogleraar wetenschapsonderzoek en werkt aan een geschiedenis van feitenvorming over zwangerschap, die zal verschijnen bij Atlas Contact.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden